artikel

Bij Soeters herleeft Zaanse identiteit

bouwbreed

Het nieuwe stadhuis van Sjoerd Soeters in Zaanstad is enkele weken open. Jan den Boer beluistert het verhaal van de architect en beoordeelt of wat hij vertelt ook realiteit is geworden.

Onderweg van het station Zaanstad naar het stadhuis: groene gevels, metalen tulpen op de hekken langs de trappen. Niet al mijn collega-projectmanagers zijn meteen gecharmeerd.

In het stadhuis ruikt alles nog gloednieuw en langs een overdaad aan beveiligde deuren komen we uiteindelijk in een vergaderzaal. Soeters verschijnt in een bijzonder kleurig pak met Schotse ruit en een overjas in dezelfde overdadige kleuren. Hij begint zijn verhaal met een foto over de Schotse Hooglanden en weidt vervolgens uit over Schotse ruitjespatronen. Waar gaat dit heen?

Aan het eind van de achttiende eeuw was weinig over van de Schotse identiteit zoals wij die kennen en die wij beoordelen als authentiek Schots. De Engelse bezetter had de clanstructuur om zeep geholpen en de nieuwe rijke Engelsen kochten de vervallen landgoederen op. De schrijver Sir Walter Scott, die leefde van 1771 tot 1832, vond aan zijn schrijftafel ongeveer eigenhandigde Schotse identiteit uit, zoals die nu vooral wordt gesymboliseerd door de tartan (schotse ruit) en de whisky.

Wat heeft dit alles te maken met een stadhuis in Zaanstad?

Soeters heeft eigenlijk precies gedaan wat de schrijver deed: hij vond de Zaanse identiteit opnieuw uit. Zaankanters kampen met een “vierkant minderwaardigheidsgevoel” en miskennen voor een belangrijk deel de ongelooflijke waarde en betekenis van het Zaanse erfgoed. Toen Soeters werd gevraagd een plan te maken voor het centrum ging hij op zoek naar de ingrediënten van de Zaanse identiteit. Hij sprak veel mensen en ging op zoek naar de genius loci:wat zijn elementen die typisch Zaans zijn?

Wanneer het over de architectonische taal van de Zaan gaat, kom je met name uit bij de voorzetgevels, twee planken dik in groen met witte lijsten en ornamenten. Soeters gaat die niet simpelweg kopiëren, maar onderzoekt zorgvuldig alle elementen ervan, wat onder meer leidt tot een kleurenwaaier van het Zaanse groen. De continuïteit van de ontwikkeling van de architectonische taal, die zich uit in herkenbaarheid én vernieuwing, is een belangrijk uitgangspunt. Soeters zet zich hiermee af tegen de stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen van de afgelopen eeuw waar het vooral ging om aantallen en efficiëntie, verpakt in een pure en abstracte vormentaal, waarmee onze buitenwijken vol staan maar waarvan het meeste geen lange levensduur heeft.

Menselijke maat

Hoe moet het dan wel? De essentie is contact, ontmoeten, menselijke schaal. Een compacte openbare ruimte, ruimte ingesloten door gebouwen, geen verloren grote ruimtes zoals in de ‘moderne’ stedenbouw van de twintigste eeuw. Een beperkte maat van de openbare ruimte zodat deze het contact faciliteert. Een architectuur die het resultaat is van de eisen die eraan worden gesteld vanuit de openbare ruimte, aansluit op de lokale traditie en daaraan ook een vernieuwing toevoegt.

En dat niet alleen in de stedenbouw en architectuur, maar ook in het interieur. Soeters: “In de trouwzaal heb ik alles gedaan wat het Nederlands Architectuurinstituut verboden heeft. Maar ik vind dat we zouden falen als trouwlustigen het stadhuis als trouwlocatie zouden mijden, wat in veel moderne stadhuizen het geval is. We lijken succes te hebben met onze trouwzaal: er is nu al een wachtlijst om hier te kunnen trouwen.”

Met het meeslepende verhaal maakt Soeters ook de sceptici onder de toehoorders enthousiast.

Vervolgens is het wel de vraag of het in de praktijk ook gelukt is.

De foeilelijke Rabo-toren hebben ze niet af kunnen breken, maar wordt misschien nog wel met groene gevels en een puntdak bekleed. De noodzakelijke vervanging van het pand van C&A is op korte termijn niet te voorzien. En de zeer prominente nieuwbouw van de Pathé bioscoop van architect Rijnboutt lijkt toch niet helemaal de schaal zoals Soeters die voor ogen had.

Maar verder wordt het prachtig. Het stadhuis functioneert intussen uitstekend en het Inntel-hotel draait goed. Thans wordt de openbare ruimte aangelegd. Het is dus nog niet helemaal te beoordelen of de kwaliteiten ook echt worden gehaald worden, maar al wandelend door het nieuwe centrum weet Soeters duidelijk te maken hoe zijn ideeën vorm krijgen. Het is nu al gezellig op straat, Soeters is duidelijk populair en wordt regelmatig aangesproken. Een intieme binnenstadssfeer die we zo goed kennen uit onze klassieke steden en dorpen. is voelbaar. En of je ervan houdt of niet, de Zaanse identiteit lijkt hier opnieuw te worden uitgevonden.

Stedenbouwkundige en filosoof

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels