nieuws

Wie bouwt er nog een huis van minder dan twee ton?

woningbouw 1946

Wie bouwt er nog een huis van minder dan twee ton?
Proefhuisje van OFIS Architects met glas van Guardian. Foto: Anže Čokl, anzecokl.com

Slechts 2 procent van de verkochte nieuwbouwwoningen is goedkoper dan 200.000 euro, blijkt uit nieuwe cijfers van ontwikkelaars en woningbouwers. Terwijl 30 procent van de verhuisgeneigde Nederlanders zoekt naar een goedkope woning. Deze mismatch is een van de redenen waarom de markt voor nieuwbouwwoningen verder inzakt.

In het eerste half jaar is de verkoop van nieuwbouwwoningen verder ingezakt. Projectontwikkelaars en woningbouwers verkochten 16.117 nieuwe koopwoningen. Dat is 4 procent minder dan in dezelfde periode vorig jaar. Sinds in 2017 de piek bereikt werd, zijn de verkopen 12 procent lager, becijfert de NVB, de vereniging voor ontwikkelende bouwers.

Vooral de eengezinswoning moet het ontgelden. Vergeleken met een jaar geleden viel de verkoop van dit grondgebonden segment met maar liefst 15 procent terug. In totaal verkochten de woningbouwers en projectontwikkelaars in het eerste halfjaar van 2019 10.766 nieuwe eengezinswoningen, bijna 2.000 minder dan een jaar eerder en zelfs bijna 3.000 woningen minder in vergelijking met twee jaar terug.

Appartementen worden wel vaker verkocht

Opvallend is dat de verkoop van appartementen wel in de lift zit. Er werden in de eerste zes maanden van 2019 27 procent meer woningen verkocht in vergelijking met vorig jaar in dezelfde periode. De verkoop van nieuwe koopappartementen kwam in het eerst halfjaar 2019 uit op 5.351 en kwam daarmee 1.100 hoger uit dan een jaar eerder. Lang niet genoeg om de daling van eengezinswoningen te compenseren.

Het gebrek aan geschikte bouwlocaties, door de drang om vooral binnenstedelijk te bouwen, speelt de bouw van eengezinswoningen parten. Daarnaast zijn nieuwbouwwoningen in korte tijd erg duur geworden.Terwijl de gemiddelde verkoopprijs van de nieuwbouwwoning in 2016 nog rond de 275.000 euro lag, was dit in het eerste  halfjaar van 2019 al   380.000 euro. Nog maar 2 procent in het aanbod nieuwbouw is goedkoper dan 200.000 euro, terwijl een derde duurder is dan 400.000 euro.

Onwerkelijke koopsommen in grote steden

De bedragen die neergeteld worden zijn onwerkelijk. In de stadsregio Amsterdam is de gemiddelde verkoopprijs volgens de NVB maar liefst 639.000 euro. In Haaglanden wordt gemiddeld 495.000 betaald en in stadsgewest Utrecht 477.000 euro.

Voor woningbouwers wordt het steeds lastiger om lucratieve projecten te starten, hoort de NVB van haar leden. “De concurrentie bij de verwerving van projecten is vaak enorm, met hoge grondkosten als gevolg. Steeds vaker moeten plannen mede daarom terug naar de tekentafel, omdat anders de haalbaarheid in het geding raakt. Daarnaast nemen de faalkosten in het ontwikkel- en bouwproces eerder toe- dan af. Oorzaak: complexe binnenstedelijke projecten, buitenlandse medewerkers met een ander kennisniveau, de hoge werkdruk, de uitstroom van ervaren medewerkers en de instroom van onervaren medewerkers.” Omdat de groep mensen die woningen met een hoge verkoopprijs kan betalen uitdroogt, adviseert de NVB woningbouwers om zich op betaalbare woningen te richten.

Ontwikkeling prijsklassen verkochte nieuwe koopwoningen. Bron: NVB

Kloof tussen woonwensen en bouwprogramma’s

Volgens de NVB is er een groeiende kloof tussen de woonwensen van mensen enerzijds en de feitelijke bouwprogramma’s anderzijds. Zo blijkt uit het laatste onderzoek naar woonwensen dat 30 procent van de verhuisgeneigden een woning van minder dan twee ton zoekt. De praktijk in het eerste kwartaal van 2019 is echter dat slechts 2 procent van de verkochte nieuwbouwwoningen zo’n lage prijs heeft. 62 procent van de verkochte nieuwbouwwoningen is duurder dan 310.000 euro, terwijl slechts 30 procent van de verhuisgeneigden een huis in deze prijsklasse zoeken.

Wat de woningmarkt ook niet helpt is dat 75 procent van de verhuisgeneigde huishoudens een eengezinswoning wil. Ook hier weer een mismatch. Van alle nieuwbouw is 66 procent een eengezinswoning. De kans op een nog kleiner aandeel nieuwe eengezinswoningen in de toekomst is zeer groot, omdat de plancapaciteit vooral (70 procent) bestaat uit binnenstedelijk bouwen.

Minister Ollongren liet vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer weten nader onderzoek te gaan doen naar de oorzaken van stijgende nieuwbouwprijzen, zoals stijgende bouwkosten, de ontwikkeling van grondprijzen en de kosten van duurzaamheidsmaatregelen. Ze verwacht begin 2020  de eerste resultaten te kunnen laten zien.

Reageer op dit artikel