nieuws

Is de jacht op de bouwvrouw eíndelijk geopend?

bouwbreed Premium 1743

Is de jacht op de bouwvrouw eíndelijk geopend?

Is de jacht op de topvrouw geopend? Of is de bouw, waar van oudsher weinig vrouwen werken, nog steeds op zoek naar die ‘echte’ man? “De sector steekt wel meer energie in het aantrekken van vrouwen, maar doet te weinig moeite ze te behouden.”

Het is zeker waar: vrouwen nemen steeds vaker en op verschillende plekken in de bouw een prominente plek in. En ook geldt dat bouwbedrijven steeds meer op zoek zijn naar topvrouwen. In de jaarverslagen van de grote bedrijven wordt er in ieder geval meer ruimte voor ingeruimd. De bouwvrouwen roeren zich zelf ook meer en meer. Niet voor niets zijn er de laatste jaren vrouwennetwerken opgericht. Extern, maar ook intern, zoals EVA van Dura Vermeer.

Nina van Arum, oprichter van Topvrouwen in de Bouw en Infra, ziet ook dat bedrijven steeds vaker diversity managers’ aanstellen, om zo de aanwezige monocultuur te doorbreken. “Binnen de zorg zagen we dat al eerder, nu volgt de technische sector.”

Al jaren aandeel vrouwen in de bouw slechts 9 procent

Toch ligt het aandeel vrouwen, inclusief kantoorpersoneel, in de bouw- en infrasector al jaren op slechts 9 procent (volgens cijfers van het CBS uit 2016). In 2008 was het cijfer precies hetzelfde. Het aandeel vrouwen onder leidinggevenden is nog lager, dat ligt al jaren op zo’n 5 procent.

Als de bouw toch zoveel energie steekt in het aantrekken van vrouwen, waarom veranderen die cijfers dan niet? Of doen bouwers het alleen maar voor de ‘etalage’?

‘Er komen wel vrouwen bij, maar ze gaan ook weer weg’

Volgens Naomi Ellemers, hoogleraar aan de universiteit van Utrecht en gespecialiseerd in vrouwen en arbeid, steekt de technische sector wel meer energie in het aantrekken van vrouwen in managementfuncties, maar doen ze te weinig moeite vrouwen te behouden. “Daarom veranderen de cijfers in deze sectoren nauwelijks: er komen wel vrouwen bij, maar er gaan ook veel vrouwen weg.”

Vrouwen voelen zich vaak niet thuis in bedrijven waar bijna alleen maar mannen werken, stelt Ellemers, en omdat directeuren de manier van werken niet veranderen, vertrekken ze na verloop van de tijd toch weer. “De manier van werken in sectoren waar al jarenlang bijna alleen maar mannen werken is vaak helemaal ingericht op de man. Dit kan al om kleine dingen gaan: er zijn nauwelijks vrouwentoiletten aanwezig, veiligheidshelmen passen niet goed op het hoofd van een vrouw, er is weinig vers fruit en groente in de kantine, de grapjes die worden gemaakt zijn vaak grof en de activiteiten die worden georganiseerd zijn gericht op de man. Daarnaast werken vrouwen vaak op een andere manier. Ze werken meer samen, overleggen meer en benaderen situaties op een andere manier. Als vrouwen dan tijdens het werk steeds te horen krijgen: ‘goh, wat een leuk idee, maar gaan we niet doen’, dan wordt de motivatie om te blijven steeds kleiner”, legt ze uit.

‘Duurzaamheid is meer ingeburgerd dan vrouwen’

Petra Vriens, headhunter van &Female Capital, een uitzendbureau dat zich richt op vrouwen aan de top, herkent dit beeld. Volgens haar zijn bouwers de laatste jaren met ‘veel enthousiasme begonnen’ met het aantrekken van vrouwen, maar kost het ze veel energie om dit beleid vast te houden. “Duurzaam bouwen is in tien jaar tijd meer ingeburgerd in organisaties, dan diversiteit op de werkvloer. Wat daar de reden voor is, is moeilijk te zeggen, maar ik denk dat dit komt omdat er gewoon niet continue aandacht voor is.”

Bouwbedrijven nemen volgens de headhunter bovendien nog steeds liever ‘een man in een rokje’ aan dan een vrouw. “Ik merk wel dat ik meer aanvragen krijg van bedrijven die voor een bepaalde functie een vrouw willen werven, maar ik merk ook dat aan die vrouwen vaak veel hogere eisen worden gesteld. Zo worden vragen gesteld als: hoe ga je dat dan doen met je kinderen? En woon je niet te ver van ons vandaan? Terwijl dat soort dingen nooit aan een man wordt voorgelegd. Daardoor loopt het selectieproces vaak vast. Laatst had ik veertien kandidaten geselecteerd voor een topfunctie bij een groot technisch bedrijf. Niet een daarvan heeft de baan gekregen. Later hoor ik dan dat dit bedrijf toch liever een man wilde.”

‘Wel een toename van vrouwen, maar nog niet te zien in de cijfers’

Als de kenners gelijk hebben, lijkt de jacht op de vrouw dus eigenlijk helemaal niet zo’n vaart te nemen. Toch is niet iedereen het hiermee eens. Nina van Arum, oprichter van Topvrouwen in de Bouw en Infra, denkt dat het aantal vrouwen in lijn- en managementfuncties in de bouw wel toeneemt, maar dat dat gewoon nog niet in de cijfers te zien is.

Nina van Ommen-van Arum.

Nina van Arum denkt dat het aantal topvrouwen in de bouw wel is toegenomen.

“Dit zijn natuurlijk cijfers uit 2016, ik weet bijna zeker dat er de laatste jaren meer topvrouwen bij zijn gekomen. Ik word steeds vaker door bedrijven gebeld met de vraag of ik nog goede topvrouwen ken en ik hoor steeds vaker verhalen dat directeuren blij zijn als ze een vrouw hebben aangesteld”, zegt zij. “Ik vind het een vreselijke term, maar ‘the war on talent’ is echt begonnen, ook om vrouwen. Bedrijven zitten bij elkaar te azen om de beste vrouwen weg te kapen.”

‘Aantal vrouwen zal geleidelijk stijgen’

Ook Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt, denkt dat door het tekort aan geschoold technisch personeel, de vraag naar vrouwelijk talent steeds meer toe zal nemen. Volgens hem geeft de krapte op de arbeidsmarkt vrouwen net dat extra zetje. “Ik denk niet aan een revolutie hoor, ik verwacht niet dat het aantal vrouwen in een jaar opeens met 1 procentpunt toeneemt. Het zal geleidelijk stijgen. In Scandinavië is deze trend al veel langer aan de gang. In Nederland lopen we wat achter.”

Meer maatwerk, meer vrouwen

Dit komt ook omdat de bouw tegenwoordig meer openstaat voor de vrouw, stelt Wilthagen. De sector is aan het veranderen, het is geen stoeremannenbranche meer. “Door nieuwe technologische ontwikkelingen is de bouw minder afhankelijk van spierkracht. Technisch design wordt belangrijker. Bij bijvoorbeeld het bouwen van slimme wijken, is enorm veel design en creativiteit nodig. Dat is iets wat vrouwen aanspreekt en waar ze vaak ook goed in zijn. Woningbouw is traditioneel vooral massawerk en standaardisatie. Maar als het meer maatwerk gaat worden dan is er meer creativiteit en design nodig. Dat zijn kwaliteiten waar vrouwen goed in zijn.”

Juryleden van de Duurzame Bouwvrouw Award: Ellen van Acht en Maxime Verhagen.

De bouw is geen stoeremannenbranche meer.

Lichte groei aantal meisjes in bouwopleidingen

Ook op de plek waar het allemaal begint, bij bouwopleidingen, zijn veranderingen zichtbaar. Bouwopleidingen staan volgens Wilthagen meer open voor meisjes en doen er van alles aan ze te enthousiasmeren voor een technische carrière. Het aantal meisjes dat een technische opleiding volgt neemt daardoor toe. Cijfers van VHTO, landelijk expertisecentrum meisjes/vrouwen en bèta-techniek, bevestigen dit beeld. Al laten deze ook zien dat het om een hele lichte groei gaat. Zo was in 2012 van de 3995 instromers op mbo-opleidingen in het domein bouw en infra, 3 procent meisjes. In 2016 is dit gestegen naar 5 procent (van de 3477 instromers in dat jaar). Bij bouwkunde-opleidingen (hbo) was van de 1695 instromers in 2012 25 procent vrouw, in 2016 was 33 procent vrouw (van de 1414 instromers).

‘Het kan  nog wel honderd jaar duren’

Daniëlle ten Berge, die met haar Stichting Meidendag al jaren jongeren probeert te enthousiasmeren voor bouw of techniek, ziet in tegenstelling tot het VHTO geen toename van het aantal dat een bouwopleiding volgt. Daardoor gelooft zij niet dat er op korte termijn écht significant meer vrouwen in de bouw gaan werken.

Ten Berge: “Toen ik begon was dat wel mijn doel. Maar inmiddels weet ik dat het nog wel een paar honderd jaar kan duren voordat zoiets wordt bereikt. Dat wil niet zeggen dat ik niet geloof dat het niet kan. In Finland en Zweden werken bijvoorbeeld veel meer vrouwen in de bouw- en technieksector. Maar hier in Nederland lijkt het bijna onbegonnen werk. De bouw is hier gewoon zó ouderwets. Zo vinden veel vrouwen het belangrijk in deeltijd te kunnen werken, maar dat lijkt maar niet doorgevoerd te kunnen worden.”

Zelf werkte Ten Berge jarenlang als uitvoerder bij Schutte Bouw en BAM in Zwolle, maar werd ontslagen in de crisis. Nu zou ze weer graag terug willen, maar alleen in een deeltijdfunctie. Maar een deeltijdbaan is volgens haar niet te vinden.

Cobouw schreef dit artikel naar aanleiding van de Top50 vrouwen in de bouw. Nieuwsgierig naar deze top 50? Klik dan hier.


Tips

Wat zouden bouwers moeten veranderen zodat ze makkelijker vrouwen aantrekken én misschien nog wel belangrijker: behouden? Kenners geven tips.

  1. Meer flexibiliteit
    Voor vrouwen is het belangrijk om in deeltijd te kunnen werken, stelt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt. Maar dat kan in de bouw vaak niet. “De bouw houdt zich vrij strikt vast aan vaste werktijden. Als deze slag gemaakt wordt, wordt de bouw al sneller aantrekkelijk voor vrouwen.”
  2. Verander de manier van werken
    Universiteitshoogleraar Naomi Ellemers denkt dat bedrijven hun manier van werken veel meer moeten toespitsen op vrouwen. Volgens haar kunnen kleine dingen al helpen: veiligheidshelmen op maat maken voor vrouwen, meer vers fruit in de kantine, en vooral belangrijk: luisteren naar wat vrouwen in te brengen hebben.
  3. Neem meer vrouwen tegelijkertijd aan
    Petra Vriens, headhunter van &Female Capital geeft het advies meer vrouwen tegelijk aan te nemen en te zorgen voor een een goed boarding programma, waar zowel mannen, oud en nieuw, in participeren. “Als bedrijven op 30 procent vrouwen zitten, in elke laag van de bedrijfstak, blijkt de aandacht voor vrouwen veel beter te worden. Dan blijkt het werk ook beter te gaan.”

 

Reageer op dit artikel