Goed toeven in sinaasappelstad
De verhoudingen raken zoek. Het meest pregnant is dat nu het internationale zeilevenement Copa de America in het oude havendistrict is neergestreken. Het heeft tot een investering van twee miljard euro geleid. Twee miljard! Vermoedt men, want niemand weet het echte bedrag. Het effect is wel dat de stad weer met de zee is verbonden. Kosten noch moeite zijn in de haven gespaard. Er staan weer veel nieuwe, deels tijdelijke gebouwen. De opgeknapte boulevard is een eenvoudige, maar prachtige ingreep. Maar dan komt de achterkant van het gelijk. In de achterliggende wijk Cabanyal (Cabañal), een oude visserswijk. Het Barcelonetta van Valencia, met een mooie sfeer en leuke architectuur. In die wijk investeert Rita geen cent, noch in de mensen. Stedelijke vernieuwing is hier geen bon ton. Monumenten worden afgebroken en verwaarloosd. En de vooruitgang wil ook dat er een tig-baansweg dwars door de wijk moet worden aangelegd. De stedelijke balans tussen een Stad van Grote Projecten en een bestaande stad voor gewone mensen is broos. Een stad van kunst en wetenschappen zou beter moeten weten. Als Valencia zich vertilt wordt het een maatschappelijk en financieel drama. Hoe prijzenswaardig de ambitie ook is, je moet er niet aan denken wat er gebeurt als het met Spanje, evenementen en regionale economie minder gaat. Een slimme stad vraagt meer dan bont vertoon. En een prachtstad vraagt ook prachtwijken. Met gevoel voor sfeer, identiteit, samenhang en balans. Thatcher liet Londen en andere steden berooid, ruïneus en met schrijnende tegenstellingen achter. Rita Barberá kan wat dat betreft zo maar in de voetsporen van de echte Iron Lady stappen. Sinaasappels zijn mooi, maar je moet wel voor de hele boom zorgen. En Valencia is nog geen Barcelona. Maar goed toeven is het er wel.