blog

Plaksteen dunne diversiteit

bouwbreed 387

Sinds kort rijd ik frequent door de nieuwe Delftse woonwijk Harnaschpolder. Hier toont zich de (post) crisiswoningbouw in vol ornaat. Aan weerszijden van de provinciale weg liggen drielaagse eengezinswoningen waarvoor de bewoners zelf hun gevel konden kiezen.

Plaksteen dunne diversiteit
Ronald Schleurholts, ambassadeur Ontwerpen met Licht & Lucht. Foto: cepezed/Lucas van der Wee

Dit conform het ‘wonen a la carte’, ‘wenswonen’ of welk ander marketingconcept van de bouwende ontwikkelaar dan ook. Het heeft geresulteerd in een straatwand met verschillende kleuren baksteen en een afwisseling van raamverdelingen en typen dakranden. Dit zou in potentie een rijke aanblik kunnen bieden, maar in werkelijkheid is het een tamelijk treurig schouwspel. De afwisseling in gevelmaterialen en -uitvoeringen is uiteindelijk zo beperkt als de plaksteen waarmee de façades zijn afgewerkt dun is. Daarachter liggen honderden gelijke woningplattegronden, bijna letterlijk in beton gegoten.

Dit soort wijken zou niet gebouwd worden als er geen markt voor was. Maar je kunt je afvragen of deze monotone buurten vol eengezinswoningen met mini voor- en achtertuin wel zo toekomstbestendig zijn. In weerwil van de zogenaamde keuzevrijheid hebben de woningen vrijwel allemaal dezelfde korrelgrootte en zijn ze uitgevoerd met een bouwsysteem dat buitengewoon inflexibel en materiaalinefficiënt is. Niet echt duurzaam dus en al helemaal niet aan te passen op veranderende wensen en behoeften.

Het type bouw gaat voorbij aan het stijgende percentage éénpersoonshuishoudens. In de grote steden ligt dit nu al op de helft. Die toename is geen strikt Randstedelijk verschijnsel: de verwachting is dat in 2040 meer dan 40% van alle Nederlandse huishoudens éénpersoons is.

Hoog tijd om de woningbouw op te schudden met alternatieven. Transformatie van binnenstedelijke utiliteitsbouw tot urbane woningbouw met een grote diversiteit aan typologieën is één inspirerend antwoord. Maar bovenal zou ik zoeken naar adaptieve en dus flexibele bouwsystemen die zich wel kunnen aanpassen aan demografische verschuivingen en veranderende woonwensen. En die zo ook veel duurzamer omgaan met grondstoffen en energie.


Ronald Schleurholts, cepezed

Reageer op dit artikel