nieuws

Historische lijnen spinnen rond een oude broodfabriek

woningbouw Premium 1080

Historische lijnen spinnen rond een oude broodfabriek

Met de transformatie van de oude Lubro-fabriek, nadert nieuwbouwwijk Zijdebalen in Utrecht zijn voltooiing. De markt staat er compleet anders voor dan in 2013 toen Hurks en Van Wijnen in deze binnenstedelijke gebiedsontwikkeling stapten. De bedrijfsruimten van de oude broodfabriek zijn al verhuurd. En over de zes koopwoningen van elk zeker 1,4 miljoen, tussen de  rauwe betonnen spanten, maken de ontwikkelaars zich ook geen zorgen.

Het stond er vervallen en troosteloos bij. Meer dan tien jaar lang.  Overgeleverd aan zwervers, graffiti spuiters, feestgangers en pyromanen. Niemand leek zich nog te bekommeren om de oude Lubro-fabriek aan de Vecht in Utrecht , nadat in de 2004 de laatste broden uit de ovens kwamen.

Toch kwam het volgens ontwikkelaar Rogier Middelburg en architect Nico Knipscheer geen moment in hun hoofd op om het gebouw te slopen toen ze zich met de ontwikkeling van Zijdebalen gingen bemoeien. Ze weten dat lang niet iedereen gecharmeerd is van wederopbouw-architectuur. En bij projectontwikkeling lijkt soms niets zo gemakkelijk als oude troep platgooien om met een schone lei te kunnen beginnen. Maar de projectontwikkelaar en de architect zagen naar eigen zeggen altijd de charme van het pand uit 1948. Het vormde bovendien een dankbaar aanknopingspunt om het nieuw te ontwikkelen stadsdeel een identiteit te geven en wat historie terug te geven. Want daar ontbrak het compleet aan in 2013, toen Hurks en Van Wijnen, middenin de financiële crisis het project overnamen van Madevin.

Ontwikkelaar Rogier Middelburg van Hurks (links) en architect Nico Knipscheer van Venster Architecten. Foto: Marnix Schmidt

Terwijl die geschiedenis van dat vervallen bedrijfsterrein aan de westkant van het centrum van Utrecht juist ongelofelijk rijk was, weet Middelburg na zes jaar werken aan Zijdebalen. In de middeleeuwen bevond zich er een ommuurde voorstad, de Bemuurde Weerd. Daar zaten bedrijven die zich bezig hielden met activiteiten waarvoor in de drukke binnenstad van Utrecht geen ruimte was. Het stromende water van de Vecht benutten ze handig als bron van energie voor de houtzaagmolens en de spinnerijen.

Vanaf de 17eeeuw kwam ernaast een zijdefabriek tot bloei. De eigenaar liet een eigen buitenverblijf  bouwen dat hij Zijdebalen noemde. Het was op dat moment de grootste buitenplaats van Nederland. Met lanen, vijvers, beeldengroepen, siertuinen en verblijven voor exotische dieren.

Niets terug te vinden van ‘Versailles aan de Vecht’

Van dat ‘Versailles aan de Vecht’ was dus helemaal niets terug te vinden, laat Middelburg zien op een luchtfoto van begin deze eeuw.  Geen overgebleven gebouw, maar ook niet in het stratenpatroon, watergangen of wat dan ook. De eigenaar van de zijdefabriek had namelijk in zijn testament bepaald dat zijn lustoord bij het beëindigen van het bedrijf ook ontmanteld moest worden.  “Dat hebben ze rigoureus gedaan.”

In de 19eeeuw was het gebied in gebruik als tuinderij. Van die tijd stamt nog een oude tuinderswoning. Pal naast dat enige andere gebouw met historische wortels, die broodfabriek, al dateert die van vlak na de oorlog.

Half Utrecht at het ‘luxe brood’ van de Lubro

Bakkerszoon Gert Schmidt realiseerde vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw de Utrechtse variant van de American Dream.  Vanuit het niets bouwde hij een grote fabriek op met tientallen winkels over de hele stad en een vloot karren en vrachtwagens voor de distributie. Op het hoogtepunt  werkten er 600 mensen voor de Lubro en at de half Utrecht het luxe brood(vandaar de afkorting Lubro) uit zijn fabriek.

Lubro fabriek kort na de opening in 1948. Foto: Gemeentearchief Utrecht

Na de oorlog kon Schmidt de uitbreidingsplannen die hij al langer koesterde realiseren met de bouw van een nieuwe fabriek aan de Vecht.  Aan het water stond een rechthoekig kantoorgedeelte van metselwerk, daarachter bevond zich een grote hal met betonnen spanten waar op de eerste verdieping de deegmachines, rijskasten en ovens hun werk deden.  Met dat sobere doelmatige pand, ontworpen door architect H Mertens, moesten de ontwikkelaar en de architect het doen.

Van Middelburg:  “Dat terugbrengen van de geschiedenis is niet een of andere leuke hobby, maar is in mijn ogen noodzakelijk bij een gebiedsontwikkeling als deze. De wijk Zijdebalen en de blokken er omheen vormen met 175 woningen per hectare het dichtst bebouwde stukje Utrecht. Wil je vastgoedwaarde creëren en de kwaliteit bieden die aansluit bij de binnenstad van Utrecht dan moet je investeren in een gebiedsidentiteit. Daarom brengen we de oude watergangen van de Bemuurde Weerd terug en laten het fundament van een oude toren die bovenkwam bij archeologische opgravingen terugkeren in het trottoir. Verder brengen we gevelstenen aan die verwijzen naar de zijdehandel die vroeger in het gebied plaatsvond. Hetzelfde thema keert terug in de hekwerken naar de semi-openbare binnentuinen van de wooncomplexen. Op de gevel van het horeca-paviljoen op het centrale plein printen we sterk uitvergrote historische afbeeldingen. Overal kom je wel iets tegen dat herinnert aan vroeger.”

Met 175 woningen per hectare is Zijdebalen het drukst bebouwde deel van Utrecht.

Maar het meest tastbare object is die oude Lubro fabriek. Al hebben ontwikkelaars en architect lang het hoofd gebroken over de vraag wat ze nou precies konden met dat vervallen en verwaarloosde pand. Knipscheer: “We hebben aan van alles gedacht: Food-hall, kantoren en appartementen. Uiteindelijk werd het een mix. Behalve een restaurant en co-working spaces  komen er vooral woningen. Zes enorme huizen van elk 280 vierkante meter die een complete beuk tussen twee spanten beslaan, over de hele breedte van de fabriekshal. Met plek voor drie auto’s in de oude meelkelder eronder.”

Stalen kozijnen teruggebracht, even slank als vroeger

Hurks en Van Wijnen hebben inmiddels het dak en de gevel geïsoleerd. De glazen puien die waren verdwenen in de periode van leegstand zijn teruggebracht met exact hetzelfde ritme en de slankheid van de oorspronkelijke stalen kozijnen. Alleen zijn ze nu voorzien van een koudebrug-onderbreking en zit er dubbelglas in. De ramen op de eerste verdieping van de zuidgevel zijn onzichtbaar als harmonica-kozijnen en kunnen open geschoven over de hele breedte (6 meter) van de gevel. Zo ontstaat er middenin de stad een riante op de zon gerichte buitenruimte. De staalprofielen zijn geverfd in de oorspronkelijke tinten die na historisch kleur-onderzoek zijn vastgesteld. ‘Vespa wit’ noemt Middelburg het. In het gewelfde dak is ook alvast een rij daklichten aangebracht. Maar verder laten Hurks en Van Wijnen de ruimte nog ongemoeid. De scheidingswanden zitten er nog niet eens in, als de verkoop volgende maandofficieel van start gaat.  Gezien de prijs waarvoor de woningen weggaan, 1,4 tot 1,5 miljoen euro, willen de ontwikkelaars de toekomstige bewoners zoveel mogelijk keuzevrijheid bieden.

Knipscheer en zijn collega’s bij Venster Architekten hebben daarom een aantal ontwerpen getekend om de verbeelding van potentiële kopers te prikkelen. Zodat ze een idee krijgen wat ze zoal kunnen met die enorme ruimte tussen die karakteristieke betonnen spanten. Allemaal hebben ze wel een entresol, maar bij het ene ontwerp biedt die tussenvloer ruimte aan vier slaapkamers en een badkamer,  terwijl het bij een ander niet meer is dan een eiland in de verder open ruimte. De keuze is aan de kopers.

Een woning beslaat de ruimte tussen twee betonnen spanten. In de meeste schetsontwerpen is door Venster Architecten wel een entresol ingetekend.

“Hoewel niet alles kan”, waarschuwt Knipscheer, “de constructie heeft zijn beperkingen” Bij één van de varianten die hij tekende loopt de vide bijvoorbeeld door tot de begane grond. Daar is een flink gat gezaagd in de vloer van de eerste verdieping. Dat gat kan niet helemaal doorlopen tot de scheidingswand, want daar bevindt zich een wapeningszone in de betonnen  vloer.

Ondanks het feit dat daarop ruim een halve eeuw zware deeg- en rijsmachines hun werk deden, is die vloer opmerkelijk dun. Niet meer dan 19 centimeter, laat de architect zien op de oorspronkelijke bouwtekeningen die hij uit het archief heeft gevist.

Door de paddestoelkolommen eronder en ingenieus geintegreerde wapeningszones wisten de ontwerpers kort na de oorlog materiaal uit te sparen. De zwaar belaste machinevloer van de eerste verdieping was niet meer 19 centimeter dik.

Dat zijn precies van die details die het gebouw voor hem zo charmant maken. “Kort na de oorlog waren materialen schaars maar was aan arbeid geen gebrek. Er hoefde dus niet beknibbeld te worden op het uittimmeren van complexe houten bekistingen voor bijvoorbeeld paddestoelkolommen op de begane grond. Ook werden geïntegreerde balken in de vloeren  gecreëerd door wapeningszones te vlechten. Heel ingenieus en slim. Dat zijn van die dingen waar je niet aan moet komen, anders breng je de hoofddraagconstructie in gevaar. Gelukkig zijn de woningen royaal genoeg om voldoende mogelijkheden te bieden voor alternatieven. De precieze plek waar de doorbraak komt naar de parkeerplekken en de eigen opgang vanuit de oude meelkelder ligt bijvoorbeeld ook nog niet vast. Er kan echt heel veel.”

Hurks en Van Wijnen brengen de oude Noordstroom die in de Middeleeuwen uitkwam op de Vecht, weer terug.

Twee van de acht beuken van de fabriekshal worden vanaf volgend jaar in gebruik genomen door een reclamebureau. Dat neemt ook nog een stuk van het gemetselde kantoorgedeelte in gebruik op de kop van het complex. Op de begane grond komt daar een restaurant, met een terras aan de Vecht, laat Middelburg zien. In dit deel zaten de oorspronkelijke stalen kozijnen nog wel op hun plek en daar is iets dunner dubbel glas in geplaatst dan bij de woningen. Het natuurstenen beeld van een bakker die op zijn hoorn blaast om aan te geven dat het brood gaar is, op de hoek van het gebouw, komt ook weer terug. Het staat nu bij de restaurateur in Baarn. Tot slot keren ook de letters Lubro terug.  Vanaf het dak van het kantoorgedeelte zal hun licht ’s avonds weerspiegelen in het zachtjes stromende water van de Vecht.

Die oude letters komen terug. Die zijn geschiedenis. Architectuur

Middelburg: “De gemeente Utrecht is terughoudend met het geven van vergunningen voor lichtreclames. Ze willen dat het straatbeeld in de stad  niet te schreeuwerig wordt. Maar ze maken voor de Lubro een uitzondering. Er is natuurlijk ook helemaal geen sprake van reclame, want de Lubro bestaat allang niet meer en is opgegaan in een groot internationaal meel- en broodconcern. Maar die kenmerkende letters dragen wel bij aan die historie waar we zo naar op zoek waren voor Zijdebalen.

Knipscheer is nog stelliger: “Het pand is inmiddels een gemeentelijk monument. Dat oude logo hoort daar natuurlijk bij. Dat draagt bij aan de kwaliteit van het gebied. Die letters, die zijn wel beschouwd zelf inmiddels architectuur.”

Reageer op dit artikel