artikel

Blog: Een baaierd aan schuldigen

bouwbreed

Blog: Een baaierd aan schuldigen

Arme André Thomsen. Had hij maar eerder zijn functie neergelegd als toezichthouder bij Woonbron.

Dat deed hij pas in 2009. Toen was de kostprijs voor het stoomschip De Rotterdam al vele malen over de kop gegaan. De Rotterdamse huurders de sigaar. Spijt, buitengewone spijt heb ik, betuigde hij tegen de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties donderdag.

Nee, voor hem geen commissariaten meer. Corporaties vragen hem wel eens, maar hij kan het niet meer opbrengen. Ook visitaties bij corporaties doet hij niet meer. Terwijl hij zoveel liefde had voor de volkshuisvesting. Een haat-liefdeverhouding is het tegenwoordig.

’s Ochtends had hij thuis nog gekeken naar het verhoor van Martien Kromwijk, de aimabele, gedreven bestuurder van Woonbron die hij als commissaris eigenlijk op het pad had moeten houden. Eind van de morgen was hij met zijn zwarte rugzak met waterflesje naar de gehoorzaal in Den Haag afgereisd. Het was mooi weer, het jasje bleef thuis.

Sinds 1981 zit hij al in de volkshuisvesting. Eerst voor de PvdA, later ook in besturen van corporaties. En als 

hoogleraar woningverbetering heeft hij op zijn 72ste nog steeds met de sociale huisvesters te maken. Niet zo gek dat hij in 2001 toezichthouder werd voor Woonbron, een belangrijke corporatie in Rotterdam, die veel voor de stad betekende.

De vijfkoppige commissie zit tegenover hem. De eed. Daarna gaat hij gewoon vertellen wat hem overkwam. Dat hij zijn best heeft gedaan om de ellende te voorkomen, maar dat hij er ook in meegezogen werd.

Het begon met de e-mail die Kromwijk op 30 maart 2005 naar hem stuurde met zijn plannen om een schip te kopen. Thomsen had er uitgebreid over nagedacht. Een schip behoorde immers niet tot de kerntaken van een corporatie. Maar ja, er lag het Pact op Zuid, een afspraak om Rotterdam-Zuid goed op de kaart te zetten. Daar had je beelden bij nodig, een icoon. Een schip was een kanskaart. Een visitekaartje voor het geplaagde Rotterdam-Zuid. En de kosten waren met 6 miljoen euro nog aanvaardbaar. 

Deelnemen in een schip was niet zo’n gek idee. In de BBSH (besluit beheer sociale huursector) stond immers dat je naast het huisvesten van de minder bedeelden “al datgene wat daar overig voor nodig is” mocht doen. Thomsen vond dat eigenlijk maar vreemd. Tegen zijn studenten in Delft had hij nog gezegd dat je die grens beter scherper kunt trekker. Anders is het hek van de dam. 

Dat Kromwijk mondelinge toestemming van het ministerie kreeg voor de aanschaf van het stoomschip, verbaasde Thomsen daarom buitengewoon. Jezus, nu moest hij dus meedoen aan een avontuur met een roestig schip, waarvan hij afvroeg of zoiets wel de bedoeling was.

Thomsen is in het voorjaar van 2005 de enige commissaris die aarzelt. Het schip wordt gekocht. Op 30 juni 2005 betaalt Woonbron 1,75 miljoen euro aan het Havenbedrijf Rotterdam. 

In het Poolse Gdansk wordt aan de boot uit 1950 gesleuteld. Asbest eruit bij een deel van de boot, de rest dichtlassen. Ook de stuurhut en machinekamer. Er wordt een begin gemaakt met het opknappen van de dekken, relingen, buitentrappen en het zwembad.

In Nederland haakt investeerder Eurobalance af. Een reden wordt niet gegeven. That’s life, constateert Kromwijk. Thomsen is ongerust. Stoppen met dat schip, zegt hij tegen de andere commissarissen. Die snappen zijn kritiek, maar in dit stadium zou het volgens hen kapitaalvernietiging zijn. Bovendien wist Kromwijk heel zeker dat er nieuwe participanten te vinden zijn. Thomsen buigt.

Dan komt het project in een tombola. De kosten lopen in stappen op. Van 25 naar 40 miljoen euro, later naar boven de 92 miljoen euro. Het staal van het schip is in slechte staat en voor het asbest moet binnen in het schip veel meer gesloopt worden dan voorzien. 

Kromwijk komt na elke tegenvaller met een nieuwe business case. Thomsen kon er geen gaten in schieten. Deloitte Real Estate, die ook huisaccountant is, gaat medio 2006 het project doorlichten. De vastgoedadviseurs wijzen op de weke plekken: de financiën en de projectorganisatie. De projectorganisatie wordt verzwaard en er moet een crisismanager komen. 

Thomsen belt zijn vriend Hans de Jonge van Brink Groep, die hij kent van de TU Delft. Ze zijn beide hoogleraar daar. Brink Groep staat bekend als een gerenomeerd bureau. Ik wil de beste crisis manager, zegt Thomsen. Kan niet, die zit al bij het Rijksmuseum, zegt De Jonge.  Het stoomschip krijgt de tweede in de pikorde.

Brink Groep licht de plannen nog eens door. Doorgaan komt uit het onderzoek. Thomsen heeft geen keus. Hebben de gemeente én de minister Woonbron niet alsmaar lof toegezwaaid voor het bootproject? En is hij niet de enige in de raad die echt kritisch is? Ziet híj het nou verkeerd? Het stoomschip krijgt wat hem betreft het nadeel van de twijfel, maar,vooruit, we gaan de rit samen uitzitten, denkt hij. Maar eigenlijk wil hij dan al geen verantwoordelijk meer dragen.

Na een conflict met renoveerder Imtech in 2008, wordt Cofely aangesteld als hoofdaannemer. Omdat er geen bestek is wil Cofely alleen regieaannemer zijn. Geen gegarandeerde aanneemsom, er wordt gewerkt op uurbasis. Een knoeper van een risico, weet iedereen.

Thomsen ziet het met lede ogen aan. Als de kosten op 92 miljoen euro dreigen uit te komen, zet de raad van commissarissen het project on hold. Geen verdere uitgaven meer. Als de sodemieter moet een commerciële participant gevonden worden, zegt Thomsen tegen Kromwijk. Plus: Thomsen wil ook een exitstrategie voor als er geen investeerder komt. Doel: Verkoop het schip, naar het buitenland ermee desnoods. Minimale asbestsanering en doorvaren. De Rotterdam dan maar niet meer terug naar Rotterdam. Pech voor de stad, maar nog meer lijken in de kast is erger.

Als Kromwijk van de exitstrategie hoort, komt hij in opstand. De charismatische bestuurder, die veel aanzien heeft in de volkshuisvestingswereld, wordt nooit boos, maar kan heel duidelijk laten merken wat hij van iets vindt. Dwingend. Hij heeft zich met het schip vereenzelvigd, stoppen is geen optie. Als we niet doorgaan, stap ik op, maakt Kromwijk Thomsen en de rest van de raad van commissarissen duidelijk. De commissarissen, op Thomsen na, schrikken. Lopende heren moet je niet tegenhouden, vindt Thomsen. Kromwijk mag wat hem betreft vertrekken. De andere commissarissen willen Kromwijk per se aan boord houden. Maar de exitstrategie, die komt er gewoon. Kromwijk gaat schoorvoetend akkoord.

In augustus 2008 vaart de SS Rotterdam onder luid gejuich van duizenden Rotterdammers aan wal de havenstad binnen. Kromwijk vertelt tegen Cobouw dat hij het hoofdpijnproject zo weer had gedaan. Een cadeau voor Rotterdam is het. Hij kan het andere corporaties aanraden. Je moet het zien als investering met een goed rendement, ook maatschappelijk. Goed voor de wijk Katendrecht en goed voor de jeugd, die op het schip een praktijkopleiding kan volgen.

Later dat jaar, als de kosten boven de 100 miljoen dreigen te komen, grijpt minister Van der Laan in. Het schip wordt nooit meer terugverdiend. Alleen als iedere bezoeker kaviaar en vier champagneflessen besteld. Projectontwikkelaar TCN en de ontwikkeltak van BNG, die op het vinkentouw zaten, zijn dan afgehaakt. Van der Laan laat de voltallige raad van commissarissen bij hem langs komen. Er komt een externe toezichthouder, verordonneert hij. Dat is voor de bühne, riposteert de voorzitter van de raad van commissarissen. Van der Laan ontvlamt. Als hij een wapen bij zich had, dan had hij in het plafond geschoten, zegt Hans Zwarts later. Zwarts was bij het gesprek en werd de externe toezichthouder voor Woonbron.

Kromwijk tekent protest aan. Extern toezicht is een motie van wantrouwen. Maar hij heeft geen keuze. Thomsen heeft ondertussen schoon genoeg van de beslommeringen. Kromwijk blijft volgens hem vasthouden aan het schip, toont geen enkele vorm van zelfinzicht en blijft steeds zijn eigen gelijk verdedigen. Als Thomsen de voorzitter van de raad van commissarissen belt met een voorstel bij elkaar te komen om de situatie te bespreken en de voorzitter weigert, knapt bij hem het draadje. Hij kan het niet meer uitleggen aan zijn omgeving. In het voorjaar van 2009 stapt hij op.

Als hij nu voor de commissie moet zeggen wie de hoofdschuldige is, dan zegt hij, en dat zegt met de pistool op de borst: Kromwijk. Maar er is een baaierd aan schuldigen. Hij ook.

Cobouw-redacteur Marc Doodeman doet de komende weken zoveel mogelijk verslag over de parlementaire enquête woningcorporaties, voor de papieren en digitale krant, en op deze weblog. Op Twitter (@marcdoodeman) kun je Marc Doodeman ook volgen.

Meer lezen? Geen spijt van rijden in Maserati, De nacht van Moerkamp

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels