nieuws

Appeltje voor de dorst of niet: meeste corporaties verkopen hun middenhuurwoningen

woningbouw Premium 858

Appeltje voor de dorst of niet: meeste corporaties verkopen hun middenhuurwoningen

Het merendeel van de woningcorporaties is van plan zijn middeldure huurwoningen te verkopen.

Dat blijkt uit onderzoek van RIGO in opdracht van Platform31. In stedelijke gebieden is het tempo waarin corporaties hun zogeheten niet-DAEB-woningen van de hand doen wat langzamer dan in regio’s met minder druk op de woningmarkt.

Slechts een kleine groep corporaties is actief bezig het bezit met middendure huurwoningen uit te breiden. Deze groep verwacht op langere termijn een stabilisatie van de omvang van deze woningen. Vaak gaat het om stedelijke corporaties die werken in een krappe woningmarkt. Deze corporaties hebben volgens Platform31 oog voor de nood van de groep huishoudens met een laag midden inkomen die in de knel zit. Ze geven aan flexibel op toekomstige ontwikkelingen in de markt in te willen spelen en hebben daartoe bewust een aantal woningen uit het DAEB-segment (sociale huurwoningen) naar de niet-DAEB-tak (vrije sectorhuur) overgeheveld.

Middenhuur als appeltje voor de dorst

Afhankelijk van ontwikkelingen in de markt en mits marktpartijen de bouw van middeldure huurwoningen niet oppakken, wordt de huur van deze woningen op termijn tot boven de liberalisatiegrens verhoogd. Daarbij is voor deze corporaties belangrijk dat het aantal sociale huurwoningen op peil blijft en dit beleid dus niet ten koste gaat van de primaire doelgroep.

De belangrijkste reden die voor de terugtrekkende beweging door corporaties wordt aangevoerd, is dat zij zich naar aanleiding van de wettelijk afgedwongen scheiding in de vastgoedportefeuille, hebben bezonnen op de vraag wat hun kernactiviteit is. Het merendeel heeft daarbij volgens Platform31 de conclusie getrokken dat ze een DAEB-corporatie zijn, dus primair gericht op de allerlaagste inkomens. Verhuren in de vrije sector beschouwen zij als een taak van commerciële partijen. Zij zien de niet-DAEB-woningen als appeltje voor de dorst, dat wordt aangesproken als de investeringsopgave in de DAEB-portefeuille, bijvoorbeeld voor verduurzaming, daartoe aanleiding geeft.

Marktpartijen bouwden vooral dure vrije sectorhuur

Volgens de onderzoekers zijn er regio’s met een krappe woningmarkt sinds de invoering van de Woningwet door marktpartijen weliswaar meer vrije sector huurwoningen gebouwd, maar vaak gaat het om woningen in duurdere prijsklassen (boven de 1.000 euro), of kleine huurappartementen met een huurprijs rond de 900 euro.

Platform31 ziet het als gemiste kans dat geen van de corporaties hun middeldure woningen niet in een gezamenlijke woningvennootschap gebundeld hebben. Vooral gezien de huidige krapte in het middeldure huursegment in grote en middelgrote steden. “De complexiteit, het ingrijpende karakter en de korte implementatietermijn van het scheidingsdossier hebben hier vermoedelijk een rol gespeeld. Maar ook de angst dat het Rijk corporaties op termijn zou dwingen het niet-DAEB bezit af te stoten, heeft veel corporaties op het spoor van de administratieve scheiding gezet en is van een juridische splitsing afgezien”, aldus de onderzoekers.

Reageer op dit artikel