nieuws

De slapeloze nachten van mkb’ers in de bouw

bouwbreed Premium 2066

De slapeloze nachten van mkb’ers in de bouw

Lagere kosten als het personeel langdurig ziek uitvalt. Nooit meer Haagse regeltjes die nadelig uitpakken voor het mkb. Dit kabinet belooft het mkb gouden bergen, maar directeuren van kleine en middelgrote bouwbedrijven merken er bar weinig van.

Op het Malieveld zul je ze niet snel zien. Demonstreren? Zonde van de tijd, denkt de gemiddelde directeur van een klein of middelgroot bouwbedrijf. Nee, dan gaan ze liever schaatsen, of lange afstanden lopen, paarden fokken of buiten fietsen op de crosstrainer.

Niet omdat ze geen zorgen hebben, maar omdat ze moedeloos worden van al die mooie woorden van al die laatste regeringen, vooral tijdens verkiezingen. En ze moeten fit blijven. Een bouwbedrijf runnen is namelijk hard werken, van zes tot zeven en in goede en slechte tijden zijn er kopzorgen. Je staat er mee op, je gaat ermee naar bed.

“Het wordt allemaal beter”, belooft Rutte 3 de motor van de BV Holland. Er komt een mkb-toets, meer ruimte om te innoveren, we pakken te laat betalen aan. Maar de directeuren voor wie die boodschap is bedoeld, merken er weinig van. Cobouw interviewde er zes.

‘Hoe krijg ik het allemaal af, is nu de vraag’

Hendrik-Jan Blomberg is directeur van de Aannemersbedrijf Gebroeders Blomberg in Smilde. “Ik ben Hendrik-Jan en ik maak graag plannen bij u aan de keukentafel”, valt op zijn website te zien. Als Cobouw belt, is hij goed gemutst. De fotograaf was ons voor. “Ik ben er speciaal voor naar de kapper geweest en naar de schoonheidsspecialist. Nee, natuurlijk niet.”

Blomberg is 59 en heeft twaalf man in dienst. “Wij doen veel voor de woonstichting, klein onderhoud en eigenlijk alles wat met renovatie te maken heeft. Nieuwbouw doen we ook.” Volgend jaar bestaat het familiebedrijf honderd jaar. Zijn opa begon ooit, 100 meter verderop, zijn vader nam het over, nu heeft hij de touwtjes met zijn broer in handen. Omzet tussen de 2 en 2,5 miljoen euro.

Hendrik Jan Blomberg, van Aannemersbedrijf Gebroeders Blomberg: “zonder klik beginnen wij niet aan een klus.” Foto Boudewijn Benting

Hij maakt lange dagen. Van half zeven tot half zes. En soms ’s avonds naar een klant toe. “Zonder klik met de klant gaan wij niet aan een klus beginnen.”

En al is de crisis over. Nog altijd kan hij wakker liggen. “Als er te weinig werk is, denk ik: hoe kom ik aan meer werk? En als er te veel werk is, denk ik: hoe krijg ik het af?”

Ziek van de regels

Voor bedrijven zoals het zijne is te weinig aandacht, vindt Blomberg. “Ik bedoel. Als je ziet waar je allemaal tegenaanloopt met wet- en regelgeving. Twee jaar loon doorbetalen bij ziekte. Dat zie je in maar weinig landen.”

CobouwVak Nieuwsbrief ontvangen

Blomberg wil een eerlijke, hardwerkende ondernemer zijn. Daarom zegt hij zich netjes aan alle regeltjes te houden, al zijn het er nog zo veel. Deed iedereen dat maar.

“Ik ken voorbeelden zat van prutswerk om me heen. Een kwestie van prijs. De klant slaat de eerste vijf bladzijden over en kijkt alleen maar wat er onder aan de streep staat. Hetzelfde geldt voor veilig werken. Wij doen geen enkele concessie, maar ik zie aannemers dakkapellen plaatsen op twee laddertjes, waar wij dat met een steiger doen. Controle is er nauwelijks.”

‘Luister naar de mensen in de klei’

Tegen Marc Rutte wil hij zeggen: “Luister iets meer naar de mensen die met beide voeten in de klei staan. Die dagelijks voelen wat het runnen van een bedrijf is.” Optimistisch zijn eigenlijk alle mkb-ondernemers die Cobouw spreekt.

De meeste zijn ook sportief. De één golft, Blomberg schaatst, en de zestigjarige Wim Haverhals loopt altijd de Vierdaagse uit.

Wim Haverhals bij het project van de Torendreef waarvoor zijn bedrijf het metselwerk heeft gedaan: “Metselaars vergrijzen in rap tempo’
Foto: Dolph Cantrijn

Haverhals heeft een eigen metselbedrijf in Kaatsheuvel. Zijn vrouw werkt mee, (“zij regelt alles”), zijn zoon sinds kort ook. Inclusief zzp’ers houdt het familiebedrijf ongeveer zestig mensen van de straat met een omzet van jaarlijks om en nabij de 4,5 miljoen euro.

“We hebben het heel druk. In het westen van het land komen alweer projecten stil te liggen bij een gebrek aan metselaars, dat zegt heel veel.”

Retour van de Ambachtsschool

De gemiddelde leeftijd van de metselaar gaat rap omhoog, ziet Haverhals. Daar moet de regering iets aan doen. “Met een noodgang moet dit kabinet in actie komen.” De Ambachtsschool moet terug, betoogt de vakman. Hij walgt van de oneerlijke concurrentie op prijzen, vanwege de zzp’er die zich ‘nergens’ druk om hoeft te maken.

“Over de eerste 26.000 euro krijgen zzp’ers een korting op de loonheffing. Dat komt neer op 8000 euro. Een enorm bedrag dat ze lekker in eigen zak steken. Doe die loonheffingskorting in een potje voor pensioenen en ziektekostenverzekering, roepen wij al jaren met de Aannemersfederatie.”

Bijna tegen beter weten in. Dat frustreert. “Nu gaan ze ervan op wintersport en is het gros niet verzekerd. Ik betaal bijna 800 euro per maand voor mijn ongevallenverzekering.”

Ook de betaalmoraal is nog altijd niet best, gaat hij verder. Ondanks de wettelijke betalingstermijn van dertig dagen die mkb’ers minder slapeloze nachten moeten bezorgen. Het zet nauwelijks zoden aan de dijk, volgens Haverhals. “Die termijn geldt pas als de factuur is goedgekeurd. Maar opdrachtgevers laten gerust facturen veertien dagen of langer liggen.”

Sportclubs sponsoren

Nee hoor. Ook deze regering kan nog wel een lesje mkb gebruiken. “De regering kan veel meer doen om ons te helpen. Waarom? De grote bouwbedrijven proberen zeggenschap te krijgen, maar wij leveren de handjes voor heel Nederland, wij sponsoren de sportclubs in heel Nederland en als er een elftal shirtjes nodig heeft, staan wij voor ze klaar.”

Zeventig man vast in dienst, zeventig variabel. In Wijchen heeft Peter Remmits een eigen gww-bedrijf. Zijn opa begon ermee, zijn oom en vader namen het over. Sinds 1994 staat Peter aan het roer met een omzet van ongeveer 25 miljoen euro in 2017.

Leuk en uitdagend

“De gww is nog steeds leuk en uitdagend, maar normaal zakendoen is er nauwelijks nog bij. Al die regels en beperkingen die overheden opleggen. Eigenlijk is het heel simpel: aan betrokken goede vakmensen kun je niet komen, van slecht functionerend personeel kun je niet afkomen.”

Peter Remmits: ‘Van slecht functionerend personeel kun je niet afkomen” Foto: Sjef Prins – APA Foto

Bij betalingen, bij ontslag en bij ziekte is het mkb-bedrijf meestal de klos, ervaart Remmits (54). Over zeven jaar bestaat zijn bedrijf 75 jaar en wil hij het overdragen. Ondanks betalingen die soms maanden op zich laten wachten, weigert hij het hoofd te buigen. Daar is het vak te mooi voor. Hij zucht.

“De ministers kunnen er ook weinig aan doen. Zij willen wel, maar alles wordt bepaald door ambtenaren op de departementen en die zijn absoluut niet altijd even mkb-vriendelijk. Niet de regering, maar de ambtenaren moeten turnen.”


Mkb ‘slechts’ vijf keer in het Regeerakkoord

In het uiteindelijke Regeerakkoord staat het woordje mkb welgeteld vijf keer. In hoofdletters, dat wel. “Het mkb verdient een krachtiger rol in het innovatiebeleid, de MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) en de innovatiekredieten voor het mkb worden uitgebreid, en om te bevorderen dat het midden- en kleinbedrijf weer meer personeel in (vaste) dienst durft te nemen, belooft de regering de loondoorbetalingsperiode voor kleine werkgevers tot 25 werknemers te verkorten van twee naar één jaar.


Interviewserie: de vergeten mkb’er

Het mkb. De motor van de Nederlandse economie. Maar die motor hapert. Vergrijst. De nieuwste generatie voelt zich vergeten. Of het nu over aanbesteden gaat, het ontslagrecht of de betaalmoraal. Cobouw interviewde er zes. Is het runnen van een mkb-bedrijf nog wel leuk? Wat houdt ze op de been? Opvolgingszorgen? Dit verhaal is de aftrap van een serie interviews met mkb’ers. De komende weken verschijnen de interviews online en in de krant.

 

Reageer op dit artikel