nieuws

Drentse bouwdirecteur: ‘Bouwen is zwaarder dan Elfstedentocht’

bouwbreed 4415

Drentse bouwdirecteur: ‘Bouwen is zwaarder dan Elfstedentocht’

59 en fit. Fanatiek schaatser en gedreven bouwdirecteur. Hendrik Jan Blomberg is altijd in de weer en beleeft er plezier aan. Maar, ondanks dat, zijn er ook zorgen. Sinds hij begon. Tot hij ermee ophoudt. Een interview met een mkb’er die bouwplannen bij de mensen thuis maakt aan de keukentafel. “Zonder klik, begin ik niet.”

Wat is er leuker? Schaatsen of directeur zijn van een klein bouwbedrijf?

Wat is er zwaarder? Een mkb-bouwbedrijf leiden of de alternatieve Elfstedentocht uit schaatsen? Vraag het Hendrik Jan Blomberg en hij moet er even over nadenken.

Eerder die week stemde hij direct in met een telefonisch interview over de toestand van mkb’ers in de bouw anno 2018. “Maar de winkel draait door, dus het kan zijn, dat ik zo af en toe wordt gestoord.” Geen probleem, natuurlijk.

Hij heeft er wel schik in die vrijdagochtend als we hem spreken. De foto is net genomen. “Ik ben er speciaal voor naar de kapper geweest. En naar de schoonheidsspecialist”, grapt de man van bijna zestig. “Maar zet er maar in dat ik 59 ben.”

Aldus een mkb’er uit Drenthe, Smilde om precies te zijn. Het Aannemersbedrijf (Gebroeders Blomberg) waarover hij leiding heeft, bestaat volgend jaar bijna honderd jaar. “Mijn opa begon er mee aan de Drentse Hoofdvaart, net buiten de kern. Toen nam mijn vader het over met zijn broer. Nu doe ik het samen met mijn tien jaar jongere broer. We zitten in een oude boerderij.”

Twaalf man in dienst, goed in klein onderhoud, vooral voor de woonstichting. De andere telefoon gaat. De bouwdirecteur excuseert zich.

“Mag ik even opnemen? Er is hier verder niemand.”

Uiteraard.

Bedrijfskleuren? Rood en zwart. Dit familiebedrijf, is er eentje dat dicht bij de mensen staat, zegt hij als hij weer aan de lijn hangt. “We zitten bovenop de particuliere sector.”

Hendrik Jan Blomberg op de Weissensee: “Als bouwdirecteur moet je vandaag de dag wel fit zijn.”

Blomberg is een verenigingsmens. Zijn vrouw en kinderen zijn fanatiek met de muziekvereniging en met de kerk, de bouwer helpt graag een handje mee.

“Maar ik ben niet iedere zondag in de kerk. Schaatsen doe ik ook heel graag. Lange tochten, zoals de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. Dit jaar probeer ik de 200 kilometer vol te maken, vorig jaar is dat me niet gelukt en kwam ik op 162 kilometer uit, maar ik heb de tocht der tochten meerdere keren uitgereden.”

Lange dagen

Om maar aan te geven: wie in 2018 een bouwbedrijf runt, moet fit zijn. Lange dagen maakt hij. Van half 7 tot ’s ochtens tot half 6, als de avond valt. “Soms ga ’s avonds nog naar een klant toe. Sporten? Ik moet wel.”

Persoonlijk contact, een verenigingsman, de klant staat centraal bij Blomberg. “Het liefst maak ik plannen aan de keukentafel”, staat op zijn bescheiden website. Al moet hij daar 35 kilometer voor rijden.

“Ik maak pas een offerte als ik weet met wie ik te maken heb. Zonder klik, begin ik niet aan de klus. Daar heb ik niets aan en de klant ook niet.”

Wat vind je leuk aan je werk, vroegen ze hem laatst tijdens een audit van ISO VCA. “Dat ik iedere dag met plezier naar mijn werk ga”, antwoordde Blomberg. “En dat ik mag terugkomen bij een klant. Hoe is met je, vragen ze dan. Hoe is het met je vrouw, je kinderen en je ouders. Daar geniet ik van.”

Drentse, droge humor, geen bombarie. Blomberg is een optimistisch man. Omzet? 2,5 half miljoen euro. En toch zijn er ook zorgen, zoals zovelen mkb-directeuren vandaag de dag hebben. Eigenlijk ligt hij altijd wakker. Als het goed gaat, en als het slecht gaat.

Met een bus vol bouwers naar Den Haag

“Hoe kom ik aan werk, denk ik tijdens de crisis, hoe krijg ik het af, denk ik als het goed gaat. Constant moet ik mijn planning op orde hebben.”

Zorgen zijn er ook over de toekomst van het bedrijf dat al bijna een eeuw bestaat. Er is te weinig aandacht voor het midden- en kleinbedrijf, vindt hij. Al jaren.

“Ik bedoel. Met acht man had ik vroeger genoeg aan één iemand op kantoor. Nu werken we met 12 man en heb ik 2,5 man op kantoor. Als je ziet waar je als ondernemer allemaal tegenaan loopt. Doorbetaling van het tweede ziektejaar bijvoorbeeld. Een enorme lastenpost voor het midden- en kleinbedrijf. Dat kom je niet in veel landen tegen.”

De Drentse bouwdirecteur Hendrik Jan Blomberg: Het mkb krijgt te weinig aandacht. Foto Boudewijn Benting

Neer wetten pakken slecht voor hem uit. Met een bus vol bouwers trok hij vorig jaar aan de bel in Den Haag met de Aannemersfederatie. Een mkb-toets moet zorgen dat nieuwe wetten ondernemen niet onmogelijk maken, maar die toets is er nog altijd niet.

Het clusteren van opdrachten is ook een doorn in zijn oog. “Ik krijg nog wel opdrachten van gemeenten die plaatselijke ondernemers iets gunnen, maar veel waterbouwers en wegenbouwers hebben er last van. Of clusteren niet juist goed is voor innovatie? Dat vraag ik me af. Innovatie zit juist vaak bij het kleinbedrijf.”

‘Mooi jaar, maar kwaliteit wordt niet beloond’

Dit moet geen klaagzang worden, benadrukt hij. “Het zijn gewoon leuke tijden voor het mkb. Persoonlijk geniet ik elke dag, ondanks al die regeltjes. Maar het is jammer dat het leveren van kwaliteit niet altijd wordt beloond.”

Hij vervolgt.

Vanochtend had hij het er toevallig over met zijn werkvoorbereider. “Wij houden ons aan alle regels, bouwen luchtdicht, maken geen drempels van 7, 8 centimeter hoog. Dat kan ook niet. Maar overal om om me heen zie ik dat er veel wordt geprutst. Altijd een kwestie van prijs. Hoe prachtig onze offerte ook is, uiteindelijk scrolt iedereen direct naar beneden.”

Het levert onveilige situaties op. “Waar anderen een dakkapel plaatsen met twee laddertjes, doen wij dat zoals het hoort met een steiger. Wij doen geen concessies, terwijl veel zzp’ers de veiligheidsregels aan de laars lappen. Dan kan de overheid wel roepen dat ze meer gaan controleren op ladders en steigers. Het gebeurt te weinig.”

Aanhouders winnen. Ondanks de stijgende prijzen, de lange levertijden en de vele regeltjes, weigert hij op te geven. Hoewel. Hij is ‘al’ met de opvolging bezig. Een puzzel op zich.

“Ik wil nog twee jaar door en hoop dan dat mijn broer het bedrijf overneemt in 2020. Daarna wordt de opvolging een probleem en droogt het waarschijnlijk op. Veel mkb-directeuren zitten in hetzelfde schuitje. Ze worden ouder en opvolging is er niet altijd. Ik zie dat in mijn vriendenkring. De één heeft een garage de andere een fietsenzaak of een meubelzaak. Maar opvolging is altijd een probleem. Dat baart zorgen. Hoe dat komt? De jeugd van tegenwoordig wil niet de energie steken in een bedrijf zoals wij dat doen. Of ze luier zijn? Ik denk dat ze meer tijd aan hun gezin willen besteden en meer vrije tijd willen hebben.”

Of dit kabinet mkb-minded is? Hij moet het nog zien. Zijn boodschap aan premier Rutte? “Kijk goed rond. Als je echt vindt dat het mkb de motor is van de economie, luister dan naar de mensen die met beide voeten in de klei staan. Die dagelijks voelen wat het runnen van een bedrijf is.”

Schaatsen is zoals gezegd zijn passie. Bouwen ook ondanks alle weerstand.

Maar wat is leuker?
“Het is allebei even leuk.”

Wat is zwaarder?
“Tweehonderd kilometer op de Weissensee. Hoewel… Nee, het runnen van een bedrijf. Je schaatsen kun je laten staan.”

Nog een levensmotto?
“Als je wat van jezelf geeft, een bezoek, een vriendelijk gezicht, of een helpende hand, dan krijg je dat driedubbel terug.”


Interviewserie: de vergeten mkb’er

Het mkb. De motor van de Nederlandse economie. Maar die motor hapert. Vergrijst. De nieuwste generatie voelt zich vergeten. Of het nu over aanbesteden gaat, het ontslagrecht of de betaalmoraal. Cobouw interviewde er zes. Is het runnen van een mkb-bedrijf nog wel leuk? Wat houdt ze op de been? Opvolgingszorgen? Dit verhaal is de aftrap van een serie interviews met mkb’ers. De komende weken verschijnen de interviews online en in de krant.

Eerder verscheen in deze serie een overkoepelend verhaal over de zorgen van het mkb-bedrijf in de bouw anno 2018. De komende weken verschijnen er nog 5 interviews met andere directeuren. 

De slapeloze nachten van een mkb’er

 

 

Reageer op dit artikel