blog

Woongeluk

bouwbreed Premium 537

Zeer recent mocht ik reageren op een advies aan de provincie Zuid Holland om een groenblauwe structuur te ontwikkelen voor het stadslandschap van de provincie. Zeg maar die stedelijke brij tussen duinenrij en Gouda, met her en der stukken groen en grote scherven glas daarin en breed meanderende stroken asfalt met eindeloze stromen auto’s en vrachtverkeer.

Woongeluk
Jan Fokkema

‘Het lelijkste stuk van Nederland’, zoals mijn echtgenote placht te zeggen; en wij wonen daar midden in, in één van de mooiste Vinex-wijken van Nederland. Met de stelling van mijn vrouw ging ik ook het debat in die middag en ik werd niet weersproken, zelfs niet door de twee aanwezige gedeputeerden.

Het debat over stad en land is pijnlijk. Het krampachtig volgehouden mantra: ‘bouwen mag alleen binnen bestaand stedelijk gebied’, is in onze regio met een enorme woningvraag, grote bereikbaarheidsproblemen, complexe uitdagingen waar het gaat om de energietransitie en de waterproblematiek het meest pregnant. Maar die uitdaging is er voor heel ons land. Ik zie het pleidooi voor een groenblauwe structuur als een poging om uit de kramp te komen en om woongeluk bij nieuwe ontwikkelingen als uitgangspunt te hanteren.

Hoe kunnen we van begin af aan, als we gaan investeren in nieuwe stedelijke ontwikkelingen, de woon- en leefkwaliteit centraal stellen. Dat is de opgave van deze tijd. Investeren in rood terwijl we tegelijkertijd integraal ook al die andere opgaven meenemen. In het advies van de provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit is dat in mijn beleving heel praktisch vertaald in: hoe kunnen we met nieuw groen en blauw dat nieuwe rood verbinden met bestaand blauw en groen en beide daar beter mee maken. Meer kwaliteit geven. En zo werkende weg een groenblauwe structuur creëren die zich echt als een landschapspark laat beleven. Zodat je vanaf je voordeur via groenblauwe verbindingen een rondje kunt wandelen of hollen, naar school kunt fietsen of naar je werk op je speed-pedelic kunt racen. Iedereen vindt het fijn als dat door een parkachtige omgeving kan. Dat verhoogt ons welzijn en welbevinden.

Voor dat nieuwe ontwikkelen is het nodig dat we de handen ineenslaan, dat gemeenten niet met de ruggen naar elkaar gaan staan, dat de provincie echt regisseert en desnoods met enig machtsvertoon partijen in het gareel krijgt. En dat we de complexiteit van die opgave serieus blijven nemen. Niet vanuit achterhaalde zwartwit-tegenstellingen of op basis van het stapelen van eisen of het botweg afromen van baten. Maar vanuit het woongeluk van de bewoners en de gebruikers van de verstedelijkte gebieden. Want daar moet het ons uiteindelijk om te doen zijn.


Jan Fokkema, directeur NEPROM

Reageer op dit artikel