nieuws

De corporatiewoning als circulaire mijn? Het kan, maar simpel is het niet

woningbouw Premium 1728

De corporatiewoning als circulaire mijn? Het kan, maar simpel is het niet
Foto: Dirk Verwoerd

Mutatieonderhoud aan een sociale huurwoning waarbij alle afval wordt hergebruikt en alle nieuwe materialen circulair zijn. Hoe doe je dat? Mouton Bouw nam bij een woning van woningstichting Eigen Haard in
Uithoorn de proef op de som. “Het kan, maar we moeten nog veel zaken verbeteren”, zegt bedrijfsleider Bart van Acker.

Eigen Haard heeft voor het eerst op circulaire wijze een vrijgekomen huurwoning opgeknapt. De rijwoning uit midden jaren vijftig in Uithoorn moest flink worden aangepakt, zo zegt mutatieopzichter Goran Pogarcic. Keuken, toilet en badkamer zijn helemaal vernieuwd. De isolatie van de zolderkamer en de begane grondvloeren is verbeterd. De woning is voorzien van mechanische ventilatie. Verder heeft Eigen Haard alle deuren vervangen en is het stucwerk deels gerepareerd. Voor hem is mutatieonderhoud dagelijkse kost.

Maar een circulaire werkwijze waarbij de corporatie afvalstromen omzet in bruikbare grondstoffen vraagt volgens hem een fundamenteel andere manier van werken. “Wij hebben de gewoonte vrijkomende materialen voor het grootste deel weg te gooien. Een corporatie heeft feitelijk geen inzicht in de afvalstromen die bij mutatieonderhoud ontstaan. Als we daarin een omslag willen maken, als we van afval een bruikbare grondstof willen maken, dan moet allereerst duidelijk worden welke afvalstroom vrijkomt.”

‘Er kwam maar liefst 5 ton aan afval uit de woning’

Beelen heeft daarom heel voorzichtig alle materialen uit de woning verwijderd. Met een voor Pogarcic verrassende uitkomst. Er kwam maar liefst 5 ton aan afval uit de woning. “Beelen heeft al dat materiaal ter plekke gesorteerd. De voortuin stond op een gegeven moment helemaal vol met Big Bags: zakken met latjes, gipsplaten, isolatiemateriaal, kranen, deurkrukken, noem maar op.”
Graag zou Bart van Acker bepaalde elementen direct hergebruiken, maar zo simpel is het niet. “Achter de plafondplaten kwamen mooie latten tevoorschijn. Wellicht meer dan zestig jaar oud, maar nog puntgaaf. Die latten zou je prima opnieuw kunnen gebruiken, maar het lukt ook een voorzichtige sloper niet dergelijke latjes heelhuids te verwijderen. Daarmee gaat dat hout overigens niet verloren. Het kan gewoon worden gerecycled.”

Het zorgvuldig slopen en aansluitend sorteren van alle materialen is arbeidsintensief en dus duur. Tegenover die kosten staan nog niet voldoende inkomsten, constateert Van Acker. “Er is aan de sloopkant maar weinig markt. Voor het aanleveren van grondstoffen wordt niet of nauwelijks betaald. Het arbeidsintensieve sorteerproces weegt voor een opdrachtgever niet op tegen de opbrengst.”

Circulair mutatieonderhoud

Nederland telt meer dan twee miljoen sociale huurwoningen. Zeker 120.000 woningen krijgen jaarlijks een nieuwe huurder. Alleen al Eigen Haard kent elk jaar meer dan 3.000 mutaties. Het vrijkomen van een woning wordt aangegrepen voor extra onderhoud. De werkzaamheden variëren van het schoon, veilig maken van de woning tot het verbeteren van isolatie en ventilatie en het vervangen van keuken, toilet en badkamer. Een ontelbare hoeveelheid deuren, wandtegels en keukenkastjes belanden vervolgens op de sloop. Volgens het programma Nederland Circulair moet ook mutatieonderhoud over 30 jaar volledig circulair gaan.

Pogarcic verwacht dat daarin de komende jaren wel iets zal veranderen. “Nu al is een bedrijf als Mosa bereid oude wand- en vloertegels en snijafval terug te nemen. Die tegels worden verwerkt tot grondstof voor de productie van nieuwe tegels. Daar wordt nu niet voor betaald. Maar het is heel wel denkbaar dat op termijn een grondstoffenmarkt ontstaat. Voor een sloopbedrijf wordt een corporatiewoning dan een soort van mijn waar kostbare grondstoffen kunnen worden gedolven. Grondstoffen ook waarvoor dan een zekere vergoeding op tafel kan worden gelegd.”

Van Acker wijst naar aanleiding van de sloopwerkzaamheden in Uithoorn op een ander knellend probleem. Mutatieonderhoud is logistiek ingewikkeld. “De voorbereidingstijd is kort. Slechts een maand van te voren is duidelijk dat een woning vrijkomt. De corporatie wil vervolgens die woning zo snel mogelijk opnieuw verhuren. De uitvoeringstijd is dus begrensd. Er is doorgaans maar zo’n drie weken beschikbaar voor sloop en opbouw.” De fysieke ruimte om de vrijkomende materialen vervolgens zorgvuldig te sorteren is vaak beperkt. “In Uithoorn hadden we gelukkig de beschikking over een voortuin. Maar op veel plekken in stedelijke gebieden hebben we die ruimte niet. Dan zal al het afval eerst door (milieuonvriendelijke) vrachtwagens naar een depot moeten worden afgevoerd om aldaar te worden gesorteerd. Die infrastructuur is er nog niet.”

‘Er zijn sloopbedrijven die nadenken over het inrichten van depots in onze regio, maar dat gebeurt alleen als de afvalstroom voldoende omvang heeft’

Ook daarvan verwacht Pogarcic dat de tijd een oplossing zal brengen. “Er zijn sloopbedrijven die nadenken over het inrichten van depots in onze regio, maar dat gebeurt alleen als de afvalstroom voldoende omvang heeft. Corporaties kunnen daaraan een positieve bijdrage leveren. In Amsterdam muteren jaarlijks duizenden sociale huurwoningen. Daarin schuilt een enorm potentieel aan kostbare grondstoffen. We moeten daar samen onze schouders onder zetten.”

Na het verwijderen van alle materialen had Mouton Bouw de eer de woning weer op te bouwen. Eigen Haard hanteerde daarbij drie uitgangspunten. Alle nieuwe materialen moeten in de toekomst makkelijk demonteerbaar zijn. Een volgende onderhoudsronde kan dan veel sneller gestalte krijgen. Daar waar mogelijk moeten goede tweedehandsspullen worden gebruikt. En de nieuwe materialen mogen geen toxische stoffen bevatten. Pogarcic wil fouten uit het verleden niet herhalen. “Decennia terug was het heel gewoon om asbesthoudende materialen te gebruiken.
Goedkoop. Makkelijk. Maar het verwijderen van die asbesthoudende afvoerbuis plaatst ons jaren later voor hoge kosten. De materialen die we vandaag gebruiken mogen morgen geen ziekteverwekkers zijn. Daarom kijken we kritisch naar bijvoorbeeld de aanwezigheid van formaldehyde in bouwmaterialen.”

Foto: Dirk Verwoerd

Het vinden van bruikbare materialen verliep niet altijd makkelijk, zo heeft Van Acker ondervonden. “Als die tweedehands spullen al te vinden zijn, dan is de kwaliteit daarvan niet altijd duidelijk. Bij gebruik van nieuwe materialen kent een aannemer precies de kwaliteit.

Maar hoe lang gaat tweedehands hang- en sluitwerk mee? Op de tweedehandsmarkt is nog geen sprake van certificatie. Daarvoor zou naar mijn idee een soort van NEN-norm moeten worden ontwikkeld. Voor een corporatie is dat ook makkelijk; dan hoeft in een bestek alleen maar de te realiseren uitkomst te worden vastgelegd.”

‘Corporaties moeten leren niet het enkelvoudige prijskaartje, maar de economische levensduur in ogenschouw te nemen’

Ook heeft hij persoonlijk veel energie gestoken in het vinden van een demontabele keuken. “Het klinkt heel logisch: plaats een keuken waarvan de onderdelen zich makkelijk laten vervangen. Dan kan bij een volgende mutatie de ingreep beperkt blijven tot het vervangen van bijvoorbeeld een kapot deurtje. Maar in de praktijk is zo’n keuken niet of nauwelijks verkrijgbaar.” In Uithoorn is de keuken geleverd door The New Makers -Triboo leverde de materialen- tegen bijkans de standaardprijs van corporaties. “Ook dat is een ding. Corporaties moeten leren niet het enkelvoudige prijskaartje, maar de economische levensduur in ogenschouw te nemen.

Vandaag is de aanschaf wellicht wat duurder, maar op termijn is zo’n keuken goedkoper.” Voor hem is de aankoop van een demontabele keuken een soort van tussenstap. Het eindbeeld kan zijn dat de leverancier zo’n keuken aanbiedt als service. Zo’n oplossing leidt volgens hem tot nieuwe spannende vragen. “Is zo’n service voor veel verschillende producten haalbaar? Wordt het sloopbedrijf dan de distributeur die de verschillende elementen terugbrengt? De antwoorden heb ik niet, maar het herkennen van die vragen maakte de aanpak van dat eerste huurhuis wel interessant.”

Over de uiteindelijke kosten van de aanpak van de woning kan Eigen Haard nog niks zeggen. Voor deze pilot werden speciale afspraken gemaakt met Mouton Bouw en leverancier Stiho. Maar voor Van Acker is wel duidelijk dat sommige ingrepen zich niet laten herhalen.

“In dit geval zijn muren deels hersteld met leemstuc. Dat product is milieuvriendelijk, maar het aanbrengen daarvan vraagt veel extra manuren. Dat is voor een corporatie financieel niet haalbaar.” Wel begint Eigen Haard op korte termijn met een tweede proef met circulair mutatieonderhoud. Dan in een woning waar de onderhoudsopgave wat minder omvangrijk is.

Cobouw Praktijkdag Circulair Bouwen

Cobouw Praktijkdag Circulair Bouwen

Reageer op dit artikel