blog

Het nieuwe huisjes melken

bouwbreed Premium 776

Het nieuwe huisjes melken

De stadsvernieuwing rekende af met huisjesmelkers. We hebben het over de jaren ‘70 en ’80 van de vorige eeuw. Een huisjes melker was in die tijd een volks type. Of zelfs een ietwat louche figuur. Rijk geworden in ‘de’ handel (wat dat ook moge betekenen). En van plan nog rijker te worden door te beleggen in versleten stadspanden.

Het verdienmodel was eenvoudig: eerst tegen te hoge prijzen verhuren aan kansloze of hopeloze woningzoekenden (huisjes melken) en dan na een tijdje verkopen (uitponden). Verloedering was verrassend genoeg waarde verhogend; immers, lokale bestuurders wilden af van dat soort panden en betaalden vaak de hoofdprijs.

Nu de woningmarkt in de steden verhit is en het weer ritselt van de kansloze en hopeloze woningzoekenden, grijpen huisjes melkers opnieuw hun kans. Door huren te maximeren, onderhoud te minimaliseren en ook nog eens telefonisch of per mail onbereikbaar te zijn, wordt met minimale inspanning het maximale rendement behaald.

Omdat de schaarste toeneemt is er een permanente druk om dat maximaliseren van de huur telkens weer te ‘actualiseren’.  Dat ‘eigendom diefstal is’, schreef Proudhon in 1840 al, maar huisjes melkers opereren wat dat betreft in de eredivisie. Zo zien ze er tegenwoordig ook uit.

Niet meer de oudere mannen met een morsig pak, broekband onder de te dikke buik, kruis op de knieën, et cetera, maar jong en eigentijds. Met een snel pak of hipster-look. Baard(groei) en een hippe bril.

Kan Cobouw niet een fotograaf vragen een serie ‘columns’ te maken waarin deze mannen (ik heb nog geen vrouwen voorbij zien komen in de weekendkranten) op hun best (of slechts) worden geportretteerd? Dat kan fraaie beeldgeschiedenis opleveren, die we over 40 jaar weer goed kunnen gebruiken.


Lenny Vulperhorst, Adviseur Andersson Elffers Felix Utrecht
l.vulperhorst@aef.nl

Reageer op dit artikel