nieuws

Thomas Rau: ‘Aannemers denken maar aan een ding: de volgende opdracht’

bouwbreed Premium 7229

Thomas Rau: ‘Aannemers denken maar aan een ding: de volgende opdracht’

Het klimaatakkoord van Parijs is hem niet ambitieus genoeg. Het Bouwakkoord evenmin. “We doen wat mogelijk is in plaats van wat nodig is.” Maak kennis met architect en visionair Thomas Rau, een van de meest radicale bouwmeesters van Nederland en keynote spreker tijdens de Praktijkdag Cobouw Circulair.

In Material Matters, de bestseller – 20.000 exemplaren verkocht, binnenkort ook in het Engels en Duits verkrijgbaar – die hij schreef samen met zijn vrouw Sabine Oberhuber, breekt Thomas Rau een lans voor een revolutionair, nieuw economisch model. Het gaat in dit boek onder anderen over Galileo Galilei. Deze Italiaanse wetenschapper kreeg van de kerkelijke rechtbank in 1633 levenslang huisarrest opgelegd, omdat hij, in navolging van sterrenkundige Nicolaas Copernicus, beweerde dat niet de aarde het centrum van het heelal was maar de zon. Galilei illustreerde dit met behulp van een sterrenkijker in een van de zalen van het Vaticaan.

Rau sprak december vorig jaar in diezelfde ruimte. Ook híj pleitte voor een soort ‘Copernicaanse wending’, een nieuwe samenleving waarin het draait om gebruik in plaats van bezit. Dit op speciaal verzoek van het Vaticaan. Ook híj wordt niet altijd overal met open armen ontvangen.

L’histoire se répète? Misschien een tikkeltje overdreven. Meer een leuke anekdote. Rau raakte er naar eigen zeggen zelfs een beetje van geëmotioneerd. Een ding maakt dit verhaal wel duidelijk: zijn ster is stijgende. Gemeentes, woningcorporaties, witgoedfabrikanten, Philips, het Vaticaan, de VN: iedereen is geïnteresseerd in zijn gedachtegoed, iedereen wil iets van hem. Behalve architecten – nota bene zijn eigen beroepsgroep – en aannemers. “Daar heerst een soort inzichtresistentie, dat is ongelofelijk!”

Tal van prijzen vielen hem inmiddels ten deel. Hij werd zelfs genomineerd voor de Circular Leadership Award van het World Economic Forum. Einde van bezit, de documentaire die VPRO’s Tegenlicht in 2015 over hem maakte, werd de best bekeken aflevering van het seizoen. En in de Duurzame 100 van Trouw werd hij in 2016 tweede.

Wie ís deze architect, innovator, inspirator en visionair? Wat maakt zijn ideeën zo bijzonder? En, zit de bouw op de juiste weg? Gesprek met een gedreven mens.

‘Niet afspreken wat mogelijk is, maar afspreken wat nodig is’

De kaasschaaf is aan hem niet besteed, zoveel is zeker. Neem het Akkoord van Parijs. Of de Bouwagenda. Halfbakken compromissen, vindt Rau – blauwe pullover, spijkerbroek, grijze coupe, Duits accent –, die ontvangt in een van de vergaderruimtes van zijn in een voormalige autogarage in Amsterdam-Noord gevestigde architectenbureau. “Zo’n akkoord betekent altijd dat we met elkaar afspreken wat mógelijk is, terwijl we moeten afspreken wat nódig is. Als ik longkanker heb ga ik toch ook niet zeggen: ik rookte vijftig sigaretten per dag, ik rook er in vervolg ieder jaar tien minder, dan ben ik over vijf jaar van mijn longkanker af? Dat is totale onzin. Een klimaatakkoord zonder de luchtvaart en zonder de scheepvaart: hoe naïef kun je zijn!”

Waar komt dat engagement toch vandaan? Dat heeft de in Duitsland geboren Rau al van jongs af aan, vertelt hij. Die drive is mede ingegeven door een ernstig ongeluk. Op zijn tiende raakte hij vanaf zijn middel zwaar verbrand toen hij tijdens het barbecueën uit een jerrycan benzine op het vuur gooide en de jerrycan in zijn handen explodeerde. Een incident dat zijn leven sterk heeft beïnvloed. “Ik dacht dat ik dood zou gaan. Ik belandde in een donkere kamer, dronk zeven tot acht liter water per dag omdat ik zoveel vocht verloor en mocht tot mijn achttiende niet in de zon. Dat was heftig. Ik werd ineens geconfronteerd met de tijdelijkheid van mijn bestaan. Toen dacht ik: ik wil iets betekenen in de korte tijd die ik hier op aarde ben, ik wil de wereld veranderen. Zo snel mogelijk.”

Rau werd kinderverzorger. Hij volgde een dansopleiding, ging beeldhouwen, maar vond daarin te weinig voldoening en besloot zich in te schrijven voor een nieuwe studie. Dat kan in Duitsland een keer per jaar alleen centraal en moet voor een bepaalde datum. De nacht voor de sluiting van de inschrijving kreeg hij een droom. Rau moest architect worden, werd hem verteld. Nog diezelfde nacht vulde hij op het inschrijfformulier zijn voorkeur in voor de Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule in Aken en deponeerde het formulier in de brievenbus.

Architectuur draait volgens Rau om dienstverlening: ruimtes creëren waarin de mens zich biografisch kan ontwikkelen

Rau werd ingeloot, maar maakte de studie niet af. Architectuur draait volgens hem om dienstverlening: ruimtes creëren waarin de mens zich biografisch kan ontwikkelen. In Aken draaide het naar zijn zin teveel om techniek. “Architectuur is een soort in marmer gebeiteld businessmodel geworden zoals alles een verdienmodel is geworden.”

Rau ging in Aken aan de slag bij een architectenbureau gespecialiseerd in humane ecologie, de leer van de interactie tussen de fysieke omgeving en de samenleving. Hij ontwikkelde bijvoorbeeld een kantoor voor softwareontwikkelaars. Nerds die voortdurend met hun hoofd bezig waren. Hij creëerde een werkomgeving waarin ze konden wandelen, koken, kortom ontspannen zodat ze beter in balans zouden raken.

Thomas Rau: “De bouwer denkt nog steeds dat hij moet bouwen. Dat is het meest onzinnige wat je kunt doen. Je móet geen stenen verkopen, je moet een logistiek proces faciliteren. (Foto: Hans Lebbe)

In 1992 begon hij in Amsterdam zijn eigen bureau: RAU Architecten. Hij roerde zich nadrukkelijk in de nationale en internationale discussie over duurzaamheid, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de vraag hoe te handelen in het licht van de huidige grondstoffenschaarste. Met een sterk gevoel voor urgentie. En met een duidelijke focus: duurzaam bouwen.

In een gespreid bedje belandde hij niet. RAU Architecten verwierf onder meer de opdracht voor de bouw van een grote geïntegreerde zonnekrachtcentrale voor het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) in Den Haag. Een spectaculair project waarmee het bureau wereldwijd veel belangstelling trok. Maar Eneco lijfde het GEB vervolgens in en schrapte het project. “Ze zeiden: PV, zonnekrachtcentrale:  onzin, cancellen die hap! We waren net bezig met de eerste paal.”

Deze tegenvaller stond de bloei van het bureau niet in de weg. Het stadhuis van Zutphen, het hoofdkantoor van het WNF in Zeist, tevens het eerste CO2-neutrale gebouw in Europa, het energiezuinigste universiteitsgebouw van Duitsland in Siegen: RAU Architecten maakte een indrukwekkend portfolio. En toch was Rau niet tevreden.

‘Mensen moeten niet langer denken dat zij het middelpunt van het universum zijn, maar slechts een onderdeel ervan’

De transitie moest sneller en vooral anders, meende hij. Anders in de zin dat mensen niet langer moeten denken dat zij het middelpunt van het universum zijn, maar slechts een onderdeel ervan. Dat we zelf verantwoordelijk zijn voor een gezond ecosysteem. En dat we die verantwoordelijkheid ook moeten dragen. Hij pleit daarom voor een nieuw economisch model. Een model waarin we – producenten, leveranciers, de overheid, de consument – zelf verantwoordelijk zijn voor wat we maken. Waarin we de stap zetten van een lineaire cultuur, waarin de mens centraal staat, naar een holistische benadering. Waarin we bijvoorbeeld geen eigenaar zijn van materialen en grondstoffen, maar deze slechts tijdelijk mogen gebruiken en ervoor verantwoordelijk zijn dat deze materialen na gebruik een nieuwe bestemming krijgen.

Samen met zijn vrouw begon hij in 2010 Turntoo. Ook de aanleiding voor deze stap was bijzonder. Rau kreeg op zijn 50ste roodvonk, een ziekte die hij als kind ook al had gehad en mensen tijdens hun leven normaal maar een keer krijgen. Hij ging ermee naar de huisarts. ‘Je hebt roodvonk’, concludeerde deze. Rau: “Dat wist ik ook wel, dat had ik op internet zelf ook al ontdekt. De vraag was: waaróm had ik roodvonk? De arts zei: ‘Als je 50 bent en je krijgt voor de tweede keer roodvonk, dan doe je te lang iets waarin je geen zin meer hebt.’ Ik ben naar huis gegaan. Dat was het geboortemoment van Turntoo.”

Met Turntoo werkt Rau aan nieuwe businessmodellen voor de circulaire economie. Hij richt zich daarbij op het gehele economische systeem, inclusief de bouw, al was het maar omdat deze sector  wereldwijd de meeste goed grondstoffen opsoupeert – 40 procent van het totaal. Dat systeem moet volgens hem op de schop.

‘Duurzaamheid vertraagt de snelheid van de noodzakelijke transitie’

Hoe paradoxaal dat ook moge klinken: duurzaamheid is daarbij volgens hem een sta in de weg. “Duurzaamheid betekent dat we optimaliseren wat er is. Terwijl we juist het grootste deel van wat er is niet moeten optimaliseren, maar elimineren of transformeren. Duurzaamheid vertraagt de snelheid van de noodzakelijke transitie.”

Fel: “Kijk, als jij een slechte relatie hebt en je partner zegt: jongen, ik ben klaar met je, jij gaat iets bedenken, of ik ga weg. En jij zegt: ik heb mij bedacht. Ik stop in 2028 met roken, in 2039 stop ik met drinken en vanaf 2050 zal ik voor 53 procent mijn buitenechtelijke relatie beëindigen. Dan weet je: dat gaat niet werken, dan gaat je partner weg. Zo’n afspraak proberen wij te maken met de aarde. Dat is een totale illusie.”

Met Turntoo geeft Rau zijn ideeën handen en voeten. Door macht en verantwoordelijkheid weer bij elkaar te brengen. Iedereen moet weer verantwoordelijk zijn voor de consequenties van zijn handelen. Nu, maar vooral ook in de toekomst. Dat vraagt volgens hem om andere businessmodellen. “Modellen die niet langer puur zijn bedacht om geld te verdienen. Dat gaat altijd ten koste van iets of iemand. Maar die waarde toevoegen aan de samenleving op een winstgevende manier. “Dat vergt een totaal andere instelling, een mentale revolutie.”

‘Hoge faalkosten in de bouw houden direct verband met een gebrek aan verantwoordelijkheid’

Neem de hoge faalkosten in de bouw. Die houden volgens Rau direct verband met een gebrek aan verantwoordelijkheid. “Als ik bij jou kom en zeg: ik heb een fantastisch businessmodel bedacht, je faalkosten zijn 10 procent en je winst hooguit 3 procent, als je geluk hebt. Dan zal iedereen zeggen: waar-de-loos, dat gaan we echt niet doen. Maar dat is wat de bouw doet. Een aannemer denkt maar aan een ding: de volgende opdracht.”

“Ik sprak laatst iemand die zei: we hebben op dit project 5 miljoen euro verloren. Maar ja, dat doen we elk jaar. Dat is toch waanzin! En waarom? Omdat de bouwer nog steeds denkt dat hij moet bouwen. Dat is het meest onzinnige wat je kunt doen. Je móet geen stenen verkopen, je moet een logistiek proces faciliteren. Je moet vóórdenken, zo hard dat ik precies weet waar ik eindig. Voordenken voorkomt faalkosten. Die ontstaan als je maar begint aan te prutsen en ontdekt dat het niet goed gaat. Je zíet het ook: 90 procent van de faalkosten worden gemaakt in de eerste 30 procent van het bouwproces. Te snel begonnen, niet goed voorgedacht, enzovoort, enzovoort. Een luchtvaartmaatschappij laat zijn vliegtuigen toch ook niet opstijgen zonder landingsrechten?”

‘In een gesloten systeem is alles waardevol’

Initiatieven als het materialenpaspoort en Madaster verminderen de faalkosten volgens Rau. “Omdat je het bouwproces gaat ‘voordenken’, je gaat bekijken: hoe kan ik die tent straks het beste weer uit elkaar halen? Ik ken een Zwitserse aannemer die korting geeft op de bouwkosten als hij over de materialen kan beschikken van het object dat hij nu bouwt op het moment dat dit niet meer nodig is. Die weet dus: als ik nu alles met purschuim in elkaar spuit, krijg ik straks al die purschuim terug. Dan kan ik beter nu iets goeds neerzetten. In Engeland betalen slopers geld als ze een gebouw weghalen. Dus waar leidt Madaster toe: alles wat je opschrijft is waardevol, alles wat je afschrijft waardeloos. In een gesloten systeem is alles waardevol.”

Toch staan er nog relatief weinig gebouwen waarvan alle materialen na gebruik kunnen worden hergebruikt – projecten waarbij Rau is betrokken zoals het nieuwe gemeentehuis van Brummen en het in aanbouw zijnde, nieuwe hoofdkantoor van Triodos even daargelaten. Waarom bekeert de sector zich niet massaal? “Het is net als met roken,” reageert hij. “Iedereen weet al heel lang hoe slecht het is. En toch zijn er veel mensen die blijven roken.”

Thomas Rau: “De meeste mensen bij aannemers brengen in beeld wat de kansen zijn. Je moet juist de risico’s in kaart brengen!”(Foto: Patrick Post / Hollandse Hoogte)

“Je kunt ook mentaal verslaafd zijn,” vervolgt Rau. “Bijvoorbeeld aan een beloningsstructuur die een bepaalde mentaliteit steunt en een andere niet. Dat geldt voor de meeste aannemers. Zolang je faalkosten maakt, is het prima. Die mensen worden maximaal beloond. Maar nieuwe fouten maken is uit den boze.”

Hij gaat verzitten en haalt een keer diep adem: “Het zit gewoon heel sterk in de cultuur. Zeg maar eens tegen iemand die al dertig jaar op deze manier zijn salaris verdient: we gaan het anders doen. Dan zegt hij: maar waarom dan? De meeste mensen bij aannemers brengen in beeld wat de kansen zijn. Je moet juist de risico’s in kaart brengen!”

BAM was volgens Rau goed op weg

Zijn er in Nederland al aannemers die bewegen in de juiste richting? BAM was volgens Rau goed op weg. BAM Bouw en Techniek huurde hem in 2012 in als adviseur. Bij onder meer de bouw van het gemeentehuis in Brummen werkten beide partijen nauw samen. Maar in 2015, toen de crisis wegebde, zegde het bedrijf de samenwerking plotseling stop. Onvoorstelbaar, vindt hij nog steeds: “Ze zagen mij als een soort strohalm. Toen de markt weer aantrok, zeiden ze. “Thomas, we hebben er nog eens goed over nagedacht en zijn tot de conclusie gekomen dat we toch het beste op de oude voet verder kunnen gaan.”

VolkerWessels krijgt daarentegen van Rau een pluim. “Die maken onder Jan de Ruiter, de nieuwe CEO, grote stappen. Hij zegt: we gaan binnenkort alle gebouwen van VolkerWessels in Madaster zetten. En ook: waarom moeten we risico’s lopen die bij de overheid thuishoren? De overheid wentelt risico’s voortdurend af op de aannemerij. Dat gaan we gewoon niet meer doen.”

Gelijk heeft De Ruiter, vindt Rau. “De overheid gedraagt zich bij al die grote infrastructurele projecten als een soort inkoper. Zij legt alle risico’s maximaal bij de markt. Maar dat ís niet de opdracht van de overheid. Die moet een samenleving faciliteren. Dat kan niet ten koste gaan van een onderneming.”

Ook Dura Vermeer is volgens hem goed bezig. “Zij hebben zich heel goed op die BIM-cultuur gericht. Die Job – bestuursvoorzitter Job Dura, red. – heeft heel vroegtijdig gezien: we moeten die dingen heel goed documenteren.” Over de andere grote twee, Ballast Nedam en Heijmans: “Ballast Nedam komt natuurlijk uit een heel vervelende tijd. Die moeten zichzelf bijna helemaal opnieuw uitvinden. Dat doen ze goed, zeer ambitieus, kijk maar naar die woningbouw in Maastricht. Heijmans heeft in de crisis fantastische dingen gedaan, maar ze zijn hun eigen innovaties een beetje uit het oog verloren, omdat ze met andere problemen kampten.”

Bouwers worden in de toekomst allemaal logistiek ondernemer

Of het nu een van deze grote bouwers betreft, of een van de vele kleinere: een ding staat voor Rau als een paal boven water: in de toekomst worden ze allemaal logistiek ondernemers, een soort regisseur. Een metamorfose die oncomfortabel zal zijn, net als iedere verandering. Maar dat die transitie er gaat komen: daarvan is hij overtuigd: “Ik ben super optimistisch. Wie niet vrijwillig verandert, maakt straks onvrijwillig de grootste veranderingen mee.”


De Praktijkdag Cobouw Circulair is op 22 maart. Meer informatie over het event is hier te vinden. 

Reageer op dit artikel