blog

Symbiose

bouwbreed

Symbiose

Als klein kind kwam ik al in Amsterdam, bijvoorbeeld in Artis, waarvoor we een abonnement hadden. De eerste keer dat ik ’s avonds op het Leidseplein de neonverlichting zag, maakte een onuitwisbare indruk. Ik ging wonen in Amsterdam en studeerde economie in het Maupoleum, het lelijkste gebouw van Nederland, aan de Jodenbreestraat. We eindigden na een avond stappen en Dansen bij Jansen steevast in de ‘vreetsteeg’, bij het Rembrandtplein. En weer later fietste ik met mijn dochter in het zitje over de grachten, op weg naar het Vondelpark.

Met haar sfeer, de nonchalante historische rijkdom aan grachten, de mix van punkers, kakkers en krakers, toeristen en studenten, de fietsers, auto’s en trams, heeft de stad invloed gehad op wie ik nu ben. Amsterdam heeft mij gevormd.

Maar het werkt ook andersom, want ik ben ook een beetje de stad aan het vormen (hoe hoogmoedig dit ook klinkt). Als vestigingshoofd en door mijn rol in bouwprojecten in de stad draag ik bij aan de fysieke verandering van de stad. En hoe ongrijpbaar ook, de dynamiek van een stad blijft een wonderlijke cocktail van harde steen, water en groen, waar haar bewoners en bezoekers in wonen, werken en rondlopen. En de Amsterdamse ‘gogme’ bezit een soort stoïcijnse nonchalance in de manier waarop ze voortdurend verandert. Waar dertig jaar geleden de Zeedijk een getto vol dealers, junks en alcoholisten was, lopen nu hordes toeristen rond, zich wentelend in de sfeer van de oude binnenstad.

Amsterdam verandert schijnbaar zonder zich in te spannen, zonder enige moeite. Ik ben ook niet zo bang voor de angstverhalen over Russen die grachtenpanden opkopen en de immer toenemende aantallen toeristen. Terwijl wij blijven bouwen aan de stad, verandert de stad gewoon mee. Amsterdam bezit de grandeur van een oude dame, maar ook de tinteling van de jeugd. Daar blijf ik graag aan meebouwen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels