blog

Het wonder van Babylon

bouwbreed Premium 318

Het wonder van Babylon

Om kwart voor 7 stappen er vier grote mannen in witte overalls uit een busje. De vijfde, de jongste van het gezelschap, is gekleed in een zwart trainingspak. Ze rekken zich uit. Kennelijk zijn ze net wakker.

Het zijn zo te zien stukadoors, hoewel de jongste daar niet op gekleed is. Ze lopen naar het appartementencomplex in aanbouw. Een Nederlandse bouwvakker staat bij het hek te roken en wenst ze een goede morgen. Zwijgzaam lopen ze verder. Het bouwterrein op.

Het is wonderlijk dat het lukt om bouwwerken te maken met bouwploegjes, die niet alleen ieder een ander specialisme beheersen, maar ook nog eens een andere taal spreken, vaak het Nederlands niet (goed) verstaan en gewend zijn aan een andere bouwcultuur. Wat in Babylon niet werkte, lukt kennelijk tegenwoordig wel.

Vreemde bouwploegjes

Dat heeft met drie dingen te maken. In de eerste plaats bestaan die ‘vreemde’ bouwploegjes uit specialisten in hun vak. Het zijn mannen, die hun vak verstaan. Sterker nog, juist hun ambachtelijk vakmanschap maakt hen gewild.

In de tweede plaats vergt het bouwplaatsmanagers, die respect hebben voor dat vakmanschap en die er vertrouwen in hebben dat het goed komt. Als zo’n manager wil gaan instrueren of ‘bevelen’, dan is het bijna voorspelbaar dat het niet goed komt. Dan ontstaan er pas echt misverstanden. Want dan wordt taal belangrijk; de betekenis van woorden is dan bepalend.

In de derde plaats moet je er niet een werkgemeenschap van willen maken. Het personeel op de bouwplaats is tegenwoordig een bonte verzameling van zwervende bedrijfjes en specialisten die elkaar toevallig tegenkomen en daarna wellicht nooit meer. Ieder doet zijn ding en dat is het. Werkrelaties zijn functioneel en niet collegiaal.

Wie die nieuwe werkelijkheid op de bouwplaats begrijpt en dat kan aansturen verricht dagelijks een klein wonder.

Lenny Vulperhorst, Adviseur Andersson Elffers Felix Utrecht
l.vulperhorst@aef.nl

 

Reageer op dit artikel