nieuws

Dag van de projectontwikkeling: Opzij opzij opzij, de projectontwikkelaars hebben ongelooflijk veel haast

woningbouw Premium 1309

Dag van de projectontwikkeling: Opzij opzij opzij, de projectontwikkelaars hebben ongelooflijk veel haast

Nederland moet 600.000 woningen bouwen voor 2025. Projectontwikkelaars voelen de haast. “Dat is morgen”, zei Bart van Breukelen donderdag op de Dag van de Projectontwikkeling.

Opzij opzij opzij, maak plaats maak plaats maak plaats, we hebben ongelooflijke haast. Donderdag leek een zingende Herman van Veen af en toe langs te rennen in de Brabanthallen in Den Bosch. Nederland loopt achter met woningen bouwen. “Het moet echt sneller”, zei Bart van Breukelen, voorzitter van projectontwikkelaarsvereniging Neprom tegen een volle zaal. “Niet alleen in Amsterdam is er een tekort aan woningen, in een heel groot deel van het land is er een tekort, ook aan betaalbare woningen.”

Om die urgentie te onderstrepen bood een groep met veertien projectontwikkelaars donderdag minister Ollongren een “Routekaart voor duurzame verstedelijking” aan (maar de minister was afwezig, want te druk met bouwzaken). Daarin staat onder andere in dat er in de steden ruim 500.000 woningen gebouwd moeten worden voor 2030. Van Breukelen keek er bedenkelijk bij. “Dat zijn 40.000 woningen per jaar op complexe locaties. Het zou een fantastische prestatie zijn als dat lukt.” Maar er is ook nog zoiets als het “laadvermogen” van steden. Hoeveel verdichting kan een stad aan? In Amsterdam lijkt de grens soms al bereikt, horen de ontwikkelaars. Van Breukelen: “Er moet ook lucht blijven in de stad.”

Niemand slaapt nog onder de brug, maar de woningmarkt is verre van ideaal

Buiten de stad moet minstens de helft van de opgave gebouwd worden. Waarom? “Omdat de capaciteit tekortschiet, de tijd tekortschiet en omdat de woonvoorkeuren nu eenmaal verschillend zijn”, legde Van Breukelen uit. Stop dus dat “ideologische debat” – in goed Hollands: gezeur – over wel of niet in de stad bouwen en wel of niet eengezinswoningen. Bouwen! “Niemand slaapt onder de brug, maar misschien slapen sommige jongeren van 24 liever onder een brug met hun vriendin dan dat ze bij hun ouders moeten blijven wonen.” Besmuikt gelach in de zaal.

Van Breukelen wees er op dat de overheid jonge mensen moet stimuleren om het maakwerk te kunnen doen. “De urgentie is groot. We hebben technische mensen hard nodig.”

De routekaart is een schreeuw om regie vanuit de overheid en tegelijkertijd een handreiking om samen op te trekken. “Wij zijn bereid om voor de korte termijn, naast de bouw van sociale huur, de betaalbaarheid van nieuwbouw voor middengroepen te verbeteren, door een deel van de potentiële grondwaarde in schaarstegebieden daarvoor in te zetten”, beloven de veertien projectontwikkelaars van de routekaart. Of, zoals Van Breukelen zegt: “We zijn bereid om geld dat een gezonde business case te boven gaat terug te investeren in de stad en de maatschappij.” De ontwikkelaar jaagt niet alleen maar op geld, maar heeft ook een maatschappelijke rol, gonsde het in Den Bosch.

Kleine en fijne Vinex-locaties nodig

Gasloos bouwen hoort daar ook bij, al praatte Van Breukelen liever niet over het heftige verzet dat de projectontwikkelaars samen met Bouwend Nederland en de corporaties vorig maand nog leverden tegen de snelle invoering van gasloos bouwen per 1 juli. “Onbehoorlijk bestuur”, schreef de voorzitter van Neprom toen aan Ollongren en Wiebes. Nu sprak Van Breukelen dat hij “gelukkig” was met de houding en het “open vizier” van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Waar Blok toch vooral de gemeenten hun goddelijke gang liet gaan (al kwam hij daar later iets van terug door bij gemeenten langs te gaan), wil Ollongren meer de regie naar zich toetrekken. Terecht, klonk het in vele zaaltjes in de Brabant Hallen. “Er is een regisseur nodig.” Er moeten nieuwe Vinex-locaties aangewezen worden, al moeten we het niet zo noemen en mogen de locaties ook wel wat kleiner en fijner zijn.

Zelf hebben de ontwikkelaars het script al klaarliggen. Ze beloven dat alle nieuwbouwwoningen in 2020 energieneutraal zijn. “En daarna worden onze nieuwe woongebieden netto energieleverancier.” En ze willen verder gaan. “Wij willen daarnaast investeren in energiebedrijven en netwerkbedrijven op buurtniveau, die eigendom zijn van de bewoners.”

Ook circulariteit wordt serious business. “Bij het ontwerp van nieuwe woningen houden we zoveel mogelijk rekening met hoogwaardig hergebruik. We maken bij nieuwe ontwikkelingen ruimte voor waterberging in de woonomgeving en leggen groen aan ter bevordering van belevingskwaliteit en ter voorkoming van hittestress.” Woorden die je een paar jaar geleden niet zou verwachten van de grote projectontwikkelaars.

Niet alleen moet de overheid de regie op zich nemen, de overheid moet ook geld meebrengen. Jaarlijks 1 tot 2 miljard euro, dringen de veertien bedrijven aan. Doet de overheid dat niet, dan doemen zwarte scenario’s op. “Dan dreigt de ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden ernstig te vertragen. Daardoor lopen de woningtekorten verder op, neemt de leefbaarheid en de betaalbaarheid verder af, neemt de congestie toe, worden transitieopgaven vertraagd en verrommeld Nederland verder.”

Een andere keer misschien.

Reageer op dit artikel