nieuws

Friso Bouwgroep: “Boterhammen voor de jongens, daar gaat het om”

bouwbreed 37

Friso Bouwgroep: “Boterhammen voor de jongens, daar gaat het om”

No­-nonsense, geen gekkigheid. Woorden die tijdens het gesprek meerdere keren met klem worden uitgesproken. Op die kenmerkende, licht zangerige toon die de Friese taal eigen is. Er zijn geen woorden die de ziel van Friso Bouwgroep beter blootleggen. En die waarden brachten het bedrijf waar het nu staat, zo menen directeuren Jan Wageman en Henk Dedden.

Friso Bouwgroep staat zelden in de schijnwerpers. “Opdrachtgevers moeten aan ons een betrouwbare partner hebben. Dat is het enige dat ertoe doet. We lopen dus zelden voorop en schreeuwen niets van de daken.”  

Maar Wageman wil daar voor een keer – “schrijf dat alsjeblieft op” – een uitzondering op maken. Want eigenlijk zijn de Friezen wel degelijk apetrots op het feit dat Friso Bouwgroep nu al jarenlang zo’n stabiele plek inneemt in de Cobouw50.  

“Vooruit dan maar. Voor een keer ga ik proberen een beetje op te scheppen. A l zit dat gewoon niet in ons DNA. Van Henk (Dedden, algemeen directeur en eigenaar; red) hoeft al die poespas niet. Doe maar gewoon, vindt hij. Geen gekkigheid. Hij heeft ‘no­nonsense’ uitgevonden.”   

Waarop Wageman aan een opsomming begint. “Wij bouwen de grootste zuivelfabriek van Europa in Cuijk.”  

Dat we in 2014 rode cijfers schreven was een bewuste keuze

“Wij bouwen het duurzaamste onderwijsgebouw in Groningen. Wij bouwen het grootste simulatie­onder­zoekslab in Utrecht. Maar we doen ook kleine uitbouwen.” “Ik durf wel te zeggen dat wij de enige middelgrote bouwer van Nederland zijn die in de crisis niet heeft gereorganiseerd. Dat we in 2014, voor het eerst in de geschiedenis van Friso Bouwgroep, rode cijfers schreven, was een bewuste keuze. Daardoor konden al onze mensen gewoon Kerstmis vieren.”  

Bodem onder het stabiele succes van de Friese bouwer is de veelzijdigheid, stelt Wageman. “We hebben Friso Civiel, Friso Restauratie, Renovatie, we hebben de ontwik­kelingspoot, we hebben de woningbouw, we hebben de utiliteit, we hebben de zorg, we hebben hypermoderne fabrieken die voor 70 procent aan derden leveren. En we doen 24/7 onderhoud, met een eigen meldkamer. Voor Achmea doen we in de noordelijke provincies alle schades. Die veelzijdigheid heeft ons door de crisis gesleept.”  

De veelzijdigheid heeft ons door de crisis gesleept

Afgelopen jaar nam Friso een deel van het failliete Jurriëns over. “Terwijl we zelf al een restauratiebedrijf hadden”, zegt Wageman. “Maar Jurriëns was nog meer gecertificeerd dan wij. Die kennis wilden wij hebben.”  

Dan, opeens, zwaait de deur open. “Jullie hebben het zeker over mij?”, vraagt de man die binnenkomt lachend. Er volgt een ferme handdruk. “Henk Dedden. Aangenaam.”  

Wageman: “Goed dat je er bent, Henk. Dan kun je het in je eigen woorden zeggen.”  

Dedden: “Nee, ik moet zo weg. Nou, heel even dan.”  

De journalist krijgt een knipoog van Wageman. “Vraag hem maar wat je mij net vroeg.” Om die vraag vervolgens zelf te stellen.  

“Wat is de grootste uitdaging voor de bouw, Henk?”  

Dedden: “Dat is makkelijk. Weten wat we moeten bouwen. En dan bedoel ik niet een huisje of een kantoortje, maar wat wil de consument dat wij bouwen? De samenleving verandert nu zo snel. De grootste uitdaging is om daar goed op in te spelen.”  

Kan Friso goed inspelen op de wens van de consument?  

“Wij zijn geen trendsetter. Wij kunnen wel heel goed volgen. En in combinatie met de breedte die we hebben denk ik dat we een eind kunnen komen. Bedrijven die heel eenzijdig zijn, zijn niet klaar voor de toekomst. Ik vind veel schakels in de bouwketen nog uitermate fragiel.”  

Hoe komt dat?  

“Ik weet dat niet precies. Maar wat ik wel zie, en dat komt omdat we hier op het platteland zitten, is dat boeren, agrariërs, veel verder zijn dan bouwers. Als je ziet hoe die een bedrijf runnen: met automatisering, robotisering, satellieten, noem maar op. Die zijn veel verder. Men zegt altijd ‘ domme boeren’, maar je kunt beter zeggen ‘domme bouwers’.”  

En die ‘domme bouwers’ weten niet wat ze in de toekomst moeten bouwen?  

“Nee. Hoe ziet een huis er over 5 of 10 jaar uit? Niemand kan het mij vertellen. Gemeenten niet, corporaties niet. Waarin wil de nieuwe generatie wonen? Ik heb de wijsheid ook niet in pacht hoor. Echt niet. Ik ben maar een simpele bouwvakker. Ik heb geen goede ideeën.”  

Is de kracht van Friso dan echt dat je alleen maar doet waar je goed in bent en dat je vergezichten over hoe het ook zou kunnen maar voor je houdt?  

Dedden: “Dat is Friso wel gewoon ja, om het zo te doen. Daardoor zijn we de afgelopen jaren redelijk door het hele gebeuren heen gekomen. Mijn doelstelling was dat we alle mensen aan het werk zouden houden. Dat zal Jan je wel verteld hebben. Mijn filosofie is ‘boterhammen voor de jongens’. Daarom hebben we ook de mensen van Jurriëns Noord overgenomen. Want de toekomst van de bouw zit hem nog steeds in mensen met handjes die iets kunnen. Er zal straks vast wel een keer een huis uit een printer rollen. Maar bouwen, en helemaal circulair bouwen, betekent ook dat je het oude moet behouden. Je kunt best gebouwen maken die 100 jaar blijven staan, maar die moeten in al die jaren wel 7 of 8 keer worden verbouwd. En daar heb je handjes voor nodig.”  

Wageman: “Nog één dingetje Henk, voordat je weggaat. Friso wordt door de buitenwereld gezien als een bouwer van grote werken. Opdrachtgevers kloppen zelden bij ons aan voor een uitbouwtje. En dat zouden we best graag doen toch?”  

Dedden: “Ja. Het komt denk ik door het verleden. Friso – nog steeds zegt men in Sneek Dé Friso – was altijd een grote werkgever. In de beeldvorming lijkt het alsof we alleen maar grote projecten doen. Maar we halen onze neus dus geenszins op voor kleiner werk voor de middenstand of voor corporaties.”  

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels