nieuws

Hoe BAM en Heijmans vechten om slanker en fitter te worden

bouwbreed Premium 13717

Hoe BAM en Heijmans vechten om slanker en fitter te worden

BAM en Heijmans, die deze week hun jaarcijfers over 2017 presenteren, leden vanaf 2012 per saldo 190 respectievelijk 270 miljoen euro verlies. Wat is er bij beide concerns terechtgekomen van strategische herstelprogramma’s als ‘back in shape’ en ‘marge boven volume’?

Heijmans durfde onder de vorige ceo, Bert van der Els bijzondere, maar riskante projecten aan te gaan. Ton Hillen, de nieuwe ceo, zegt liever nee.

Wie o wie krijgt er eindelijk grip op Heijmans? Vanaf 2008 heeft Heijmans zeven jaar verlies gedraaid, en twee keer winst. In die tijd heeft de Brabantse bouwer vier bestuursvoorzitters versleten. Guus Hoefsloot, Rob van Gelder, Gerrit Witzel en Bert van der Els. Vastgoedman Ton Hillen bestuurt het schip nu ruim een jaar. Geen van zijn voorgangers kreeg het woelige schip in rustig vaarwater. Van der Els deed een dappere poging Heijmans weg te halen uit de ouderwetse aannemerij, waarbij je alleen maar mag bouwen en de marges flinterdun zijn. Hij wilde liever dbfmo-projecten, waar je de kans krijgt te “excelleren”. Hij droomde over smart grids voor woningen, 3D-geprinte bruggen, smart highways en smart materials.

Terwijl Van der Els zijn technologiebedrijf opbouwde, bleef het oude aannemersbedrijf, waar het geld nog verdiend moest worden, bloeden. De dbfmo-projecten werden een molensteen om de nek van Heijmans. Er lag te veel risico bij de aannemer. En die risico’s bleken enorm. De Westfrisiaweg/N23, de Drachtsterweg Leeuwarden, de Energiefabriek Tilburg, het RIVM-project en Wilhelminasluis Zaandam, zorgden in 2016 voor een recordverlies van 110 miljoen euro.

Om het hoofd boven water te houden werden de dochterbedrijven uit Duitsland en België verkocht. Bert van de Els werd aan de kant gezet, Ton Hillen naar voren geschoven. Heijmans wordt kritischer bij het aannemen van werk, zei Ton Hillen vorig jaar. “Nee zeggen is een kwaliteit.” Het credo wordt “doen wat je kunt, en niet doen wat je zou moeten kunnen”. Niet meer projecten aannemen waar je niet goed in bent. Nee, bij elk project wordt alleen nog maar gekeken of “het klantsegment, het risicoprofiel en het marge-potentieel” passen bij de competenties van Heijmans.

Heijmans kreeg van banken adempauze van één jaar. Dat jaar is nu voorbij

Hillen was blij dat Heijmans binnen een jaar veertig à vijftig keer nee had gezegd tegen projecten. De tijd van overeten was voorbij. “2017 zal in het teken staan van winstherstel en schuldreductie”, kondigde de nieuwe topman in februari van 2017 verder aan. In 2018 moest Heijmans immers weer gezond zijn. De banken (ABN Amro, ING, KBC en Rabobank) gunden Heijmans vorig jaar één jaar adempauze. Voor het eerste kwartaal van 2017 gold een volledige vrijstelling van de bankconvenanten; daarna werden de duimschroeven steeds harder aangedraaid. Aan het eind van het jaar moest Heijmans een Ebitda (winst voor aftrek van rente, belasting, afschrijving en afboekingen) van minimaal 20 miljoen euro halen. Ook moet de solvabiliteit boven de 20 procent liggen. De solvabiliteit zakte door de verliezen vorig jaar van 26 naar 16 procent.

Deze week moet duidelijk worden of Heijmans kan profiteren van de gunstige markt. Net als BAM zal Heijmans zich slanker en fitter moeten tonen. De nieuwe omvang van het Nederlandse Heijmans zal rond de 1,5 miljard euro uitkomen, voorspelde Hillen. In 2016 was dat nog 1,9 miljard euro, en in 2007 zelfs 3,7 miljard euro. Ook het aantal medewerkers zal flink verminderen.

Tien jaar geleden had het bouwconcern ruim 11.000 mensen in dienst. Bij het nieuwe Heijmans bestaat er een “goede toekomst” voor 4500 à 5000 mensen, zei Ton Hillen. Dat betekent dat  er vergeleken met 2016 (gemiddeld 6.400 medewerkers) nog ruim duizend Heijmans-medewerkers van de loonlijst moeten. Daarentegen zal de flexibele schil worden uitgebouwd. Te veel personeel hebben is in de bouw, waar de productiestroom niet continu is, een risico. Ook stappen de Brabanders niet meer alleen in grote infraprojecten – de harde les van de Westfrisiaweg. Infraprojecten mogen bovendien niet groter zijn dan 10 procent van de infra-omzet.

Maar zelfs met aangescherpte risicobeheersing heb je in de bouw niet alles in de hand. Over het eerste halfjaar van 2017 moest Heijmans melden dat op het project A9 Gaasperdammerweg, dat Heijmans met Ballast Nedam uitvoert, een verlies van 11 miljoen euro wordt voorzien. Nog een zorg: de projecten die tegen te slechte marges zijn aangenomen, zijn pas na 2018 achter de rug; ze zijn gezamenlijk goed voor bijna 10 procent van de jaaromzet van Heijmans. Ook dit jaar zal Heijmans dus nog niet in kabbelend vaarwater vertoeven.

Resultaten Heijmans en BAM zijn op zijn zachtst gezegd zeer wisselend.

Resultaten Heijmans en BAM zijn op zijn zachtst gezegd zeer wisselend.


BAM werd financieel net iets fitter toen zich in 2017 twee zware tegenvallers aandienden.

De woningmarkt greep BAM vanaf het begin van de crisis bij de keel. Honderden miljoenen moest BAM afboeken op ontwikkelposities en goodwill van projectontwikkelaar AM, dat eind 2008 werd ingelijfd. AM-topman Peter Noordanus moest opstappen. BAM-topman Joop van Oosten nam kort daarna ook afscheid. Opvolger Nico de Vries predikte geduld, geduld, geduld.

Maar zoveel geduld had de markt niet met BAM. Om aan geld te komen werd ingenieursbureau Tebodin van de hand gedaan voor 145 miljoen euro en het verkopen van een belang in baggeraar Van Oord leverde 200 miljoen euro op. De financiële ratio’s werden wat opgepoetst door toeleveranciers later te betalen. De woningmarkt dwong BAM nog eens 400 miljoen euro af te schrijven op grondposities. Netto leed de bouwer uit Bunnik een verlies 184 miljoen euro in 2012. Toen zich in 2014  na problemen in Duitsland (slechte grondcondities bij groot infraproject) en Groot-Brittannië (tegenvallende grondcondities en slecht weer bij middelgroot infraproject) ook een verlies van 108 miljoen euro aankondigde, kon De Vries vertrekken. Rob van Wingerden werd naar voren geschoven.

Het strategische programma Back in shape moest BAM vanaf 2014 slanker en winstgevender maken. De organisatiestructuur moest eenvoudiger. Het aantal werkmaatschappijen werd teruggebracht van 25 naar 10; in Nederland van 12 naar 2. De verschillende bedrijven zouden elkaar in de nieuwe opzet veel gemakkelijker vinden en dus beter van elkaars kennis en kunde gebruik kunnen maken, was de gedachte.

Afgevallen, maar niet fit

Slanker werd BAM zeker: gedurende 2015 verdwenen 1900 medewerkers van de loonlijst. Maar het was nog niet genoeg. Over 2015 haalde BAM een nettomarge van 0,1 procent. Voor elke euro omzet, werd eentiende van een cent nettowinst genoteerd. Au. Schrikbarend weinig. BAM moest wat doen. Het bouwconcern had het back in shape-programma weliswaar afgerond, de patiënt was afgevallen, maar echt fit was het concern nog niet.

Met honderdvijftig managers trok BAM de hei op voor een nieuwe strategie. De nieuwe strategie behelsde vooral “dingen beter doen” en “betere dingen doen”. De nadruk kwam nog meer te liggen op marge-boven-volume en “data-driven-tendering”. Liever minder werk en meer verdienen, dan meer werk en minder verdienen. Als er op projecten wordt ingeschreven, dan moet er dus wel wat te verdienen zijn. “Met enthousiaste mensen zoeken we nu nadrukkelijk aanbestedingen waarmee wij het verschil kunnen maken”, verwoordde infra-directeur Martijn Smit het vorig jaar. “En als we na een week brainstormen dat antwoord niet gevonden hebben, doen we niet mee.”

Een opdracht laten lopen hoort er volgens hem bij. “Dat doen we als het concurrentieveld ons niet aanstaat en er vooral prijsvechters tussen zitten. Als zij onder kostprijs willen inschrijven, veel succes ermee.”

Faillissementen waren volgens BAM-ceo zegen voor de markt

Maar dingen beter doen is lastig als te veel bouwers hetzelfde kunstje willen laten zien. Anno 2018 heeft de bouw nog steeds last van overcapaciteit. Nico de Vries kon midden in de crisis niet rouwig zijn om faillissementen van grote bouwers als Midreth en Heddes. Pijnlijk voor de bedrijven zelf, maar een “zegen” voor de markt, vond hij.

Prijsduiken doen we niet meer, spraken de grote bouwers een enkele jaren geleden af in de marktvisie. Dat zou volgens BAM-ceo Van Wingerden niet leiden tot noemenswaardig minder opdrachten voor de bouwer uit Bunnik, zei hij een paar jaar geleden. Hij zag dat sommige concurrenten wegbleven uit sommige markten. Maar werd de kans om projecten binnen te halen groter? Van Wingerden wist het niet. “Word je concurrerender als je in plaats van zeven nu vier concurrenten tegenkomt bij een aanbesteding? Niet per definitie. Belangrijk is dat we meer aan het werk overhouden.”

Maar data driven-tendering en marktvisie ten spijt, in 2017 verloor BAM twee grote tenders: Zuidasdok en woensdag ook de Blankenburgtunnel.

De nettomarge van 0,7 procent in 2016 mag dan beter zijn dan het jaar ervoor, het bedrijf blijft daarmee toch financieel fragiel. “We willen echt naar een marge van boven de 2 procent. Liefst tussen de 2 en 4 procent in 2020”, zei Van Wingerden vorige zomer. Die marges zijn nodig. “In de bouw loop je geweldig grote risico’s tegen lage marges.”

Blinde vlek ontwerp zeesluis frustrerend

Met hogere marges kun je wat reserve opbouwen. Om onverhoopte tegenvallers in de uitvoering op te kunnen vangen. Die tegenvallers waren er zeker. Meer dan BAM lief is. De instorting van de parkeergarage in aanbouw in Eindhoven bijvoorbeeld.  En de blinde vlek bij het ontwerp van de zeesluis in IJmuiden. Die tegenvallers zullen zich doen voelen in de jaarcijfers. De parkeergarage lijkt een schadepost van minstens 20 miljoen euro op te leveren. Voor de zeesluis is al een verliesvoorziening van 69 miljoen euro genomen. De engineers van BAM en VolkerWessels hadden nog wel allemaal naar het ontwerp gekeken. BAM organiseert bovendien “veel meer design reviews en peer reviews” dan in het verleden, aldus Van Wingerden. Ook externe specialisten zagen geen risico in het ontwerp van de caissons.

“Het is heel frustrerend dat zo veel mensen ernaar gekeken hebben en het allemaal niet gezien hebben. Dat nekt ons nu. Heel erg teleurstellend, maar we zullen ermee moeten dealen”, treurde Van Wingerden. Dit soort risico’s is nooit helemaal uit te sluiten, weet hij. “We werken in een business van risico nemen.”

Reageer op dit artikel