nieuws

De Praktijkdag Cobouw Circulair (2): ‘Begin en ga prutsen’

bouwbreed Premium 1219

De Praktijkdag Cobouw Circulair (2): ‘Begin en ga prutsen’

Op de eerste Praktijkdag Cobouw Circulair kregen opdrachtgevers, architecten, bouwers, adviseurs en toeleveranciers verschillende cases voorgelegd over circulair bouwen. Advies: ‘Begin en ga prutsen’. Een verslag.

De dag begon met de architect Thomas Rau die de aardbol overtrekt en zijn circulaire verhaal vertelt. Na zijn inspirerende woorden gingen de bezoekers uiteen in verschillende sessies. Een daarvan kwam voor rekening van Sander Lubberhuizen die voor de provincie Overijssel gemeenten adviseert over wat ze aan circulariteit kunnen winnen.

‘Maak iets waar je trots op bent. Selecteer op vakmanschap en visie’.

Zo wees Lubberhuizen op de Apeldoornse wijk de Parken, waar de wegen van asfalt zijn, maar nu naar andere infrastructurele toepassingen wordt gekeken. Lubberhuizens advies aan de zaal: “Maak iets waar je trots op bent. Selecteer op vakmanschap en visie. Ga een samenwerkingsovereenkomst aan en werk met een plafondbedrag. En ga daar dan zo circulair mogelijk mee om. Je moet het stap voor stap doen en voortdurend de dialoog aangaan.”

 ‘In het begin kon het niet werd ons verteld, maar uiteindelijk dus wel.’

Sander Lubberhuizen zwengelt circulariteit aan in Overijssel

Zijn mooiste circulaire project? Lubberhuizen noemt er drie: “In de Parken liggen veel betonplaten. Het kostte moeite, maar we proberen er nu tegels van te maken die we daar kunnen hergebruiken. In het begin kon het niet werd ons verteld, maar uiteindelijk dus wel. De kosten van die tegels zijn de helft van de tegels die we anders nieuw moesten kopen. We hebben alleen wat nieuw cement en water nodig.”

De andere projecten betreffen het vervangen van straatveegmachines die nog altijd op diesel rijden, maar die nu naar elektrische aandrijving moeten. Hetzelfde geldt voor de strooiwagens. Lubberhuizen: “Ik geef voortdurend voorlichting aan iedereen om maar uit te leggen dat we veel meer kunnen hergebruiken en langzaam komt dat ook steeds meer voor.”

‘Begin gewoon en ga prutsen. Dat levert het meest op.’

De provincie heeft daarvoor een team van vijf mensen in het leven geroepen, allemaal nieuw aangetrokken en zij leiden de projecten. Lubberhuizen liet een filmpje van hoogleraar duurzaamheid Jan Jonker zien die als advies geeft: “Begin gewoon en ga prutsen. Dat levert het meest op.” Lubberhuizen was het daar mee eens.

‘Ze hebben nog amper last van ons, want we zijn heel klein’

De mannen van Everuse uit Sneek

Marc van der Heijden, directeur van Everuse, hield een verhaal over zijn fabriek van isolatieplaten die uit cellulose bestaan en die vrij groen en circulair zijn. Hij blijft eigenaar van de platen en neemt ze terug na een aantal jaren en binnen 15 minuten heeft hij ze dan weer verwerkt tot nieuwe platen. Hij vertelde in geuren en kleuren hoe lastig het is om een plek in de gevestigde isolatiewereld te veroveren. Van der Heijden: “Ze  hebben nog amper last van ons, want we zijn heel klein, maar je ziet dat de akoestische isolatiewaarde van onze platen opgemerkt wordt door Schiphol en andere partijen.”

Zijn platen zijn wel drie keer zo duur als het doorsnee isolatiemateriaal, maar zo zegt hij: “Neem je dan alle schade aan het milieu en aan de verwerkers mee? Bovendien kloppen nu veel partijen bij ons aan omdat ze als de dood zijn dat ze ooit claims krijgen van hun verwerkers. Er zitten gezondheidsrisico’s aan veel bestaande isolatiemethoden. Dat schept ruimte voor ons.”

‘Architecten worden zo opgevoed dat ze dat ene gebouw alleen met die materialen op die ene plek kunnen bouwen. Er mag zeker geen ander materiaal worden gebruikt.’

Floris Schiferli, partner van Superuse Studios, ziet vooral architecten als een belemmering voor circulaire toepassingen. “Architecten worden zo opgevoed dat ze dat ene gebouw alleen met die materialen op die ene plek kunnen bouwen. Er mag zeker geen ander materiaal worden gebruikt. Terwijl het nergens echt noodzakelijk is. Het zou voor het gebouw, de gebruikers en de omgeving niets uitmaken als je ander materiaal gebruikt dat beschikbaar is en al eerder ergens anders is gebruikt.”

Die cultuurverandering heeft nogal wat voeten in de aarde, heeft hij gemerkt.

Maar er ging ook wel eens mis. En de duurzame woningen bleken ook wel snel te verouderen.

Er viel veel te verteren tijdens de Praktijkdag Cobouw Circulair

Anke van Hal sloot de dag af. Ze is professor aan Nyenrode en zit al heel lang in duurzaamheid. Aardig was dat zij keek naar hoe de groene wijken die in de jaren ’90 zijn gebouwd, er nu voorstaan.

Van Hal: “Eind jaren ’80 tot in de jaren ’90 waren er overal initiatieven op het gebied van duurzaamheid. Er werden wijken uit de grond gestampt. Maar het vreemde was dat de grote bouwers zich er amper mee bemoeiden. En het ook niet omarmden. De mensen die er gingen wonen gaven ook niet zo veel om het duurzame karakter. Ze vonden het vaak ook heel vervelend dat ze geen parkeerruimte voor de deur hadden. Nu vinden ze die autoluwe wijken wel fijn. Net als het groen en het water.”

Maar er ging ook wel eens mis. En de duurzame woningen bleken ook wel snel te verouderen. Zo werden veel wijken uitgerust met een excellent geïsoleerde voorgevel. En werd er een glazen serre voorgezet, die bestond uit één laag glas, dat werd indertijd gezien als een soort extra isolatie. Van Hal: “Maar wat deden veel mensen? Die  braken die geïsoleerde gevel af en kregen zo een grotere woonkamer. Maar wel een met een slecht geïsoleerde glazen serre.”

‘Je moet eigenlijk altijd beginnen met de belangen van mensen’

Ze had nog een paar tips om duurzaamheid en circulariteit te vergroten: “Zorg dat het niet te duur is voor bewoners en dat het werkt. Je moet rekening houden met alle actoren in het veld. De politiek bijvoorbeeld kan zorgen voor grote effecten. Je moet eigenlijk altijd beginnen met de belangen van mensen. Wat willen zij? Je moet hen eerst aanspreken. En dan moet je blijven samenwerken met iedereen. Dat is erg complex, maar anders lukt het echt niet.”

Reageer op dit artikel