artikel

De redder van Ballast Nedam: ‘De mensen bij Ballast lijken op mij’

bouwbreed Premium 1660

De redder van Ballast Nedam: ‘De mensen bij Ballast lijken op mij’

Erman Ilicak (49), Turkse topman van Rönesans en redder van Ballast Nedam, kondigt na een jaar van reorganiseren de wederopstanding van Ballast Nedam aan. “Ik daag de gevestigde orde uit.”

Erman Ilicak had in januari 2016 Ballast Nedam gered van een zekere ondergang. Dacht hij. In de maanden erna zou het bedrijf echter bijna alsnog in de afgrond verdwijnen. “Ballast Nedam is een leuke hoofdpijn”, zegt de Turkse topman van Rönesans een jaar later koeltjes.

De Turkse bouw- en vastgoedmagnaat van Rönesans – op de rijkenlijst van Forbes geschat op een vermogen van 1,7 miljard dollar – besteedde na de overname in 2015 al zijn tijd aan het “op een nieuw spoor zetten” van het bijna failliete bouwconcern.

Ik ben bij iedereen in het land geweest

“Een half jaar lang. Ik ben bij iedereen in het land geweest. 36 dagen zat ik hier”, wijst hij naar de tafel in de werkkamer van Cenk Düzyol, ceo van Ballast Nedam – en vriend van Ilicak. “Van negen uur in de ochtend tot negen uur in de avond. Om samen met de mensen van Ballast de strategie te bepalen.” De ondernemer sliep in een hotel in Utrecht en at in lokale restaurantjes. “Ik was net een student.”

Hij lacht verlegen en praat zacht. Voor hem is de toewijding voor Ballast Nedam ook bijzonder. Nog nooit bemoeide hij zich persoonlijk zo intensief met een overgenomen bedrijf. Başkan staat er op zijn visitekaartje – Turks voor voorzitter. Rönesans is actief in 23 landen en had in 2015 een omzet van bijna 3 miljard dollar.

‘Banken probeerden ons te testen’

“Ik heb nog 45.000 andere mensen in de organisatie en veel andere dingen te doen”, zegt hij. Maar bij “Ballast”, zoals hij Ballast Nedam steeds noemt, was hij het meest nodig. In juli van 2015 ging het bestuur van Ballast Nedam akkoord met de overname, eind dat jaar zou Rönesans 99 procent van de aandelen in bezit hebben.

De solvabiliteit was onder nul beland. De banken wilden geen geld meer in het bedrijf steken en de bouwer koerste, ook na de overname, op een faillissement af. “De banken waren in het begin een beetje sceptisch. Ze wisten niet hoe serieus onze interesse was”, kijkt Ilicak terug. “Ze probeerden ons te testen.”

‘Ik functioneerde als bank’

Het was aan Rönesans en Ilicak om de financiële gaten te dichten. “We hebben de bankovereenkoms t overgenomen.” Rönesans moest zelf garant staan en voor kasgeld zorgen. “Ik functioneerde als bank, soms kwamen de garanties uit Turkije. Om Ballast draaiende te houden.”

De verliezen moeten stoppen. Het bedrijf blijft bloeden

Maar behalve een helpende hand, kwamen er uit Turkije ook waarschuwingen. “De financiële adviseurs van de holding bleven zeggen: ‘De verliezen moeten stoppen. Het bedrijf blijft bloeden. Zo kan het niet langer. We moeten geen geld meer in het bedrijf stoppen, omdat we elke dag weer tegen verliezen aanlopen bij projecten. Die verliezen zaten niet in het businessplan.’”

“Dat was een lastige tijd ”, zegt Ilicak.

Hoe anders was het vooruitzicht toen een bankier hem jaren geleden op het kwakkelende Ballast Nedam attent maakte. Een overname van de bouwer leek toen nog aanlokkelijk. Ilicak had zich al drie jaar verdiept in de Nederlandse bouwmarkt. Hij had al bijna een ander Nederlands bouwbedrijf overgenomen (“Ik kan niet zeggen welke.”).

Bovendien kende hij de naam Ballast Nedam uit de tijd dat hij bouwkunde aan universiteit van Ankara studeerde. Ballast Nedam had een sterke reputatie opgebouwd in de offshore-industrie. Hij zou nu dit bedrijf kunnen overnemen! Hoe fantastisch zou dat zijn? Maar eind 2015, begin 2016 werd hij hard wakker geschud.

Hoe slecht stond Ballast Nedam ervoor toen u instapte?

“Het was een echte bedreiging aan het worden. Dat leidde tot veel stress. We zaten midden in een reorganisatie en ondertussen kwamen er elke dag weer lijken uit de kast. Grote verliezen. Moesten we doorgaan met Ballast of onze handen ervan af halen?”

U koos ervoor Ballast Nedam niet te laten vallen. Waarom?

“Ik geef nooit op. Ik had mezelf 100 procent gecommitteerd. Ik zat hier elke twee weken drie dagen en drie nachten. Als je zoveel tijd doorbrengt met mensen raak je emotioneel verbonden. Ik werd steeds meer iemand van Ballast in plaats van Rönesans. De mensen hier lijken op mij. Het zijn overlevers, vechters. Daarom kon ik ze niet achterlaten. Ik zei tegen mezelf: ‘Nee, nee, we gaan slagen. Met deze mensen gaan we slagen.’”

Als kind deed ik al dingen anders dan de anderen.

Die eigenzinnigheid heeft hij altijd gehad. “Als kind deed ik al dingen anders dan de anderen.” Toen hij als twintiger een bouwbedrijf voor zichzelf wilde beginnen, stuurde zijn moeder hem naar een psycholoog. Gniffelend: “Ik had een goede baan bij het grootste bouwbedrijf van Turkije. Mijn moeder dacht dat er iets mis met me was. Dat ik een ongeluk had gehad of zo.”

De werkvloer aan het stuur

Maar voor hem was het ernst. “Als er een beperking is probeer ik te bewijzen dat er geen beperking is. Dat ik het beter kan.” Hij zou het beter dan Enka kunnen. Hoe? Door “power to the people” te geven – de werkvloer aan het stuur. “Ik daag de gevestigde orde graag uit.”

De lucht klaarde op in Nieuwegein in de loop van 2016 toen Rönesans Ballast Nedam een extra kapitaalinjectie gaf, de solvabiliteit steeg (nu 6 procent) en Rabobank en FGH Bank een nieuwe financieringsovereenstemming aangingen met de Nieuwegeinse bouwer.

Het bouwconcern denkt inmiddels het lek boven te hebben. Vijf opeenvolgende jaren werd verlies geleden. Dit jaar eindigt in de plus, is de verwachting. Al houdt Ilicak een kleine slag om de arm. “Ik weet het niet zeker, ik hoop het.” Ambities zijn er genoeg. De omzet moet binnen drie jaar verdubbelen, naar 1,5 miljard euro, zo is het streven. Ilicak wil ook graag een installatiebedrijf aan Ballast Nedam toevoegen. Hij heeft al een bedrijf op het oog.

‘Alles draait om mensen’

De twee jaar geleden afgestoten offshoredivisie wordt weer opgetuigd. De kleine divisie mag blijven. Het zijn activiteiten die Ballast Nedam wil gaan exporteren. Ilicak houdt persoonlijk contact met leiders van deze divisies. “Alles draait om mensen”, zegt hij. “Anders ben je net een financiële investeerder.”

Voor 2016 wordt nog een verlies van 60 miljoen euro verwacht. Een gevolg van afwaarderingen en verlieslatende projecten. En de 11 miljoen euro die opging aan reorganisatiekosten. Want gereorganiseerd werd er.

De oude organisatie op het hoofdkantoor werd in negen maanden tijd “ontmanteld” en daarna weer opgebouwd. Achter 27 hoge posities op het hoofdkantoor werden nieuwe namen ingevuld, waarvan de meesten al bij Ballast Nedam werkten, maar dan in een andere functie.

Het hoofdkantoor aan de Ringwade in Nieuwegein werd van twee torens teruggebracht naar één toren. Drie van de acht vestigingen in het land gingen dicht. Dat had gevolgen voor de omvang van het personeelsbestand: dat daalde met bijna driehonderd naar 1900.

Wat trof u begin 2016 eigenlijk aan op het hoofdkantoor?

“Er werd hard gewerkt, maar de beslissingen hier waren niet goed, de houding was niet juist. Het hoofdkantoor was losgekoppeld van de rest van de organisatie. Het had een totaal andere manier van denken dande mensen buiten.”

Was er wel voldoende risicomanagement?

“Nee, het risicomanagement ontbrak en ook het inkoopmanagement kon beter. We hebben talentvolle jonge mensen naar voren geschoven. Zonder dat je de mensen met ervaring verliest. Die moet je altijd een nieuwe kans geven. Dat geeft je de kracht om te groeien. Anders groei je niet en verlies je mensen. Reorganiseren is voortdurend nodig. Bij Rönesans doen we het jaarlijks.”

Jaarlijks? Waarom zo vaak?

“Omdat het leven verandert en markten veranderen. Zeker in de ontwikkelingslanden waar we actief zijn. Daar moet je jezelf op aanpassen.”

Op maandag 4 januari 2016, toen Rönesans 99 procent van de aandelen in bezit had, was de Turkse selfmade miljonair direct in Nieuwegein aan het werk gegaan. Met elke divisie werd gepraat, eerst met een grote groep, daarna met een of twee managers.

“Ik vroeg: wat is je probleem? Waarom kun je niet leveren? Kreeg ik te horen dat als iemand erg goed was bij Ballast, deze persoon meteen werd overladen met taken en verantwoordelijkheden. Ga daarheen, doe dit, doe dat”, benoemt Ilicak een van de grote euvels.

Meer “focus” was het antwoord. Meer “focus” was het antwoord. Regionale focus, in plaats van verbreding. Iedere regio kreeg zijn eigen profiel. Ballast Nedam West gaat zich bijvoorbeeld concentreren op betaalbare woningen. Niet-kernactiviteiten, zoals agrarische grond, zijn of worden verkocht.

Kan Ballast Nedam zich straks meten met Nederlands grootste bouwers?

“Ja, we kunnen efficiënter en concurrerender zijn. Marges van 3 à 4 procent zijn haalbaar. Op buitenlandse projecten zullen de marges nog hoger zijn. We staan in de startblokken om te groeien. Er zijn geen excuses meer. Garanties, cash – alles hebben we. We moeten gewoon leveren. Goede contracten krijgen. In elke business.”

Een marge van 4 procent, is dat echt mogelijk?

“Weet je, het probleem in de bouw zijn niet de marges. Het is de inefficiëntie. Hoge algemene kosten, hoge overheadkosten, hoge kosten op het hoofdkantoor. Het is een wereldwijd probleem. Inefficiëntie is synoniem voor bouw. Niet alleen in Nederland, overal.”

Wat is uw oplossing?

“Leaner, simpeler, digitaal ontwerpen, uitvoeren zonder fouten. Simpele dingen. De oplossing zit in het management.”

Heeft u de ceo’s van de grote Nederlandse bouwbedrijven al ontmoet?

“Alleen Bert (van der Els, red.) van Heijmans. Ik geloof dat hij nu weg is? Mister Wessels heb ik nooit ontmoet. Maar ik heb veel respect voor hem. Hij is een voorbeeld. Ik kijk tegen hem op. Ik bewonder VolkerWessels ook enorm, net als BAM. Geweldige bedrijven. VolkerWessels is mijn favoriet. Een van de beste organisaties die ik ken. Goed georganiseerd, erg lean, maar met een sterke controle en erg ondernemend.”

Als Ballast Nedam gezond is, is het dan uw bedoeling het weer te verkopen?

Ilicak kijkt verbaasd. “Verkopen? Nee, ik heb nog nooit in mijn leven iets verkocht. Ik kan nog niet eens een oude auto verkopen.”

Het is de enige manier om snel een groot bedrijf te worden

Een verkoop past ook niet in zijn ambitie om tot de tien grootste bouw- en vastgoedbedrijven van de wereld te behoren (nu nummer 37 in Europa). Daarom houdt hij van risico nemen. Rönesans werkt in wat in het Westen gezien wordt als moeilijke, soms instabiele landen zoals Irak, Libië en in voormalige Sovjet-staten Oekraïne en Kazachstan. Recenter is de aanwezigheid in Zwitserland, Duitsland en Finland.

De aanwezigheid in ‘moeilijke’ landen blijkt een bewuste keuze. “Het is de enige manier om snel een groot bedrijf te worden”, verklaart Ilicak. “In de bouw zie je grote bedrijven altijd groot blijven en kleine altijd klein. Dit was de manier om met die regel te breken.”

Groot moeten ook de projecten zijn. Ilicak haalt zijn iPhone 6 uit de binnenzak van zijn krijtstreep jasje en start een filmpje van een project in aanbouw in het financiële hart van Moskou. “Een investering van 1 miljard; 360.000 vierkante meter”, zegt hij trots. “Woningen, kantoren en kleine winkels.”

Ook het nieuwe hoofdkantoor van Gazprom in Sint Petersburg laat hij zien. Ruim 400 meter hoog. “Het meest gecompliceerde bouwproject op de wereld. Zesduizend mensen werken aan het project.” Een glimlach volgt.

‘Je moet plezier houden’

Bij Ballast Nedam blijft hij zich ook dit jaar nog bemoeien met het bedrijf, vertelt Ilicak als hij zijn telefoon heeft opgeborgen. 2016 stond in het teken van het hoofdkantoor, dit jaar volgt de uitvoering. Die “leuke hoofdpijn”, waar hij het eerder over had, dat moeten we niet te letterlijk nemen. Hij is erg gelukkig met Ballast Nedam.

Vanavond heeft hij zeventien mensen van het bedrijf uitgenodigd om uit eten te gaan. “Ik mis ze. Dit soort dingen moet je doen. Ik ben mijn hele leven op de weg. Verschillende landen, verschillende mensen. Dus je moet plezier houden. Anders wordt het een vreselijke baan en houd je het niet vol.”

Overweegt hij om nog een Nederlands bouwbedrijf te kopen?

Hij schiet in de lach. “Nee, dan zou mijn vrouw erg boos worden. Dit was eigenlijk al te veel van het goede.”


‘Liever genereus dan een dure boot’

Erman Ilicak (49) ging na zijn studie bouwkunde aan de universiteit van Ankara aan de slag bij Enka, het grootste bouwbedrijf van Turkije. Begin jaren negentig stationeert zijn werkgever hem in Rusland. Als de markt daar – na de val van de muur – opengaat, ziet hij kansen een eigen renovatiebedrijf te starten. Niet in Moskou, waar alle bedrijven heengaan, maar in Sint Petersburg. Zijn onderneming geeft hij de toepasselijke naam Rönesans, oftewel Renaissance.

Om de oprichtingspapieren te laten tekenen, moest hij nog wel even langs Vladimir Poetin, toen nog belast met ondernemerszaken van de stad. “Hij keek naar me en vroeg wat ik van plan was met het bedrijf. Hij wilde zien wie het bedrijf leidde, of het echte mensen waren of nepbedrijven”, herinnert Ilicak zich.

Nummer 38 in Rusland

Inmiddels heeft Rönesans in Rusland 22.000 mensen werken en zeshonderd projecten achter de rug. “We zijn in Rusland nummer 38 in de lijst met grootste private bedrijven.”

De ambitie van de selfmade multimiljonair is om bij de top 10 bouw- en vastgoedbedrijven in de wereld te behoren. Maar iets minder hoog mag ook. “Het maakt me niet uit of we op nummer 10 komen of nummer 15 of 20. Als we maar echt dingen veranderen en een goed voorbeeld zijn en bewonderd worden. Dat doen we nu door te groeien en verschoond te blijven van corruptie. Een gerespecteerd bedrijf hebben is voor mij veel belangrijker dan het grootste bedrijf zijn.”

Delen met de maatschappij

Ilicaks tomeloze ambitie gaat gepaard met nederigheid. Op de website van Rönesans noemt hij het bedrijf a movement of change. Kinderen in de landen waar het bedrijf werkt, dienen gelijke kansen te krijgen als andere kinderen. “Bij mij gaat alles om verandering”, zegt hij.

“Aan de ene kant moeten we concurrerend en efficiënt zijn, maar ik heb in mijn leven geleerd om genereus en sociaal verantwoordelijk te zijn. Om te delen met de maatschappij. Dat doen we in Turkije en Rusland. We hebben een foundation. We bouwen scholen, en kinderopvangverblijven. Studenten krijgen maandelijks een kleine bijdrage voor hun studie. Het gaat in het leven niet alleen om geld verdienen en dat uit te geven aan stomme boten en dat soort dingen. Maar om het te delen met andere mensen. Anders geniet je nooit van het geld.”

Reageer op dit artikel