blog

Blijf praten

bouwbreed 288

Blijf praten

Het is misschien een dooddoener. Zelfs als je er alles aan doet om ongevallen te voorkomen, kan het je treffen. Ik denk aan Aron. Hij kwam onder een hsb-wand terecht, overleefde dat, een wonder. Zijn baas kon het nauwelijks geloven. Aron? Op de intensive care? Uitgerekend de betrouwbare bouwvakker waar hij zich nooit zorgen over maakte?

Ik denk aan Esmee. De vriendin van Haiko. Haiko was een van de bouwdoden in 2017. Esmee deelde haar verhaal, gaf het hardnekkige probleem van onveilige situaties op bouwplaatsen daarmee een gezicht. Ontroerend, pijnlijk en moedig tegelijk. Met Aron hoopte ze op betere tijden en de ogen van eenieder in de sector te openen.

Of het iets heeft uitgehaald? De ongevallencijfers over het afgelopen jaar zijn nog niet bekend, maar 2019 belooft in elk geval niet veel goeds. Het jaar was nauwelijks zeven ochtenden oud of het ging al mis. Uitgerekend op een bouwplaats van Dura Vermeer, misschien wel de meest veilige bouwer van Nederland op papier.

Het zou je collega maar zijn. Je werknemer, je kind. En dan word je ook nog eens geconfronteerd met al die meningen en verhalen en maatregelen die volgens deskundigen nu weer nodig zijn. Ook in dit commentaar lijkt elk woord er een te veel: wat moet je zeggen?

Moet ik er schande van spreken, weer zeggen dat de bouw niets wil leren van ongevallen, extra zout in de wonden gooien? Nee. Maar ik wil wel graag herhalen dat elke dode in de bouw er eentje te veel is, al zijn ze misschien wel helemaal nooit te voorkomen.

Met z’n allen moeten we blijven schrijven en praten over de dingen die niet leuk zijn of geen schoonheidsprijzen verdienen. Hoe pijnlijk dat ook is. Al lijken het soms allemaal dooddoeners. Begraven en vergeten, verdient niemand.

Reageer op dit artikel