nieuws

Hennes de Ridder: ‘De bouw is nog steeds een verschrikking’

bouwbreed 14173

Hennes de Ridder: ‘De bouw is nog steeds een verschrikking’

Hennes de Ridder, gepensioneerd hoogleraar Integraal Ontwerpen aan de Technische Universiteit Delft en schrijver van het boek Legolisering van de bouw, ziet dat in de sector krachten overheersen die ervoor zorgen dat de sector ambachtelijk blijft. “Bij het criminele af.”

Hennes de Ridder aan de telefoon. Boos. Hij heeft net het verhaal over de Lego-bruggen in Cobouw gelezen. De provincie Noord-Holland neemt het initiatief om legolisering toe te gaan passen bij beweegbare bruggen. Paul Waarts, hoofd innovatie bij de provincie, wordt in de krant geïnterviewd. De Ridder: “Die Paul Waarts heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.” Wat Noord-Holland doet noem ik geen Legolisering, zegt De Ridder. Ook Cobouw moet het ontgelden. Dat dit soort kul zomaar zonder kritische vragen in de krant komt. Hij heeft meer kritiek. Al ruim dertig jaar probeert hij de sector te veranderen. Er verandert niets. Niets! Hij wil de interviewafspraak voor de volgende dag, die al een week staat, afzeggen. Daar heeft hij geen zin meer in.

Of hij daar nog even over na wil denken, dringen we aan. Hij aarzelt. Dezelfde avond klinkt hij aan de telefoon al milder. Hij wil het interview toch doen, maar hij ziet er weinig heil in, zegt hij. Hij is zo’n beetje de enige die in de sector durft te roepen waar het op staat. Die poppenkast en eindeloos hetzelfde verhaal vertellen, waar de bouw niets mee doet – spuugzat is hij het. “Maar verder ben ik een goedaardige man. Dat zul je morgen wel merken.”

Ik ben niet bitter, het is hilarisch

De volgende ochtend doet hij om half tien de deur van huis in Aerdenhout open voor zijn bezoek. Er is koffie en speculaas. In de voorkamer staat een vleugel. “Ik speel piano, oude stijl New Orleans”, zegt De Ridder. En soms speelt hij Schumann en Schubert. Zijn vrouw zingt dan. De Ridder zit in een jazzband. “Daarin leer je pas samenwerken!”

Nog even over de telefoongesprekken van de dag ervoor. Hij heeft ADHD. “Ik zie alles, ik voel alles. Daar heb ik last van. Vooral in die bouw, dat is een verschrikking. Pfff man man man.”

Aan de eettafel in de achterkamer neemt de gepensioneerde hoogleraar (1947) met zijn karakteristieke hoge stemgeluid, af en toe onderbroken door een lachsalvo, de huidige bouw de maat. Ja, tot zijn eigen verbazing vertelt hij eigenlijk al dertig jaar hetzelfde verhaal. “Maar dan net anders – omdat de gewone wereld in tegenstelling tot de bouw wel verandert.” Halverwege het gesprek zal hij zeggen: “Ik ben niet bitter, ik ben niet zuur, omdat het eigenlijk hilarisch is.”

Na tweeënhalve minuut is wat hem betreft het interview afgerond. “Wat de bouw niet doet – en wat normale mensen wel doen – is leren en repeteren. Dat doen bouwers dus niet, zelfs niet met de huidige digitale mogelijkheden. Dus het wordt nooit wat. Ik denk dat we nu het interview wel kunnen stoppen. Dat is de kern.”

Foto: Fotopersburo Bert Jansen

De instorting van de parkeergarage in Eindhoven is de blunder van de eeuw, zegt Hennes de Ridder. © Fotopersburo Bert Jansen

De instorting van de parkeergarage is killing voor de sector

Dat de parkeergarage in Eindhoven instortte en daardoor grote breedplaatvloerenonrust uitbrak, is volgens hem een illustratie hoe moeizaam de bouw leert. “Die dubbele plaatvloer is natuurlijk de blunder van de eeuw. Dat je denkt dat er bij de neutrale lijn niet veel gebeurt en er dus balletjes in kunt gooien. Ha! Ze vergeten dat het essentieel is dat de vloer juist daar één geheel moet zijn. De instorting is killing voor de hele sector. De totale bouw is hier verantwoordelijk voor.”

Waarom de bouw niet leert? De oorzaak is dat elk bouwwerk een uniek project is, zegt De Ridder. “Met een unieke klant, met een unieke verzameling stakeholders, op een uniek stukje grond, ambachtelijk gemaakt wordt door een unieke verzameling onderaannemers. Opdrachtgevers specificeren met hun adviseurs dé unieke brug in plaats dat ze de context voor een brug bepalen en vervolgens de markt vragen om met de best denkbare brug te komen.”

Bouwers gedragen zich als capaciteitsleveranciers in plaats van als productleveranciers. Ze kunnen daarom hun kennis niet in producten stoppen en die producten verder ontwikkelen.

“De bouw is de enige sector in de wereld waarin koopcontracten taakverdelingscontracten zijn tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Ze werken beide aan het zelfde, zijn dus beiden verantwoordelijk voor het resultaat en dus is niemand verantwoordelijk.” Dat werkt niet.

“Stel je voor dat ik Toyota ga helpen bij het ontwerpen van mijn auto. Dan weet ik zeker dat het ding nooit de weg op mag, dat hij minstens twee keer duurder is dan hij nu is en ik geen garantie krijg.”

De ziel moet terug bij de opdrachtgevers!

Die verdeelcontracten zijn zeer dik en een kolfje naar de hand van de consultants, meent De Ridder. “In feite wordt de bouw gegijzeld door een leger consultants. Die beroepsgroep moet er dus tussenuit. Opdrachtgevers moeten het zelf doen. De ziel moet terug! Bij de woningcorporaties, de gemeenten, de waterschappen, bij de provincies. Zelfs Rijkswaterstaat. De consultants hebben nu de macht. Ze zijn in het gat gedoken toen alle overheden vanaf begin deze eeuw moesten inkrimpen. Ze hebben er belang bij dat de bouw ambachtelijk blijft en dat elk bouwwerk een uniek product is. Ze willen duizenden tekeningen maken, zoveel mogelijk stakeholders betrekken, en zoveel mogelijk inspraak organiseren. Dat is feestvieren voor de consultants. Maar verantwoordelijkheid dragen? Ho maar. Ja, alleen voor hun eigen portemonnee.”

Niemand durft er volgens hem wat van te zeggen. Iedereen heeft belangen en dubbele petten. Ook in de wetenschap. “Je moet je hok in als wetenschapper en niet allerlei overheidsbedrijven gaan adviseren. Deeltijdhoogleraar? Stop daarmee. Of je bent hoogleraar of niet. Ik wil niet zeggen dat het allemaal bandieten zijn, maar het is niet zuiver.”

Ja, hoe hij zich opstelt roept veel weerstand op. Dat veel mensen uit de bouw een “pesthekel” aan hem hebben, vindt De Ridder eigenlijk best leuk. Hij cultiveert het zelfs een beetje. ”Maar ik krijg nooit een weerwoord”. Noem hem cabaretier – hij deed met band ooit een “Bouwshow” in schouwburg De Philharmonie in Haarlem (”my finest hour”). Noem hem een volksmenner. Maar een oproerkraaier is hij niet. “Ik ben een activist. Maar altijd constructief. Ik heb altijd heel veel commentaar, maar ik zeg ook hoe het wel moet.”  Het is gratis advies.  Hij wil de bouw beter maken. Omdat hij weet dat het zoveel mooier kan.

Legobrug in Wuppertal, zo hoeven de bruggen er nu ook weer niet uit te zien. Foto: Morty

Legobrug in Wuppertal, De Ridder: “Het gaat erom dat je spullen hetzelfde DNA hebben. De structuur moet vastliggen, de vorm is vrij. Dat is de kern van Lego” Foto: Morty

Hennes de Ridder is verknocht aan de bouw

Door zijn eerste echte baan op de Oosterscheldekering is hij verknocht geraakt aan de bouw. Of verwend. Als jonge ingenieur werkte hij daar zeseneenhalf jaar. Het paradijs, vond hij. “Alles werd beproefd, het was eigenlijk een snelkookpan voor innovaties.”

Zo’n innovatieve aanpak is ook nodig om Legolisering in de bouw eindelijk van de grond te krijgen. De Ridder: “Je moet als opdrachtgever de vrijheid geven en de context bepalen, opdat bouwers hun producten kunnen ontwikkelen en dan de strijd om de standaard organiseren. De standaard moet je niet van te voren vaststellen, wat de provincie Noord-Holland nu bij bewegende bruggen wil gaan doen. Er is geen enkele sector in de wereld waarbij de opdrachtgever de standaard zet.”

“Je moet eerst zeggen: ik ga de meest ideale structuur van bewegende bruggen bepalen aan de hand van de bruggen die er zijn. Dan moet je weten hoe ze zich gedragen in alle aspecten. Je gaat kijken welke brug qua structuur de beste performance heeft. Dat is onderzoek! Dus je kijkt naar stabiliteit, sterkte, vervormingen, onderhoud, roestgevoeligheid, hoe het eruit ziet, corrosie – al dat soort dingen. Daarna kun je als overheid zeggen: dit type brug zou ik overal willen hebben. Die vorm is misschien afschuwelijk, maar die geef ik vrij.”

De beste aanbieder bepaalt de eerste standaard. De Lego-stukjes worden bepaald door de staalfabriek en de betonfabriek. Het ontwikkelen van de standaard is evolutie, legt De Ridder uit. De opdrachtgever geeft vrijheid en vertrouwen; de competitie doet zijn werk. Bij elke nieuwe brug wordt de context iets scherper gemaakt. Bij de vierde of vijfde brug heb je 80 procent van de standaard te pakken. Ondertussen wordt de Legodoos steeds completer. “Het gaat erom dat je spullen hetzelfde DNA hebben. De structuur moet vastliggen, de vorm is vrij. Dat is de kern van Lego. De kennis die in het de gemaakte bouwwerken zit wordt in zijn geheel gemobiliseerd in de nieuwe, plus nog wat kennis erbij. Dat is evolutie.” Ook een belangrijk kenmerk: hergebruik. Specifieker: Dat je voor zo min mogelijk energie zo veel mogelijk componenten en elementen een nieuw leven kunt geven.

Ik heb Legolisering afgeleid van de termieten

“Ik heb Legolisering afgeleid van de termieten. Die maken hun huizen zodanig dat de binnentemperatuur nooit hoger wordt dan 31 graden. Ook als ze in een woestijn van 70 graden staan. Die beestjes maken met spuug en zandjes een heel ingewikkeld ventilatiesysteem in huis en ondergrond. Geen termietenheuvel is qua vorm hetzelfde, maar ze hebben allemaal dezelfde structuur.”

Maar als de termieten iets anders gaan bouwen, iets met een ander DNA, werkt het niet meer. Daarom is de kwaliteit van wat de bouw levert ook zorgelijk: er wordt telkens wat anders gebouwd. Logisch, meent De Ridder: “Als ik voor het eerst zeepkist of Ikea-kast in elkaar timmer, is het ook niet veel soeps. Bij de tweede keer gaat het een factor twee of drie beter.”

De termietenheuvels had De Ridder ook in gedachten toen hij een aantal jaar geleden een tunnel voor ProRail bedacht, een ”onderdoorgang evolutie” voor het snel wegwerken van honderden gelijkvloerse kruisingen. In een tunnelalliantie zouden aannemers in een competitie tunneltjes als reeds goedgekeurde producten moeten leveren. “Afhankelijk van de spoordijk en de functionaliteit zou elke tunnel groter of kleiner worden; het zat allemaal in een schaalbaar parametrisch model. Ik heb een slimme student een prototype machine voor een segment laten maken. Alles was geautomatiseerd. Je hoefde alleen maar de geometrie, de belasting, de grond en het grondwater als variabelen mee te nemen. De machine produceerde het segment met wapening en al!” Maar het ingenieursbureau dat werkt voor ProRail had volgens hem geen interesse. “Een schande.”

Maar De Ridder is niet van het pad te krijgen. Zijn boodschap moet verteld. “Bouwers moeten – net zoals in de gewone wereld – goed luisteren naar de klant maar nooit doen wat hij zegt. Nu doen ze precies het tegenovergestelde: ze luisteren niet naar de klant, maar doen wel precies wat hij zegt.” Ze moeten volgens hem niet meer alles maken maar zich specialiseren in bruggen, of kantoren, of stadions, of stations, of woningen, of scholen. “Je moet gewoon een aantal bouwers in zo’n klein landje hebben die zich toeleggen op zo’n product. Je bent dan geen aannemer meer maar producent. Als producent geef je een garantie en weet je wat je maakt. Het gaat erom dat je leert en repeteert en dat je dus niet elke keer het wiel opnieuw uitvindt.”

”Opdrachtgevers hoeven dan niet meer te gunnen op wat een aannemer belooft, maar kunnen eindelijk eerlijk, transparant en objectief gunnen op een goedgekeurd product.”

De Stroomversnelling werd geïnstitutionaliseerde agressie

Een interessante specialisatie is de verduurzaming en renovatie van bestaande woningen zijn. Het klimaatprobleem is volgens De Ridder een driver voor de sector de komende jaren. “De bouw is de grootste vervuilende sector in de wereld en is dus de oplossing voor het probleem.“

Zijn Legoliseringsoplossing: “Maak nou eens een appartementje waar alles in zit, en zet alle relaties tussen de elementjes parametrisch vast in een digitaal model, dan kun je het zo in elk casco schuiven. En maak het demontabel. Dat is de toekomst. Een labelsprong voor 5000 euro bijvoorbeeld. Binnen een dag. Tsjak tsjak tsjak, klik klik klik. Nu is het hakken en breken, containers voor de deur en een gevel uit de fabriek ervoor, maar het vocht blijft en de akoestiek is een ramp.”

Bij corporatiewoningen moet het doel overigens niet zijn om 100.000 woningen energieneutraal te krijgen, meent De Ridder. “Veel beter is het om drie miljoen woningen een labeltje hoger te krijgen. Want we hebben haast met het klimaat.”

De bouw weet die verduurzaming tot nu toe niet te organiseren, constateert hij. Zo is de Stroomversnelling “compleet mislukt”. “Alles was er verkeerd aan, vooral het gebrek aan elementaire kennis van hoe je innoveert. Alle welgemeende kritiek werd driftig van tafel geveegd. De angst vanwege de onwetendheid werd geïnstitutionaliseerde agressie. Tienduizend woningen om te oefenen voor 110.000 woningen, hoe verzin je zoiets achterlijks? In vijf jaar hebben ze vijfhonderd woninkjes gedaan voor heel veel geld. Daarbij is vooral heel veel kostbare tijd verspild. Geen evaluatie achteraf, niets. Het was een systeem van alles samendoen, de poet verdelen en vertrekken. En de deelnemende corporaties en aannemers, die geïnvesteerd hebben, met de puinhoop laten zitten. Eigenlijk bij het criminele af.”

Maar de Stroomversnelling was er toch juist om kennis te delen en te leren industrialiseren? De Ridder wuift het weg. “Als je met zijn allen samen gaat werken wordt het natuurlijk niets. Innoveren kost veel geld. Als ik iets uitgevonden heb, ga ik niet tegen concurrenten zeggen: kijk ik heb iets leuks uitgevonden, ga jij dat ook maar maken. Je werkt helemaal niet samen. Het is een grote leugen. Als je samenwerkt moet je complementair zijn en een benefit sharing-formula hebben. Daar hebben die bouwers nooit van gehoord. En kennis kun je niet delen, wel overdragen. Ze begrijpen niet dat kennis in de producten moet zitten. Ze bedoelden met dat kennis delen natuurlijk informatie delen. Dat kan wel. Wel triest dat ze het verschil tussen kennis en informatie niet eens weten.”

Met Wientjes c.s. win je de oorlog niet, zegt De Ridder. Foto: Christiaan Krouwels

Wientjes overschreeuwt zijn eigen onmacht

De Ridder verwacht niet dat de sector veel zal opschieten met de Bouwagenda van Bernard Wientjes. Cynisch somt hij wat termen op uit de Bouwagenda – zijn stem galmt weer een paar octaven hoger door de huiskamer. “Baanbrekend! Revolutie! Radicaal vernieuwen! Excelleren! Totaal circulair! Spectaculair! Icoon! Disruptief! Sensationeel!” Zucht. ”Dit is een wanhopig geschreeuw om hulp! Deze mensen overschreeuwen hun eigen onmacht. Ernstiger is dat hun publiek uit dociele volgers bestaat en geloven in Wientjes’ heilige graal. En geloof me, hoe minder je weet des te meer je gelooft. Nee, met Wientjes c.s. win je de oorlog niet! Bijzonder vervelend, omdat de huidige wereld in oorlog is met de oude wereld. Ook hier geldt de logica van de bouwhervormingen: het geld is binnen, genieten geblazen, er zal niets veranderen en je wordt er nooit op afgerekend.”

Nee, zoals de bouw er nu voor staat willen weinig jonge mensen er werken, is zijn overtuiging. “Met een beetje normale hersenen kies je een ander vak.” Maar banen blijven er genoeg. “Omdat het werk dus ambachtelijk is gebleven. De echte industrie heeft helemaal geen mensen nodig. Machines doen het werk.”

De haat-liefde-verhouding van De Ridder met de bouw krijgt in ieder geval nog een hoofdstuk. Hij werkt op zijn oude dag nog aan “interactieve digitale ontwerpmachines”, volgens hem uniek in de wereld. Er zijn alleen nog maar interactieve zoekmachines. Het gaat om “dynamische, digitale, conceptuele modellen waarmee de bouw eindelijk een nieuw tijdperk in stapt”, is de overtuiging van De Ridder. Eigenlijk de vervolmaking van zijn Legoliseringstheorie. Geef hem nog even de tijd. “Binnenkort kun je je eigen huis configureren. Ik heb alle algoritmes. Kun je bestellen wat je wilt. Het is altijd goed, veilig, aardbevingsbestendig en goedgekeurd.” Alles wat je van een huis zou verlangen.

Zou het dan toch nog goedkomen met de bouw?

 


Wie is Hennes de Ridder?

Prof.dr.ir. H.A.J. de Ridder (1947) trad na zijn studie civiele techniek in Delft in dienst bij de HBG. In zijn 22-jarige dienstverband werkte hij op een groot aantal projecten waaronder de Ekofisk Protective Barrier en de stormvloedkeringen in de Oosterschelde en de Nieuwe Waterweg. In 1994 promoveerde hij op ‘Design & Construct of Complex Civil Engineering Systems’. In 1995 werd hij deeltijd  hoogleraar methodisch ontwerpen op de Faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen van de Technische Universiteit Delft. In 2004 werd hij voltijds hoogleraar Integraal Ontwerpen  toen hij de leerstoelen bouwinformatica en bouwprocessen erbij kreeg. Begin 2004 startte hij een onderzoeksprogramma rondom het Living Building-concept. In 2011 publiceerde hij zijn boek LEGOlisering van de Bouw, industrieel maatwerk in een snel veranderende wereld.
Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels