nieuws

Kantonnier nu inspecteur Wim van ‘ook functie-inhoud is veranderd’

bouwbreed Premium

Het beroep van kantonnier bestaat niet meer bij Rijkswaterstaat. Kantonniers zijn tegenwoordig inspecteur verkeer of inspecteur onderhoud. Met de naamswijziging is ook de functie-inhoud veranderd. “Bijna alles wordt nu uitbesteed. Wij houden toezicht en coordineren”, zegt Wim van Rooij (45), inspecteur verkeer in rayon Houten van Dienstkring Utrecht.

“Toen ik in 1980 begon als hulpkantonnier, deed ik alles zelf. Schouwen, papier prikken, reflectoren poetsen, putdeksels controleren en allerlei andere klusjes. Ik was verantwoordelijk voor de A2 tussen Oudenrijn en de Lekbrug en ik zorgde dat dat stuk weg er altijd netjes bij lag. Ik zag het als mijn stuk weg.”

Sinds de laatste reorganisatie bij Rijkswaterstaat, ongeveer anderhalf jaar geleden, zijn de kantonniers inspecteurs. “We zijn met vier inspecteurs onderhoud en vier inspecteurs verkeer”, geeft Van Rooij aan. De onderhoudinspecteurs richten zich op specifieke onderhoudstaken, de inspecteurs verkeer vooral op een vlotte doorstroming van het verkeer.

Het rayon van Van Rooij is verantwoordelijk voor de A2 tussen Bunnik en Driebruggen en de A27 tussen Hage stein en Rijnsweerd: “We zijn 24 uur per dag, zeven dagen per week in de weer.”

Ogen en oren

“Wij zijn de ogen en oren van de centrale in Utrecht”, aldus Van Rooij. “Elke dag houden we een schouw in ons gebied, waarbij we de toestand van de weg beoordelen. Als er obstakels liggen, verwijderen we die. Als we constateren dat ergens onderhoud nodig is, zorgen wij dat de aannemer aan de slag gaat. Bij werkzaamheden houden we toezicht op het plaatsen van de afzettingen.”

Ook verlenen de inspecteurs assistentie bij ongevallen. “We plaatsen noodafzettingen en proberen het verkeer in beweging te houden”, licht hij toe.

Afgezien van noodonderhoud doen ze zelf bijna geen uitvoerend werk meer: “We hebben koud asfalt bij ons om gaten in het wegdek provisorisch te dichten. En we hebben materiaal bij ons waarmee we vloeistoffen uit lekkende tankwagens kunnen afdammen.”

Als kantonnier had hij veel contact met mensen langs de weg. “Ik maakte een praatje met automobilisten die met pech stonden of sprak met vakantiegangers op een parkeerplaats. Dat was leuk. Maar het werk dat ik nu doe, heeft ook aantrekkelijke kanten. Er wordt eigen initiatief en denkwerk van me verwacht. Bij grote werkzaamheden moet ik bijvoorbeeld zelfstandig een omleiding uitstippelen. Het is gevarieerd werk. Ik maak van alles mee. Soms ben ik als eerste bij een ongeval. Vooral als er gewonden zijn, is dat niet leuk.”

Maar er gebeuren ook grappige dingen. Van Rooij ziet zichzelf nog aanrennen achter tientallen biggetjes die waren ontsnapt uit een gekantelde vrachtwagen. Hij betreurt het dat automobilisten tegenwoordig zo agressief zijn. “Als ik bij een afzetting sta, wordt er van alles naar me geschreeuwd en soms gegooid. Veel automobilisten trekken zich geen bal aan van snelheidsbeperkingen. Die komen als een idioot aanscheuren en gaan pas op het laatste moment vol in de remmen. Soms scheuren ze met 120 km per uur een meter langs me heen. Aan dit beroep kleven flinke risico’s, ja. Maar daar denk ik liever niet over na.”

Reageer op dit artikel