blog

Het poldermodel van de klimaattafel Gebouwde Omgeving

bouwbreed Premium 441

Het poldermodel van de klimaattafel Gebouwde Omgeving

Het is al weer een poosje geleden dat we een blog hebben gemaakt; veel drukte, maar ook het in acht nemen van terughoudendheid rondom de klimaattafel Gebouwde Omgeving gaven hier de aanleiding voor. Tot onze eigen verbazing werd ik door Maxime Verhagen gevraagd om Bouwend Nederland aan deze tafel te vertegenwoordigen. Naast (branche)vertegenwoordigers als Bernard Wientjes en Claudia Reiner een hele eer, maar ook een lastige opgave. Hoe vertegenwoordig je als ‘stroomversneller’ naast Leen van Dijke (die ook deelnam) de bouwsector met haar 4.300 leden?

In onze optiek hebben we er uit gehaald wat er in zat. We hadden en hebben niet de illusie dat we in 3 maanden van 4.300 collega’s koplopers kunnen maken, maar weten wel dat we deze gigantische doelstelling alleen gezamenlijk kunnen bereiken. Je leert te polderen en komt tot de conclusie dat je (gelukkig) voor je eigen bedrijf keuzes kunt maken die veel drastischer zijn en gedragen worden door een filosofie en mening die bij jou past.

Daarnaast had ik alle betrokkenen goed gewaarschuwd dat ik absoluut geen politiek weet te bedrijven, maar alleen feitelijk juiste praktijkinformatie kan verschaffen. Wij hebben op bijna elk onderdeel van de energietransitie projecten lopen. Praktijkverhalen vanuit onze NOM-woningen, gerobotiseerde gevellijn, geothermie ontwikkelingen, een pilot met gebouwgebonden financiering, monitoring van een kleine 1.000 all-electric woningen, gebouwen aangesloten op stort- en biogas, woningen op een eigen warmtenet en een ESCO op een ijshal. Uit deze praktijksituaties hebben we conclusies getrokken en gedeeld met de tafels.

Na gisteren kunt u de uitkomst van de klimaattafels evalueren. Het gezamenlijke doel: 49% reductie op de CO2 in 2030. We hebben een top 6 punten geproduceerd, die voor onze branche belangrijk zijn:

  1. Systeemkeuze Tot en met 2021 krijgen gemeenten de tijd om samen met stakeholders en bewoners een plan per wijk te maken. Dit plan omvat de urgentie (welke wijk wanneer) en welke energie infrastructuur de wijk krijgt. De door ons zo gewenste systeemkeuze, op basis waarvan onze branche haar propositieaanbod kan maken.
  2. Besparing Iedereen is gelukkig overtuigd. Eerst besparen! Door middel van ’goed’ isoleren, en vervolgens duurzaam opwekken. In het woordje ‘goed’ zit de crux. Hoe ver gaan we? Dit is nog niet helder vastgesteld, maar wij zijn voorstander van isoleren tot een verbruik van maximaal 50 kWh/m2 voor een standaard hoekwoning. Voor een appartement (lager) of vrijstaande woning (gelijk of iets hoger). De norm kWh/m2 wordt gelukkig ingevoerd. Een norm, waarbij op basis van daadwerkelijk gebruik wordt afgerekend. De hoofdlijn is trias energetisch en no-regret.
  3. Aanbod van warmte Naast substantiële besparing zal het aanbod van duurzame warmte drastisch verhoogd moeten worden en daarmee ook de warmtenetten vergroot en vermeerderd. Te denken valt aan (collectieve) warmtesystemen op basis van geothermie en aquathermie, duurzame gassen, collectieve warmtepompen, zonne-energie, etc. Warmtenetten dienen te worden voorbereid op een lagere toekomstige temperatuur.
  4. Innovatie De komende jaren zal er fors ingezet worden op innovatie. Het doel is hogere efficiency (proces en techniek), lagere kosten en beschikbaar krijgen van uitvoeringscapaciteit. De bouw zal een focus hebben op gerobotiseerde productiestraten en gestandaardiseerde dak- en gevelelementen, en inzetten op circulaire en digitale bouwmethoden. Hiermee zal een extra kostenbesparing gerealiseerd worden. Iets waar wij persoonlijk ook veel belang aan hechten.
  5. Betaalbaarheid Hoe wordt de ‘grote verbouwing’ gefinancierd? Eerst een prikkel door te schuiven met energiebelasting. Voor particulieren wordt gewerkt aan een ‘gebouwgebonden financiering’. Een model voor de financiering van energienetten tijdens de transitie en de daarbij behorende versnelde afschrijving op de gasnetten gaat er komen. Hoe je het ook wendt of keert, er is sprake van een onrendabele top en die moet worden bekostigd. Hoe, dat is deels aan de politiek.
  6. Snel van start Aannemers en aanbieders van warmtetechnieken richten een proces in voor opschaling op basis van de startmotor. Aanbieders maken een propositie op basis van schilverbeteringen, inpassing van duurzame warmtebronnen en opweksystemen en bijbehorende (laag) temperatuur afgiftesystemen. De komende drie jaar gaat het om 100.000 woningen van corporaties en vastgoedpartijen. Met hun grote aantallen vastgoed ontstaat versnelling om de gebouwen aardgasvrij te maken.

We hebben met ons innovatieteam geprobeerd de effecten hiervan op de gasvraag te projecteren. We constateren direct weer een nieuwe uitdaging:

  1. Het gedeeltelijke elektrificatie van de gebouwde omgeving, mobiliteit en industrie, en…
  2. het afbouwen de Nederlandse gasproductie, en…
  3. de snelheid van de beperkende maatregelen, en…
  4. de (op dit moment trage) groei van alternatieve bronnen…

compenseren elkaar niet!

Kortom, tussen 2025 en 2030 zal de vraag naar Russisch gas mogelijk toe gaan nemen. Poetin wrijft alweer in zijn handen. We moeten als de donder nieuwe alternatieve technieken ontwikkelen, want de vooralsnog toenemende gasvraag zal de volgende uitdaging zijn. Op het Groninger gasveld hoeven we, gelukkig voor de Groningers, niet meer te rekenen, aldus minister Wiebes.


Biense Dijkstra, directeur bouwgroep Dijkstra Draisma

Reageer op dit artikel