artikel

De voorzetgevel met zonnepanelen: een roerende zaak?

bouwbreed 426

De voorzetgevel met zonnepanelen: een roerende zaak?

Als aannemer voeg je arbeid en materialen toe aan het werk. Wanneer verliest de aannemer nu precies de eigendom van –onder eigendomsvoorbehoud- geleverde zaken? Vaak wordt gezegd dat als zaken nog “makkelijk uit het werk te verwijderen zijn” de eigendom nog niet is verloren. Toch blijkt dat dit niet altijd het geval is. Nieuwe technieken en duurzaam bouwen brengen nieuwe vraagstukken met zich mee. Wees dus op je hoede en voorbereid.

Iedere aannemer weet dat de bakstenen die op de pallet op de bouwplaats staan, nog eigendom zijn van de aannemer. Na het metselen van een muur zijn ze –via natrekking- eigendom geworden van de grondeigenaar. De traditionele manieren van bouwen worden steeds sneller ingehaald door de techniek. Prefab, systeembouw, kant en klaar bouw, circulair bouwen etc. zijn aan de orde van de dag. Wanneer verliest de aannemer de eigendom van de prefab muur, die hij enkel moet bevestigen aan de fundering? Als de muur geleverd wordt op de bouw? Als de muur op de fundering wordt gezet, maar nog niet duurzaam is vastgemaakt? Of als de muur ‘aard en nagelvast’ aan de fundering is gemonteerd? Enkele voorbeelden.

De verwarmingsradiator: roerend!

Het gerechtshof in Den Bosch oordeelde in september 2017 dat de radiatoren die los in de muurbeugels in het gebouw hingen, en nog niet via leidingen waren aangekoppeld, wel nog eigendom waren van de aannemer. Volgens het hof ontbrak de vereiste, duurzame verbinding met het gebouw.

De betonwapening: onroerend!

Hetzelfde gerechtshof in Den Bosch oordeelde op 30 januari jl. dat de betonwapening die op klossen in de bekisting was gelegd, gereed voor betonstorting, wel al eigendom was geworden van de grond/gebouweigenaar. De wapening was namelijk voltooid, in die zin dat zij was aangebracht op de daartoe bestemde plaats in de vloer van het gebouw en was bestemd om op het terrein te blijven, als onmisbaar onderdeel van die vloer. De wapening was daarmee, hoewel nog niet volgestort en nog te verwijderen, naar verkeersopvatting bestanddeel van het gebouw in aanbouw geworden. Echter: de eerder genoemde radiator was toch ook bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven?

De voorzetgevel: roerend?

Gebouwen zijn steeds minder bestemd om gedurende decennia in dezelfde vorm op hun plaats te blijven staan. Ook gebouwen krijgen (bouwkundige) elementen die toe te voegen en weg te nemen zijn. In het kader van de circulaire gedachte kan het bijvoorbeeld zo zijn dat een gebouw een ‘standaard’ buitenmuur krijgt die –al naar gelang de wens van de eigenaar- kan worden verrijkt met een voorzetgevel met daarin bijvoorbeeld zonnepanelen. De voorzetgevel wordt geleased, en kan binnen een dag worden verwijderd. Is die voorzetgevel dan een ‘bestanddeel’ van het gebouw, bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven? Ik vraag me dat af. Als ik mijn leasecontract na een jaar opzeg, wordt de voorzetgevel binnen een dag verwijderd. Daarna heb ik nog steeds een volledig operationele woning zonder gebreken. Is de leasemaatschappij de eigendom van de voorzetgevel aan de gebouweigenaar verloren door middel van natrekking?

De internetrouter: onroerend?

Ter vergelijking: de internetrouter in mijn huis is ook een essentieel onderdeel van mijn woning, omdat daarmee onder meer internet/wifi en digitale televisie wordt geleverd, en ik –via de router en wifi- de verlichting, de thermostaat, het alarm, de garagepoort, de airco en –het belangrijkste- de klimaatbeheersing van mijn wijnkelder bedien. Bovendien: de internetrouter is bedoeld om duurzaam in mijn woning te staan en daarvan –naar verkeersopvatting- bestanddeel te vormen. Haal je de router weg, dan is mijn woning onbestuurbaar. Mijn woning kan niet zonder router! Van de router vinden we echter niet dat die via natrekking eigendom is geworden van de woningeigenaar. Die blijft eigendom van de internetleverancier. Dat is zo klaar als een klontje. Toch?

Conclusie

Als zaken worden ‘verwerkt’ in de bouw, kan de eigendom op onverwachte momenten verloren gaan. Het “het is toch eenvoudig te verwijderen”-argument gaat niet altijd op. Denk goed na of en wanneer een zaak nagetrokken kan worden, of iets nog roerend is of onroerend is geworden.


Bas Collard, advocaat Bouw & Vastgoed AKD advocaten, notarissen en belastingadviseurs

Reageer op dit artikel