nieuws

Staatsbosbeheer trekt op met projectontwikkelaars: ‘Wees niet zuinig met ruimte als je bouwt in het groen’

woningbouw 2237

Staatsbosbeheer trekt op met projectontwikkelaars: ‘Wees niet zuinig met ruimte als je bouwt in het groen’
Harry Boeschoten van Staatsbosbeheer: 'Groen is waar de huizen niet komen? Onzin'. Foto: Suzanne van de Kerk.

Als je buiten de stad in het groen woningen gaat bouwen, ga dan niet alles proppen op een klein stukje grond, maar bouw juist ruimhartig met genoeg ruimte voor groen in de nieuwe woonwijk. Dat vindt Harry Boeschoten van Staatsbosbeheer, die een kruistocht voert voor een sterkere rol van de natuur in nieuwe en oude woonwijken.

Het is een deal die je zelden of nooit ziet. De grote projectontwikkelaar AM gaat bij de ontwikkeling van een nieuw wijk in Krommenie een naburig, maar toe nu toe matig toegankelijk natuurgebied van Staatsbosbeheer aan de woonwijk koppelen. Win win. Zo ziet Harry Boeschoten van Staatsbosbeheer het graag. De ontwikkelaar wil een mooie woonwijk maken en denkt daarin te slagen door het polderlandschap de woonwijk in te trekken. En Staatsbosbeheer op zijn beurt wil  graag dat de bereikbaarheid van het groen en de natuurwaarde van het hele gebied verbetert.

Wat gebeurt er in Krommenie?

Projectontwikkelaar AM en Staatsbosbeheer werken in Krommenie samen in de ontwikkeling van een waterrijke wijk met 235 woningen. De wijk ligt op de plaats waar tot voor kort een sportcomplex stond, tussen het dorp en een twee percelen natuurgebied van Staatsbosbeheer. AM gaat in de wijk groenstroken en sloten aan het natuurgebied verbinden. Door water en groen de wijk in te trekken, ontstaat volgens Staatsbosbeheer en AM niet alleen een aantrekkelijk woonmilieu maar ook een betere natuurwaarde op gebiedsniveau. Het natuurgebied van Staatsbosbeheer, dat momenteel heel beperkt toegankelijk is, krijgt nieuwe vlonder- en voetpaden en wordt ecologisch opgeknapt. De meerkosten van het beheer van de Staatsbosbeheergronden worden door AM afgekocht uit de exploitatie van de woonwijk.

Is Staatbosbeheer, je weet wel die onzichtbare ambtenarenclub met boswachters, nu aan het wheelen en dealen? Dat beeld kantelt als je met Harry Boeschoten, programmadirecteur Groene Metropool van Staatsbosbeheer praat.  “Staatsbosbeheer: dat zijn mensen die de natuur beheren. Daar kun je toch niets mee, is het karikaturale beeld en daarom in de kern waar”, zegt Boeschoten, achter een cappuccino in het hippe huiskamercafé van Rotterdam CS. Maar de ecoloog, wiens vader eigenaar was van aannemingsbedrijf BAM-Boeschoten in Doorn, wil dat Staatsbosbeheer uit die luie stoel komt en meedenkt en -helpt aan een natuurrijker en mooier Nederland.

Hé Harry! De Desirée Uitzetters en Jan Fokkema’s van deze wereld kennen hem

Dus is Boeschoten af en toe te vinden bij projectontwikkelaars. Vorig jaar was hij nog een vreemde eend in de bij bij de Provada, vertelt hij. Dit jaar was het “Hé Harry”. “Dat we uit die stoel zijn gekomen, heeft heel wat deuren geopend”, merkt hij al. De Desirée Uitzetters en Jan Fokkema’s van deze wereld kennen hem.

Met die projectontwikkelaars, zoals met BPD en AM, is hij al aan het verkennen waar de grond van Staatsbosbeheer en de posities van projectontwikkelaars tegen elkaar aan liggen, of zoals Boeschoten zegt “waar we samen liggen”. En welke perspectieven bieden die combinaties? Zijn ze te combineren? In de Haarlemmermeer is Staatsbosbeheer bezig met zo’n vingeroefening. Spannend, vindt de ecoloog. “Het is voor projectontwikkelaars net zo’n ontdekkingsreis als het voor ons is.”

De ligweides en het kijkgroen zijn functioneel sleets

Staatsbosbeheer heeft rond Hoofddorp en Nieuw Vennep een aantal “losse recreatiebosjes” liggen in het gebied waar plannen gemaakt worden voor de bouw van ruim 7.000 woningen. “We onderzoeken nu hoe onze gronden een rol kunnen spelen in de ontwikkeling.” Nee, dat betekent geen grond weggeven en zeggen: kijk maar wat je ermee doet. “Uitgangspunt is dat we het bestaande groen benutten om de kwaliteit van nieuwe woongebieden te vergroten. Dat vraagt om goede verbindingen tussen de wijk en het groen. Bos is daarbij meer dan een aantrekkelijke omgeving, het kan helpen in de waterberging van de wijk.”

De houding van Staatsbosbeheer om mee te denken met projectontwikkelaars biedt perspectieven. “Velen zullen er niet stil bij staan, maar Staatsbosbeheer heeft 40 à 50.000 hectare grond aan de rand of in de buurt van de stad”, weet Boeschoten. In totaal beheert het staatsbedrijf ruim 270 hectare aan bos- en natuurgebied.

Harry Boeschoten is zoon van een aannemer. Foto: Suzanne van de Kerk

Wie is Harry Boeschoten?

Harry Boeschoten is zoon van aannemer Henk Boeschoten uit Doorn. Zijn bedrijf werd overgenomen door BAM en kreeg de naam BAM-Boeschoten. Het bedrijf werd bekend van de bouw van het Kröller-Müller Museum en de Veemarkt in Utrecht. Het had niet veel gescheeld of Harry Boeschoten had ook de aannemerij in gegaan. Maar zijn vingers waren eerder groen dan grijs, dus ging hij naar Landbouwhogeschool Wageningen (1975-1983), werd hij ecoloog en kwam hij te werken bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Sinds 1996 werkt Boeschoten bij Staatsbosbeheer. Op dit moment is hij programmadirecteur Groene Metropool. Doel is te komen tot een fijnmazig groenblauw netwerk in stad en land dat als een nutsvoorziening alle huishoudens bedient. “Zodat je lopend, fietsend en skeelerend vanuit huis of werk naar buiten kunt.”

“Eigenlijk is groen een nutsvoorziening. Net als elektriciteit moet iedereen er op aangesloten worden.”

De banden met projectontwikkelaars zijn nodig als je groene vertakkingen in en om de stad wilt creëren. Want de ligweides, de zwemplas en het kijkgroen dat vijftig jaar geleden bedacht is, is inmiddels functioneel sleets, zegt Boeschoten. De mens van nu gaat veel meer op pad en heeft een veel grotere actieradius. Hardlopers en gebruikers van elektrische fietsen zitten zo dertig kilometer verderop. Maar dan moeten ze niet bij de eerste beste randweg de pas afgesneden worden, of langs drukke verkeersaders dieseldampen moeten opsnuiven. Iedereen zou vanaf zijn voordeur de natuur moeten kunnen bereiken, via een groen netwerk, vindt Boeschoten. “Eigenlijk is groen een nutsvoorziening. Net als elektriciteit moet iedereen er op aangesloten worden.”

De met boompjes en struiken behangen Trudo Toren in Eindhoven van de Italiaanse architect Stefano Boeri, of het origineel in Milaan, is best een goed idee, maar mag niet op zichzelf staan, vindt de aannemerszoon. Dit soort woontorens heeft een hoge symboolwaarde, vindt Boeschoten. Wonen in een bos klinkt wel stoer, maar als je onderaan die toren staat, wat zie je dan? Beton en asfalt of bomen en bloemen? Boeschoten: “Je moet niet alleen zorgen voor groene plekken, maar vooral voor groene systemen.” Soms liggen die vertakkingen al in de vorm van bestaande infraverbindingen (spoor, water, wegen) er al en kan het groen daarlangs aangelegd worden.

Hoe zit het dan met wel of niet bouwen in het weiland? Die discussie vindt Boeschoten veel te gepolariseerd. “Het zal nooit lukken om alles in de stad te bouwen. Het gevaar van zo’n discussie is dat als je buitenstedelijk gaat ontwikkelen, dat je dat te klein doet in plaats van ruimhartig.” Als je buiten de stadsranden gaat bouwen, doe het dan goed, neem de ruimte en integreer bos en recreatie in voldoende mate.

Iets beters doen met percelen die ‘niet de allerhoogste natuurwaarde’ hebben

Boeschoten constateert dat rode contouren vaak heilig zijn. Niet altijd terecht. Veel gebieden vlak aan de randen van de stad zijn verrommeld. Woningbouw gemengd met natuur zou de locatie verbeteren, is zijn overtuiging. “Maar daarmee zeggen we niet: bouw maar buiten de steden. Het gaat erom dat je met een verstandige blik naar een heel gebied kijkt.”

Verstandig wil Staatsbosbeheer ook naar zijn eigen percelen kijken. Eerlijk is eerlijk: Staatsbosbeheer zou iets beters kunnen doen met de paar procent van het totale bezit dat “niet de allerhoogste natuurwaarde heeft”, zegt Boeschoten. Dat kun je in sommige gevallen best voor iets anders bestemmen. “Als de genietbaarheid en de natuurwaarde maar toeneemt.”

Bovendien moet je in Nederland iets doen met groen, nu de zorgen over het klimaat steeds meer Nederlanders in beweging krijgen. Veel mensen zijn volgens hem geschrokken van de hittestress in de steden en de overstromingen. Één grote boom kan bijna hetzelfde als tien airco’s, roept weerman Marco Verhoef op tv.

Groen is waar de huizen niet komen? Onzin

Voor projectontwikkelaars en bouwers is natuurinclusief bouwen een nieuwe tak van sport. Ze bedenken woningen met slimme plekjes de huismus, gierzwaluw en de dwergvleermuis. Hartstikke mooi. Maar het gaat verder dan dat. “Denk buiten de grenzen van het projectgebied.” Boeschoten hoort wel eens: “Groen is waar de huizen niet komen.” Onzin. Zijn advies: “Zoem even uit. Kijk door de ogen van de wandelaar en fietser. Of door de ogen van een vlinder. Waar kan ik heen? Eigendomsgrenzen moeten niet tellen.” Liever zou hij die heilig verklaarde eigendomsgrenzen “verzachten”, zegt hij. “Denk vanuit een streek. Beschouw dat niet te smal.”

Je zou eerst moeten beginnen met het aanleggen van die groene netwerken voordat je plekken voor nieuwbouw aanwijst. In Almere is dat gelukt. Maar soms kun je in oude steden met een uitruil van rood en groen ook achteraf dat netwerk stukje bij beetje aanleggen.

Stad in een park – in plaats van andersom

Zijn verhaal over groene netwerken moet nog een beetje landen bij iedereen in gebiedsontwikkelingsland, zegt hij. Maar op sommige plekken is het al geland. Zo bevat het Klimaatakkoord een hoopgevend zinnetje dat bij nieuwbouwplannen ook bosuitbreiding meegenomen moet worden. Enthousiast is Boeschoten ook over Breda dat de ambitie uitgesproken heeft een “stad in een park” te worden in plaats van andersom. Ook het versteende Rotterdam is volgens hem ambitieus om “meer rust en groen” in de stad aan te leggen. In oude binnensteden is het volgens hem “groene dooradering” mogelijk. “Drie procent van het riool ligt jaarlijks open. Als je de straat weer aanlegt, kun je dat gelijk goed doen. Eindhoven heeft bijvoorbeeld als beleid: er gaan alleen stenen terug als groen niet kan. Maar je moet als gemeente wel een visie hebben, anders kun je die kansen niet pakken.”

Bloemrijke graslanden en het fietspad langs de Busch vormen straks groene schakels tussen de nieuwe wijk en het polderlandschap van Krommenie. Foto: Staatsbosbeheer | Robert Graat.

Reageer op dit artikel