blog

Vergeet de ‘electronic cottage’

bouwbreed 371

Vergeet de ‘electronic cottage’

De laatste tijd beluister ik weer fantasieën dat we ons binnen enkele jaren door nieuwe, zelfsturende (deel)auto’s en volledige virtualisering van onze beleefwereld, zullen terugtrekken in een elektronisch hutje op de heide en dat de stad zal leeglopen. Zie je het voor je? De ganse dag, hand en hand met je partner op de bank, het spelend kroost aan je voeten en een virtuele bril op je neus, terwijl je jouw virtuele leven in de rest van de wereld leeft? Forget it!

Nagenoeg elke nieuwe techniek heeft de mens gebruikt om dat te doen wat hij of zij het liefst doet en minder te doen waar hij een hekel aan heeft. En dat betekent met nog meer verschillende mensen samen zijn, iets beleven en dat delen.

Bij de komst van de telegraaf, de telefoon en internet dacht men ook elke keer dat de rol van afstand zou verdwijnen. En dat de rust zou wederkeren. Maar we worden alleen maar drukker en drukker. Mensen wonen niet in de stad omdat ze er een hekel aan hebben om in de file te staan. Mensen willen juist vanwege de nabijheid van alles en iedereen in de stad wonen. Leven doe je samen.

Daarom, infrastructuur is essentieel. Zoals wethouder Reves het laatst zei: geen rails, geen huizen. En datzelfde geldt voor busbanen, (snel)wegen, snelfietspaden en vliegvelden. Alles wat mobiliteit mogelijk maakt. Daar moeten we nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op afstemmen. Natuurlijk, de stad is er in gradaties. Niet iedereen wil in een appartement in het centrum. Velen kiezen voor een mooie eengezinswoning in een prachtige, groene nieuwbouwwijk in de polder. Maar ook dan, met stedelijke voorzieningen, stedelijke plekken onder handbereik.

Wonen en mobiliteit moeten hand in hand gaan. We moeten daarom meer geld vrij maken voor mobiliteit en bereikbaarheid in en nabij de stad en dus minder voor asfalt buiten de stedelijke agglomeraties. En gezien onze onbegrensde drift om te bewegen, ontkomen we er niet om mobiliteit nog veel beter te beprijzen, inclusief externe effecten als CO2-uitstoot en ruimtebeslag.


Jan Fokkema, directeur NEPROM

Reageer op dit artikel