blog

Sleutelen aan Wet Kwaliteitsborging?

bouwbreed 1208

Sleutelen aan Wet Kwaliteitsborging?

In het Eerste Kamer-debat over de Wet kwaliteitsborging speelden onder meer het onderscheid tussen soorten opdrachtgevers en de waarschuwingsplicht van de aannemer. De eerste kwestie was onderwerp van een amendement van Ronnes (CDA), dat het niet haalde in de Tweede Kamer. De tweede was onderwerp van een amendement van De Vries (PvdA), dat wel in […]

In het Eerste Kamer-debat over de Wet kwaliteitsborging speelden onder meer het onderscheid tussen soorten opdrachtgevers en de waarschuwingsplicht van de aannemer. De eerste kwestie was onderwerp van een amendement van Ronnes (CDA), dat het niet haalde in de Tweede Kamer. De tweede was onderwerp van een amendement van De Vries (PvdA), dat wel in de wet belandde. Vooralsnog lijkt het erop dat het sleutelen aan de wet betrekking gaat hebben op deze twee onderwerpen.

De eerste kwestie heeft alles te maken met het verzet tegen de uitbreiding van de aansprakelijkheid van de aannemer na oplevering: na oplevering de aannemer aansprakelijk is voor gebreken die bij oplevering niet zijn ontdekt, behalve wanneer het gebrek niet aan hem is toe te rekenen. Het is de aannemer, die dat moet bewijzen.

Warme gevoelens bij het CDA

In overeenkomsten met professionele opdrachtgevers kan hier expliciet van worden afgeweken. Dit voorstel riep bij het CDA geen ‘warme gevoelens’ op, zo werd tijdens het debat gezegd. Het amendement beoogde, de uitbreiding van de aansprakelijkheid te beperken tot natuurlijke personen, die niet over een bijzondere deskundigheid ten aanzien van het bouwwerk beschikken. Voor alle andere opdrachtgevers blijft het huidige systeem gelden: de aannemer levert een gebrekkig gebouw op, maar kan zich verweren met de opmerking dat de opdrachtgever het gebrek bij oplevering had moeten ontdekken.

Greetje de Vries senator CDA 

Twee bezwaren dienen zich tegen deze sleuteloperatie aan. Ten eerste: wie is een natuurlijke persoon beschikkende over bijzondere deskundigheid? een schilder, een verwarmingsinstallateur, een makelaar die voor zichzelf een aannemingsovereenkomst sluit? Terecht merkte de minister op dat dit een eindeloze discussie wordt.

Het tweede bezwaar is principieel: de wet beoogt te voorkomen dat de aannemer voor gebreken, die aan hem zijn toe te rekenen (door hem veroorzaakt), zich kan verweren met een wijzen naar het toezichtsfalen aan de zijde van de opdrachtgever. Toezichtsfalen dat niets te maken heeft met de oorzaak van het gebrek. Dat is toch niet uit te leggen en niet te verdedigen?

Bewijslast bij de aannemer? Dat is maar zeer betrekkelijk

De bewijslast, dat een gebrek niet aan de aannemer is toe te rekenen, rust in het voorstel op de aannemer. Die zou te zwaar zijn. Dat is maar zeer betrekkelijk. Een uitvoerige en goed gedocumenteerde oplevering kan hier uitkomst bieden. En mocht het tot een procedure komen, dan ligt het voor de hand, dat in ieder geval arbiters met de vraag of iets na oplevering is veroorzaakt door de gebruiker van het bouwwerk, goed uit de voeten kunnen.

In de literatuur wordt voortdurend gesproken over vertrouwen, waarvoor nodig is dat er goed gecommuniceerd wordt, etc. Helemaal waar. Maar: vertrouwen wordt primair gecreëerd door het leveren van werk zonder gebreken. Het wetsvoorstel bevat daarvoor een uitstekende prikkel, die niet op zichzelf staat, maar in overeenstemming is met het algemene burgerlijke recht.

Kortom: hier niet sleutelen aan de wet.

Waarschuwingsplicht bestaat al

Dan de waarschuwingsplicht. Het gaat hier om de situatie dat de aannemer een ontwerp ontvangt van de opdrachtgever en dat moet uitvoeren. Die waarschuwingsplicht staat al in de huidige wet: er moet gewaarschuwd worden voor onjuistheden in de opdracht voor zover de aannemer deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen. Daar komt nu bij, dat dit schriftelijk, ondubbelzinnig en tijdig gebeurt en dat dit ziet op ‘de mogelijke gevolgen voor de deugdelijke nakoming van de overeenkomst’. Voor consumenten wordt dit voorts dwingend recht.

Wat zegt dit amendement wat niet al recht is? Feitelijk niets. Er moet immers al tijdig gewaarschuwd worden. Als er niet ondubbelzinnig gewaarschuwd wordt, zal de communicatie niet als zodanig worden opgevat. En wanneer gebeurt een waarschuwing niet schriftelijk? Is dat niet gebeurd, dan rijzen bij betwisting door de opdrachtgever bewijsvragen. Dus er is alle belang bij om schriftelijk te waarschuwen. En wat houdt een waarschuwing inhoudelijk anders in dan dat er gewezen wordt op het gevolg van de onjuistheid in de opdracht voor de deugdelijke nakoming van de overeenkomst?

Eerste Kamer

Nu klinken die laatste woorden wel heel zwaar, alsof opeens het niet waarschuwen voor een fout onderdeel van de opdracht gevolgen lijkt te hebben voor de aansprakelijk aangaande de hele overeenkomst. Maar het gaat per definitie altijd om een bepaald onderdeel van de opdracht en de gevolgen daarvan. Niet meer en niet minder.

De tekst van de Toelichting op het amendement getuigt echter van een andere opvatting. Er wordt gesproken van een aanscherping van de aansprakelijkheid van de aannemer. En er lijkt sprake van een overspannen opvatting van de taken van de aannemer. Alsof die de rol van de ontwerper nog eens over moet doen. Wat nu precies beoogd wordt allemaal nog meer te bewerkstelligen met het amendement, is overigens verre van duidelijk. Een ding is wel duidelijk: de tekst van het amendement en de Toelichting hebben weinig met elkaar gemeen. Terecht merkte senator De Vries in het debat op: ‘Onduidelijkheid en verwarring troef. Voor wetgeving een verkeerde start.’.

Ballast schrappen

Wat mij betreft, kan sleutelen aan de wet op dit punt er toe leiden, dat het amendement alsnog geschrapt wordt. En als dat een brug te ver is: maak dan duidelijk wat er met de tekst echt alleen maar bedoeld kan zijn, wijzend naar het systeem van de wet en de gebruikte bewoordingen, en schrap de ballast.

Als er toch gesleuteld gaat worden: spreek dan ook in lid 4 van art. 7:754 BW niet van ‘aansprakelijkheid voor gebreken die niet zijn ontdekt’. Een negatief feit kan niet bewezen worden. Verlang in positieve bewoordingen dat de aannemer oplevert conform de overeenkomst, die met hem is gesloten. Doet hij dat niet, dan is hij aansprakelijk. Daarmee is ook zonder meer duidelijk dat hij niet aansprakelijk is voor fouten van een ander (behoudens een eventueel geschonden waarschuwingsplicht).

Monika Chao-Duivis
Directeur van het Instituut voor Bouwrecht en Hoogleraar Bouwrecht aan de TU Delft.

 

Lees meer over dit onderwerp
Hoe een gammele bouwwet vlak voor oplevering bezweek

Kabinet wil uitstel van stemming 

Wetgevingsdeskundigen waarschuwen: nieuwe Bouwwet gaat voor problemen zorgen  

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels