nieuws

Nationale Woonagenda legt lat op 75.000 woningen per jaar

woningbouw Premium 1135

Nationale Woonagenda legt lat op 75.000 woningen per jaar

Zo’n 700.000 woningen moeten er tot 2025 gebouwd worden. Gemiddeld 75.000 woningen per jaar. Dat hebben bouwende partijen met minister Ollongren (wonen) afgesproken in de Nationale Woonagenda. “Een wezenlijke stap om de uitdagingen op de woningmarkt aan te pakken”, stelt Ollongren.

Ze had ruim de tijd genomen om erop te broeden. Woensdag presenteerde minister Ollongren dan eindelijk haar Nationale Woonagenda dat ze met alle relevante partijen in de bouw en woningmarkt afsloot. Een akkoord met veel wensen en voornemens, maar ook met een realistische ondertoon. Er is een “wezenlijke stap gezet om de uitdagingen op de woningmarkt aan te pakken”, vindt ze. En nee, “het is niet zo dat bouwplannen in één dag zijn getekend, dat huizen binnen een week worden gebouwd en dat de uitwassen in de huursector in een maand zijn opgelost”.

Het aantal van 75.000 woningen wordt door verschillende experts, zoals Peter Boelhouwer, genoemd om het woningtekort terug te dringen. Het EIB zit ook in de buurt.

Minister Ollongren trekt regie definitief naar zich toe

In de Nationa Woonagenda spreken de partijen af zich in te zetten de bouwproductie te versnellen en vergroten. Ook moet de bestaande voorraad beter benut worden en moet wonen betaalbaar gehouden worden. “In de afgelopen jaren is er een woningtekort ontstaan in Nederland. Op veel plekken vinden mensen het moeilijk om een huis te vinden dat past bij hun wensen en mogelijkheden […] Alleen woningen bijbouwen is niet genoeg. Zowel de nieuwbouw als de bestaande woningvoorraad moet passen bij de vraag van huishoudens die een woning zoeken, nu en in de toekomst.”

Met de Nationale woonagenda trekt de minister de regie definitief naar zich toe. Elk half jaar wordt met de “brede coalitie” om tafel gezeten om te kijken of de productie wel gehaald wordt. Lokaal worden “woningmarktoverleggen” opgericht om te praten over de woningbouwopgave in de regio. De minister belooft de crisis- en herstelwet voor de zomer aan te passen, en onwenselijk belemmerende wet- en regelgeving weg te nemen. Vastgelopen en complexe projecten wil ze uit de modder trekken door expertteams erop af te sturen.

Tempo hoog houden: meer plannen, liefst hard

Het tempo moet er dus in, maar moet ook hoog blijven. Om op de “middellange termijn” niet opnieuw tegen achterstanden aan te lopen, moet de plancapaciteit in gespannen regio’s omhoog. Zachte plannen moeten snel hard gemaakt worden. De partijen beloven hun best te doen om complexe binnenstedelijke transformaties van de grond te krijgen. Een actiepunt is ook het snel aanwijzen van geschikte nieuwe locaties voor woningbouw, uiteraard “met aandacht voor de ontwikkeling van de toekomstige vraag”.

Hoewel de minister eerder pleitte voor bouwen in het groen, ademt het akkoord nu iets meer behoedzaamheid uit. “Uitgangspunt is dat er gebouwd wordt binnen bestaand bebouwd gebied.” Maar als er niet voldoende ruimte is, krijgen bouwende partijen de ruimte. Dan moet “verkend worden welke mogelijkheden er zijn om de plancapaciteit te vergroten, rekening houdend met veranderingen in de woningbehoefte en het risico dat plannen op termijn uitvallen of vertragen.”

Minister Ollongren (wonen); “Er is een wezenlijke stap gezet om de uitdagingen op de woningmarkt aan te pakken.”

Geen ei gelegd over middenhuur

Over de grootte van de middenhuursector hebben de bouwpartijen nog geen ei gelegd. In het najaar willen ze dat doen. Ook willen ze nog bekijken of en hoe de betaalbaarheid en toegang voor starters verbeterd kan worden.

Voor corporaties zit er mogelijk een vorm van financiële verlichting aan te komen. Het Rijk is aan het onderzoeken “op welke wijze de onvoorziene meeropbrengst van de verhuurdersheffing kan worden geïnvesteerd in de woningmarkt, de verduurzamingsopgaven van sociale woningen en instrumenten voor doorstroming”. Ollongren “verkent mechanismen om middelen in de sector optimaal in te zetten”.

Volgens Ollongren is de Nationale woonagenda “geen eindpunt, maar een uitnodiging om elkaar blijvend te committeren aan de ambitie en de gezamenlijke inzet die hierin is overeengekomen”. Inzet: “een (nog) beter werkende woningmarkt”.

Reageer op dit artikel