nieuws

NAi toont Golem Golem toont NAi

bouwbreed

Met Golem heeft het Architectuurinstituut beslist geen gewone architectuurtentoonstelling in huis. De staketsels van architecte Urit Luden zijn raadselachtige accenten die vooral het tentoonstellingsgebouw zelf zichtbaar maken.

Wie dezer dagen in Rotterdam langs het Architectuurinstituut loopt, treft her en der in de vijver en galerij vreemde metalen constructies aan. Beeldende kunst van het soort dat de onvoorbereide toeschouwer voor onoplosbare raadsels stelt. Wie gelokt door deze wonderlijke attributen het Instituut op een zondagmiddag binnenloopt krijgt vervolgens het gevoel op een overdekt stadsplein terecht te zijn gekomen met groepjes toeschouwers rond optredende artiesten tussen ogenschijnlijk geimproviseerde coulissen. Kortom, in niets lijkt de tentoonstelling ‘Golem – de rijkdom van architectuur’ op een gewone architectuurtentoonstelling.

Het NAi heeft een waagstuk ondernomen door de grote zaal beschikbaar te stellen aan de jonge architecte Urit Luden voor haar eerste grote tentoonstelling. Haar onderzoek van de taal van architectuur balanceert op de grens van beeldende kunst en begrijpelijkheid. Speciaal voor deze tentoonstelling heeft zij allerlei nieuwe contrapties samengesteld – een ander dan dit in de negentiende eeuw bedachte woord is er niet voor: “uitvindsels zonder gebruiksvoorwaarde”. Het avontuur van het NAi is geen fiasco geworden, alle uitvindsels bij elkaar leveren een wonderlijk soort leegte, waarin als ware het voor het eerst het gebouw zelf zichtbaar is geworden.

Architectuur is Golem

Urit Luden (Tel Aviv, 1961) werkte eind jaren tachtig bij Jan Hoogstad, assisteerde Zaha Hadid bij het ontwerp voor een videopaviljoen in Groningen en begon in 1991 het onderzoek dat nu Golem heeft opgeleverd. “De Golem”, licht Luden toe, “is volgens een oude joodse legende een figuur van klei die op bovennatuurlijke wijze tot leven werd gewekt. Het ritueel van het maken van Golems impliceert het combineren van letters die een taal vormen, die ideeen uitdrukt. Architectuur is, geloof ik, een Golem. Een abstract idee tot vorm gemodelleerd. De bezieling van architectuur ligt verscholen in de interactie met andere disciplines.”

De tentoonstelling bestaat onder andere uit enkele lange vaandels met daarop ontwerpschetsen. Voorts zijn hoge, smalle schotten opgesteld, afgewerkt met papier, gips of verf met daarbij beweeglijke objecten. De tekeningen – ‘de getekende taal van architectuur’ – verbeelden de tentoonstelling en de losse objecten binnen en buiten het gebouw. Ze zijn raadselachtig, maar door hun aanwezigheid geven de tekens het gebouw onmiskenbaar betekenis.

Het ‘Li(o)ne Circus’ – te vertalen als L(eeuw)ijnen Circus – is een koffer waaromheen op gezette tijden een performance met lijnen (touwen) en vormen wordt opgevoerd door een als tovenaar verklede Urit. Daarnaast vindt af en toe een optreden plaats door componist Michel Waisvisz die met synthesizers toevallige geluiden en bewegingen omzet in muziek.

Wie wil kan thuis zelf een Golem maken met behulp van ‘Boox’, een kruising tussen een boek en box met attributen. Ook daarvan is in de tentoonstelling het ontwerp en het resultaat opgesteld.

Gebouw komt tot leven

Het effect van dit alles is, zeker voor wie binnenloopt als de performances aan de gang zijn, dat het gebouw tot leven komt. Nog niet eerder was de ruimte van het instituut zo helder te ervaren. Op deze schepping van Jo Coenen is rond de opening, alweer twee jaar geleden, de nodige kritiek gekomen. Maar nu blijkt hoe sterk het gebouw variaties in ruimtes koppelt aan een grote transparantie. Door alle variaties heen kun je toch steeds contact houden met het geheel. Terwijl Waisvisz optreedt, kun je ontspannen rondzwerven en vanachter colonnades, vanaf allerlei galerijen en door de roostervloer van de dakzaal heen de muziek en bewegingen blijven volgen.

Als dit is wat Luden bedoelt met de uitspraak dat haar installatie de ruimte “openlegt”, dan is zij daar goed in geslaagd. Het gebouw krijgt er de levendigheid en veelzijdigheid van een stadsplein of marktplaats van; op andere momenten lijkt het een laboratorium waar architectuur wordt uitgevonden. Beneden in de grote zaal nog raadselachtig, op de hogere verdiepingen concreet met tentoonstellingen van werk van Gunnar Daan (in uitvoering) en Michiel Brinkman (geschiedenis); op de dakzaal weer onderzoekend, laboratorium-achtig van karakter met het verslag van een studiereis naar Los Angeles.

Weg met die roosters

De enige verstoring van de ruimtelijke continuiteit vormen de genoemde roosters: van benedenaf gezien vormen ze een te massief ‘dak’ van de grote zaal. Dat blijkt nu temidden van alle luciditeit des te nadrukkelijker. Wat de roosters aan het zicht onttrekken is de ruimtelijkheid van de hoge dakspanten. De dimensie van hoogte boven die van uitgestrektheid met de colonnades en galerijen in lengte en breedte. Het is begrijpelijk dat men die zolder wil benutten voor tentoonstellingen, maar enige beperking is absoluut noodzakelijk – steeds moet tenminste een deel van de roosters verwijderd zijn. Die enkele onbelemmerde doorzichten die dan ontstaan zullen voldoende zijn om de ruimte van het totale instituut in zijn volle glorie te ke beleven.

Alle raadsels van de Golem hebben in ieder geval dat klare inzicht opgeleverd.

‘Golem’ is tot 7 mei opgesteld in het NAi. Openingstijden: di. t/m za.: 10.00 – 17.00 uur; zon.: 11.00 – 17.00 uur.

Optreden van het Li(o)ne Circus: 16, 22 april en 7 mei om 13.00, 14.00 en 15.00 uur; op 17 april om 13.00 en 14.00 uur en 23 april alleen om 13.00 uur. Optreden Waisvisz: 17 april om 14.30 uur. Zondag 23 april is er een ronde tafelgesprek met de filosoof prof. Doorman, kunstenaar Peter Struycken en industrieel ontwerper Wim Crouwel over Golem.

Reageer op dit artikel