'Verkeerde aannames rivierbeleid'
Ook de technische ingrepen om R uimte voor de Rivier uit te voeren, zijn volgens Van de Ven lang niet zo simpel als ze lijken. Het is niet alleen een kwestie van zand- en grindwinnen en hier en daar een dijk verleggen. "We weten in de praktijk maar heel weinig van het hydraulisch systeem van rivieren en nog veel minder van de geomorfologie. Dat bleek ook bij de Maaswerken. Daar moest het graven van enkele stroomgeulen worden afgeblazen, omdat ze er eenmaal aan het werk tertiaire zanden aantroffen. Als die zouden worden blootgelegd, zou vervolgens de complete rivierbedding wegslaan. Uitvoerige vooronderzoeken vastgelegd in metersdikke rapporten hadden dat niet kunnen voorspelle n." Verontrustender nog vindt de hoogleraar het feit dat het complete programma Ruimte voor de Rivier uitgaat van een veel te hoge waterafvoer. De 18.000 kuub water per seconde bij Lobith wordt volgens hem bij lange na niet gehaald. Het kan zelfs niet eens, want bij 14.000 kuub per seconde lopen de dijken tussen Keulen en Düsseldorf over, als ze al niet doorbreken. En wat er tot aan de Nederlandse grens nog aan rivier- en regenwater bijkomt, is nooit genoeg om de afvoer bij Lobith verder op te stuwen dan 15.500 kuub. De waterafvoer van de Rijn komt in de toekomst bij lange na niet in de buurt van 18.000 kuub per seconde bij Lobith, waarop nu alles wordt ontworpen. Daarvoor waarschuwt hoogleraar waterstaatsgeschiedenis G. van de Ven. Het programma Ruimte voor de Rivier wordt volgens hem een soort tweede Betuweroute, met eindeloze kostenoverschrijdingen en tegenvallers.