nieuws

‘Van gas los’ weerbarstig in de praktijk

bouwbreed 1560

‘Van gas los’ weerbarstig in de praktijk

Warmtenetten aanleggen voor bestaande woningen en gebouwen blijkt in de praktijk geen sinecure voor gemeenten, constateert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Het aansluiten van warmtenetten hapert. Op nieuwbouwlocaties is koppeling met een warmtenet relatief eenvoudig, maar kiezen gemeenten er vaak voor om projectontwikkelaars niet af te schrikken, of omdat de gemeente het warmtebedrijf niet voor wil trekken. Ook gebrek aan draagvlak onder inwoners houdt de introductie van warmtenetten tegen.

Bij oudbouw moeten warmtenetten nog meer weerstand overwinnen. Verenigingen van Eigenaren vormen een moeilijk aanspreekpunt. En flats waarin de woningen een eigen cv-ketel hebben zijn veel duurder op een warmtenet aan te sluiten dan flats met blokverwarming. Eengezinswoningen vormen volgens het PBL een nog moeilijkere markt, omdat de onderlinge afstanden tussen de woningen groter zijn en ze vaak in particuliere handen zijn.

Het PBL deed onderzoek bij tien gemeenten waar al een warmtenet is of waar vergevorderde plannen zijn om er een aan te leggen: Ede, Purmerend, Amsterdam, Breda, Groningen, Leiden, Dordrecht, Nijmegen, Utrecht en Delft.

Succes op kleine schaal

De successen die er zijn bij de bestaande bebouwing worden vooral geboekt bij grote gebouwen zoals kantoren en scholen en bij flats met blokverwarming die in bezit zijn van woningcorporaties. Deze flats vormen echter  een klein deel van de totale woningvoorraad.

Om de woning- en gebouweigenaren te kunnen verleiden over te stappen naar een warmtenet, zou het tarief ervan duidelijk onder dat van een gasaansluiting (ofwel het zogeheten Niet-Meer-Dan-Anders of NMDA-tarief) moeten liggen. Commerciële warmtebedrijven kunnen zich dat echter doorgaans niet veroorloven, signaleert het planbureau, aangezien zij grotendeels zelf moeten opdraaien voor de hoge kosten van het aanleggen en onderhoud van de infrastructuur.

In acht van de tien onderzochte gemeenten wordt het NMDA-tarief gehanteerd. De warmtebedrijven die hier daadwerkelijk onder zitten – HVC in Dordrecht met 5 procent en Warmtestad in Groningen met zelfs 15 procent – zijn nutsbedrijven met lagere rentabiliteitseisen.

Voorstel: laat iedere Nederlander betalen voor warmtenet

Een structurele oplossing zou zijn dat de kosten voor warmtenetten – net als bij gas- en elektriciteitsnetten het geval is – gesocialiseerd zouden worden, oftewel omgeslagen zouden worden over alle Nederlandse huishoudens, zoals nu bij gas- en elektriciteitsnetten het geval is, oppert het PBL.

Voorwaarde is dat warmtenetten alleen worden aangelegd in gebieden waar ze het meest kosteneffectieve alternatief voor een gasnet vormen. Op andere plekken kan een all electric-oplossing (forse isolatie en warmtepompen) of groen gas het meest kosteneffectief zijn.

Verder vindt het planbureau het belangrijk dat gemeenten meer bevoegdheid krijgen om vervanging van oude door nieuwe gasleidingen tegen te houden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels