blog

Bezemwagen

bouwbreed 622

Heerlijk, het voorjaar. We trekken erop uit. Ook de vele weekendpelotons zijn weer op weg, waarbij alle renners (meest ‘mamils’) vechten om een koppositie. In professionele pelotons verzamelt zich al snel een bus voor de bezemwagen. Die bezemwagen gebruik ik vaak als metafoor voor de regelgeving rond de energieprestatie.

Bezemwagen

‘BENG is de bezemwagen, echte koplopers doen het beter’ is mijn stelling. Tijdens een presentatie op Building Holland werd ik terecht gewezen vanuit de zaal. De bouwsector is geen amateurpeloton; ze misbruiken de bezemwagen als maatstaf.

Met spijt moet ik toegeven dat dit in te veel gevallen klopt. De minimumeisen zijn de norm. Dat moet ook de observatie van Duurzame Top50-winnaar Onno Dwars van Ballast Nedam zijn geweest, toen hij niet-energieneutrale nieuwbouw anno 2019, ‘misdadig’ noemde. Het is dezelfde observatie die de criticasters van de BENG-eisen voor ogen hebben: de focus op het minimum, ook waar het zonder veel inspanning beter kan.

Dus de bezemwagen maar harder laten rijden? Hogere eisen stellen? In de Tour zorgt dat voor uitvallers, in het vastgoed zal dat niet anders zijn. Niet alle gebouwtypen zijn dan nog te realiseren. Het dilemma is het gevolg van een mentaliteit die zichzelf in stand houdt. Desnoods de remmen inknijpen als het achterwiel van de concurrent dichter bij de voorbumper van de bezemwagen lijkt te komen. Het vraagt de verkeerde energie, het is de verkeerde richting. Het gaat er ten onrechte van uit, dat de plaats voor de bezemwagen open staat voor iedereen. In een wielerwedstijd verdien je die plek door op andere momenten kwaliteit te leveren: als waterdrager, als gangmaker in het treintje, als afmaker in de sprint. Je levert kwaliteit voor het geheel van de ploeg. Zo moeten we de bouw ook laten werken: herkenbare kwaliteit, ook als die onderling verschilt. Als aanbieder kun je dan kiezen voor de nadruk op comfort en gezondheid, op een lage prijs door een slim bouwsysteem, of op feilloze uitvoering (!). Dan is het minder een bezwaar als je qua energiezuinigheid net aan het wettelijk minimum voldoet. Die plek vlak voor de bezemwagen moet je verdienen. De rest fietst gewoon een tandje harder.


Harm Valk, Partner / senior adviseur, Nieman Raadgevende Ingenieurs

 

Reageer op dit artikel