nieuws

‘Je weet nooit waar je terechtkomt, laat staan wat je te wachten staat’

bouwbreed Premium

“Je visie op ontwikkelingssamenwerking verandert. Directe en kleinschalige hulp aan de mensen die het nodig hebben.” Lambert A.A.M. Klinckhamers (65) heeft lange tijd voor de ENCI gewerkt en ‘werkt’ sinds drie jaar voor PUM, Programma Uitzending Managers. Hij is de enige ‘cementdeskundige’ en al diverse malen uitgezonden om in ontwikkelingslanden cementfabrieken (weer) op poten te zetten en werknemers te instrueren en bedrijfsleiding te adiseren. Geldgebrek, inflatie en managementproblemen zijn tot nu toe de voornaamste problemen. Een portret van een man die sinds hij met de vut ging zijn sporen verdiende in Suriname, India, Honduras en Rusland en binnenkort waarschijnlijk in Brazilie.

l tijdens mijn werk bij de ENCI vroeg NCW-secretaris Jan Tieleman wat ik na mijn vut zou gaan doen. ‘Genieten van het leven’ antwoordde ik. Of ik er niets voor voelde om me in te schrijven voor PUM. ‘Doe maar’ zei ik en dat ben eigenlijk direct weer vergeten. Toen ik 63 was, kreeg ik het aanbod om te stoppen met mijn werk. Dat heb ik van de ene op de andere dag gedaan. Iedereen riep ‘dat lukt nooit, dat moet je afbouwen’, maar ik heb er geen moment spijt van gehad. Die zomer heb ik veel gefietst, samen met mijn vrouw. Ook hebben we samen diverse cursussen aan de Erasmusuniversiteit gedaan; filosofie, geschiedenis – precies weet ik dat niet eens meer – zomaar omdat we dat leuk vonden. Kort na de kerst kwam de brief van PUM, ik was het eigenlijk alweer vergeten dat ik me daar ooit voor had op gegeven. Of ik naar Suriname wilde om daar een cementfabriek weer op poten te zetten. Suriname, daar kwamen nou net geen geweldige berichten vandaan. Na krijgsraad in de familie hebben we toch maar ja gezegd. Half februari zijn we, mijn vrouw en ik, toen vertrokken.”

Lambert Klinckhamers werd 65 jaar geleden in Hoensbroek geboren. “Dat Limburgse accent kun je nog steeds horen he.” En na het gymnasium ging hij scheikundige technologie studeren aan de TU in Delft. Hij studeerde daar van 1952 tot en met 1959. Zijn eerste baan vond hij bij een kalkfabriek in Amsterdam-noord. Drie jaar later was er een vacature bij ENCI in Maastricht. Ik kreeg daar een baan als technoloog in de kwaliteitsdienst. Begin jaren zestig ontwikkelde de ENCI plannen om een cementfabriek in Rotterdam te openen. In 1965 verhuisde de familie Klinckhamers naar Rozenburg en daar wonen ze nog steeds.

Overgewicht

In de studeerkamer hangt nu naast de kaart van India een kaart van Suriname. Verder liggen er grote hoeveelheden papier opgestapeld. Iedere keer als hij iets vertelt, moet er ergens uit de stapels een rapport, kaart of illustratie komen.

“Je probeert je natuurlijk voor te bereiden op zo’n reis maar je weet absoluut niet wat je kunt verwachten. Ik heb in Nederland stad en land afgelopen voor een fatsoenlijke kaart van Suriname. Omdat ik geen risico wilde nemen heb ik mijn halve bibliotheek met handboeken meegenomen evenals een veiligheidshelm, schoenen en testmateriaal. Maar ook elementaire dingen als gum, potloden tot en met paperclips aan toe. Uiteindelijk hadden we veertig kilo overgewicht en dat werd dus bijbetalen. Na een lange vliegreis kom je daar aan en dan valt de hitte als een deken over je heen. We waren wel eerder naar de tropen op vakantie geweest bijvoorbeeld naar Indonesie, maar dat voelt toch anders. Drie uur hebben we gewacht op de bagage en toen eindelijk naar het hotel in Paramaribo.”

“De volgende dag ging ik direct naar de fabriek in Dijkveld, zo’n twintig kilometer ten zuiden van de hoofdstad. Die bleek stil te liggen. En dan sta je daar, hoe pakken we dat aan; tja als een medicus eigenlijk. Inventariseren van de voorgeschiedenis, onderzoeken en een diagnose vaststellen en dan medicijnen voorschrijven. Er waren twee produktie-eenheden, waarvan er een ontmanteld was om onderdelen te hebben om de ander draaiende te houden. Er liep een handjevol mensen rond. De toestand was echt hopeloos. Dollars waren het grootste probleem. Direct gevolgd door het gebrek aan kaderpersoneel. De bedrijfsleider was een man met hart voor de zaak en hij zorgde zo goed en kwaad als het kan voor zijn personeel, maar de mensen uit het laboratorium waren allen vertrokken richting Nederland of de VS, bij de technische dienst was een iemand die een beetje kon lassen en het magazijn was leeg. Bovendien was door de hoge vochtigheidsgraad, verstopping en een enorm probleem van corrosie. De transportbanden, – altijd zeer belangrijk in de cementindustrie – waren verrot en werden provisorisch met nietjes bij elkaar gehouden. Ik heb ze voorgesteld om mengcementen te maken, zodat minder dure grondstoffen nodig waren. En mede dankzij mijn rapporten kwam er weer wat geld vrij via het Stimulerings Aanpassings Programma. Maar de situatie was te slecht om iets constructiefs te doen, ik weet op dit moment niet hoe het met het fabriekje gaat maar het zou me niet verbazen als ze het niet hebben gered.”

kakkerlakken

“Dat was mijn eerste ervaring. Als ik de fabriek was in geweest had ik werkelijk geen droge draad meer aan mijn lijf. Het bleek uitstekend te werken voor mijn lijn, ik ben wat kilootjes afgevallen en het malaria-gevaar was levensgroot. Bovendien kwamen de kakkerlakken uit de koelkast wandelen, maar we hadden tenslotte nog een koelkast. Afzien dus, maar toch de moeite waard.”

Na elke reis voor PUM moeten zowel de adviseur als de onderneming die hulp heeft gevraagd een evaluatie maken. PUM is een organisatie die zich inzet voor ontwikkelingslanden. De uitvoering van het programma valt onder verantwoording van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond. Ruim 4000 cv’s zitten in een databestand dat wordt afgestemd op de aanvraag. Klinckhamers is de enige die veel van cement weet. De bouwtak is wat beter vertegenwoordigd. In 1993 werden meer dan 600 mensen uitgezonden. PUM concentreert zich vooral op kleine en middelgrote ondernemingen in ontwikkelingslanden en het voormalig oost-Europa.

Juist deze bedrijven hebben veel behoefte aan specialistische kennis en ervaring, en zijn niet in staat dat zelf te bekostigen. PUM zendt op verzoek senior-managers uit die op basis van hun arbeidsverleden in staat zijn ondernemingen en instellingen te helpen op het gebied van management, marketing, logistiek, techniek, onderzoek en ontwikkeling. De adviseurs zijn beschikbaar op vrijwillige basis, zij ontvangen geen salaris. De kosten voor de reis, verzekering en een bescheiden zakgeld komen voor rekening van PUM. De lokale kosten, zoals huisvesting, levensonderhoud en kantoorfaciliteiten komen voor rekening van het bedrijf dat om de adviseur/expert vroeg. Een missie duurt gemiddeld twee tot drie maanden. Als de missie langer duurt dan twee maanden dan mag de partner mee.

De eerste kennismaking met Suriname en PUM was toch niet zo afschrikwekkend dat een tweede avontuur ter discussie stond.

Cementdorp

Diezelfde zomer toog de familie Klinckhamers naar India. Bangalore dat het meest in de buurt lag, was drie uur rijden. “Dat was dus een heel ander verhaal; een compleet ander land met bijzondere mensen en een heel andere fabriek. We kwamen daar terecht in ‘the middle of nowhere’ en waren gedwongen in het ‘cementdorp’ te leven. Rond de fabriek was in de loop van de jaren een dorpje met ongeveer 5000 mensen ontstaan waarvan er 1700 in de fabriek werkten. In het dorp stonden een school, een ziekenhuisje en uiteraard een eigen tempel. De fabriek had een capaciteit van maximaal een half miljoen ton per jaar. De cement wordt daar als een soort wasmiddel via allerlei handelaartjes verkocht. De fabriek draaide best goed, maar hier ging het om een algehele evaluatie van het proces, waarbij de nadruk lag op kwaliteitsverbetering. Het bedrijf houdt zich bezig met de fabricage van hoogovencement. Ik heb het hele proces nagelopen. Het is vooral een zoektocht naar concrete oplossingen en ook hier ligt het geld niet voor het oprapen. Er zijn nauwelijks moderne middelen en de factor arbeid heeft daar een hele belangrijke functie. Er werken enorm veel mensen, en dingen die hier allang niet meer met de hand worden gedaan, gebeuren daar nog steeds zonder een enkele machine.”

“Nog niet zo lang geleden ben ik daar voor een tweede keer geweest en het is dan leuk om te zien dat ze toch een paar dingen opgepakt hebben van de aanbevelingen die ik heb gedaan. Zo zijn ze inmiddels bijna klaar met de uitvoering van het kwaliteitsnorm ISO 9002. Verder wordt er inmiddels iets meer aandacht besteed aan milieu- en veiligheidseisen. Twee punten waar we bij de uitzending naar welk land ook steeds op proberen te letten. Er was in dit geval niet meer dan een steuntje in de rug nodig, een evaluatie van de logistiek was eigenlijk genoeg om op het goede spoor te komen. Het grote voordeel was dat je in het Engels kunt communiceren, maar minder prettig was dat we ver van de bewoonde wereld zaten, vooral voor mijn vrouw was dat niet zo leuk. Toch hebben we wel wat uitstapjes gemaakt zoals naar de Taj Mahal in Agra en Bangalore.”

Avontuur

“Rusland was een avontuur apart. Dat is ook het leuke van het uitzendprogramma. Je weet nooit waar je terechtkomt, laat staan wat je te wachten staat. Dat maakt het wel spannend en zeer afwisselend. Juni vorig jaar vertrokken we naar Moskou. Op het vliegveld stond niemand te wachten. We hebben daar nog een tijdje hoopvol staan wachten totdat iemand kwam opdagen. Tja en dan sta je dan. Gelukkig had ik een telefoonnummer en ben gaan bellen. Uiteindelijk hebben we een auto gehuurd en zijn 600 kilometer naar het noorden gereden. Na een barre tocht kwamen we in Soligalic aan en daar houdt de wereld dan op. Ik had voor vertrek begrepen dat ik bij een cementfabriek zou komen, maar dat bleek niet waar. Daar stonden we dan bij een kalkfabriek in een dorpje van 12.000 zielen, zonder hotels. Uiteindelijk kwamen we terecht in een soort sanatorium in vaalblauwe barakken zonder wastafel, kraan of andere sanitaire voorzieningen. Je lag op je knieen om water te tappen. En kreeg als je geluk had driemaal per dag een bal spaghetti uit een soort gaarkeuken. Ik heb echt even in dubio gestaan of we moesten blijven of niet, maar voordat ik bij ENCI werkte heb ik drie jaar bij een kalkfabriek gewerkt, dus zijn we maar gebleven. De problemen daar waren trouwens niet van technische aard maar veel meer van organisatorische. De overgang naar een markteconomie zorgde ervoor dat de traditionele club van afnemers en leveranciers niet meer hetzelfde was. Het andere probleem was dat alles in dollars moest worden betaald en de inflatie gigantisch was. Om die problemen te omzeilen was er een soort ruileconomie. Om de problemen op een rij te krijgen heb ik een soort brainstormsessie georganiseerd. Betrokkenheid bij de fabriek en een stukje eigen verantwoordelijkheid was nog weer een ander probleem dat boven tafel kwam. We hebben toen vooral veel tijd gestoken in het verbeteren van de organisatiestructuur. Ook hebben we gekeken hoe het beste nieuwe klanten ke worden aangetrokken. Een paar weken geleden is een aantal van die Russische werknemers in Nederland geweest. In die week hebben we een aantal bedrijven bezocht en hebben ze met eigen ogen ke zien hoe het ook anders kan.”

“Voordat we in Rusland verzeild raakten, heb ik nog een spoedklus in Honduras gedaan. Er moesten daar binnen een jaar 7000 woningen worden gebouwd. Deze werden opgetrokken met behulp van cement gebonden vezelplaten die niet hard wilden worden. Er stond een fabriekje waar hout werd versnipperd. Daarnaast werd cementmortel aangemaakt. Beide ingredienten werd in vormen gegoten en de platen worden dan als muur gebruikt. De uitval was relatief veel te hoog. Maar ik had al snel bekeken dat het niet aan het cement lag. De metingen waren gewoon goed. Er bleek iets mis te zijn met het produktieproces van de houtvezels. De machines in het fabriekje bleken echter bij toeval van Nederlandse makelij. Zij hebben toen onderdelen gestuurd en de zaak draait nu weer goed.”

Sigaren

“Je krijgt door dit werk wel een andere kijk op ontwikkelingshulp. De kunst is om daar te helpen waar echt nodig. Kleinschalige poen met praktische problemen zijn het snelst en meest effectief aan te pakken. Grote tegenstellingen kun je toch niet oplossen. Verder heb ik geleerd dat ik overal naar toe sigaren moet meenemen, want dat blijkt overal een probleem. Niet dat ik niet perse zonder kan, maar het is en blijft lekker.”

Binnenkort komt een pater uit Brazilie op verlof naar Nederland. Hij komt praten over de mogelijkheden voor een eventueel volgend po. “Vijftig families zijn daar afhankelijk van de kalkproduktie in een fabriekje, maar verdienen op dit moment geen rooie cent. Misschien ke we daar verandering in brengen…”

Reageer op dit artikel