nieuws

Waar gaan we 1 miljoen woningen bouwen? In de stad?

woningbouw 3714

Waar gaan we 1 miljoen woningen bouwen? In de stad?

Hoe bouwen we 1 miljoen woningen in de periode tot 2030/2040? Of liever: waar doen we dat? Dat was gisteren de vraag op het Debat Investeringsplan voor Duurzame Verstedelijking van Neprom/NVBI. De een vindt dat er nog wel degelijk ruimte is in de stad en de ander vindt dat we dat alleen kunnen als we al het groen weghalen en de voetbalvelden volbouwen. En dan halen we nog maar de helft van het miljoen woningen die nodig zijn. Verslag van een debat.

Dagvoorzitter Rens de Jong hield het gisteren eenvoudig: “Er is een gigantische uitdaging. Er zijn in de periode tot 2030/2040 zo’n 1 miljoen woningen nodig. Hoe gaan we dat doen? Met in het achterhoofd dat de populariteit van de steden alsmaar toeneemt, er een energietransitie nodig is en we tegelijkertijd het landschap willen bewaren. Hoe zorg je er voor dat met alle plannen die we daarvoor ontwikkelen, we toch geen spijt krijgen?”

Hoe zorg je er voor dat met alle plannen die we ontwikkelen, we toch geen spijt krijgen?

Goede vragen, maar de antwoorden blijven lastig. Er wordt door de belangengroepen Neprom/NVBI nu hard gewerkt aan hun visie op de Nationale Omgevingsvisie, het document dat richting moet geven aan hoe we Nederland willen inrichten, rekening houdend met de verschillende belangen. In de zaal bij MediaPlaza in Utrecht zaten gisteren bouwers, overheden en ontwikkelaars om daar over te praten. Op 17 mei willen ze hun visie op hoe natuur en bouwen samen moeten gaan overhandigen aan Minister Ollongren van BiZa, die de knoop uiteindelijk moet doorhakken.

In het algemeen was in de zaal de stemming dat er gewoon vreselijk veel noodzaak is om veel en snel te bouwen. En dat andere belangen dan maar een beetje naar achteren geschoven moeten worden.

In de zaal ontstond op voorhand al discussie over de polarisatie die momenteel plaatsvindt. De ene groep roept heel hard dat er in de stad moet worden gebouwd. En de andere vindt dat het daar buiten moet gebeuren. De loopgraven zijn gegraven, de posities vast ingenomen. In het algemeen was in de zaal de stemming dat er gewoon vreselijk veel noodzaak is om veel en snel te bouwen. En dat andere belangen dan maar een beetje naar achteren geschoven moeten worden.

Wonen is een grondrecht. We lijken dat een beetje vergeten te zijn

Desirée Uitzetter, directeur Gebiedsontwikkeling bij BPD: “Wonen is een grondrecht. We lijken dat een beetje vergeten te zijn. Nu lijkt wonen soms een handelsactiviteit geworden, waarmee je geld kunt verdienen. Maar we moeten echt vooruit kijken, en voor 10 tot 15 jaar vooruit plannen.”

De verschillende partijen hebben een onderzoek laten verrichten naar hoeveel woningen we nu echt kwijt kunnen in de stad. Marleen Hermans van Brink Management en Advies presenteerde de uitkomsten op de vraag: hoe krijgen we woningbouw voor elkaar binnen de bestaande contouren van het urbane gebied?

In de periode 1996 tot 2012 vond woningbouw vooral plaats door agrarisch gebied in te nemen

Hermans: “Nederland telt in totaal 3,4 miljoen hectare grondgebied en daarvan is 410.000 hectare urbaan gebied. Als woningbouw voor alle andere belangen gaat: hoeveel woningen kunnen we dan in de periode tot 2030 in dit urbane gebied kwijt?”

Ze liet zien dat in de periode 1996 tot 2012 woningbouw vooral plaatsvond door agrarisch gebied in te nemen. En dan met name langs de randen van de bestaande steden.

Welke sportvelden kunnen verdwijnen en hoeveel volkstuinen kunnen worden opgedoekt om daar mensen te laten wonen?

Haar bureau heeft zich niets aangetrokken van maatschappelijke discussies, maar heeft sec gekeken naar hoeveel winkels, kantoren en andere plekken kunnen worden getransformeerd. Welke bedrijventerreinen kunnen worden omgebouwd tot woonwijken? Welke sportvelden kunnen verdwijnen en hoeveel volkstuinen kunnen worden opgedoekt om daar mensen te laten wonen?

De politiek mag dan bepalen of dat sportveldje of volkstuintje inderdaad verdwijnt voor nieuwe woningen.

Ze is daarbij nogal rigoureus te werk gegaan. En in totaal komt ze dan tot een mogelijk aantal van 603.000 woningen in urbaan gebied. Door alles te bebouwen wat maar in aanmerking zou kunnen komen. Als ze dan nog wel rekening houdt met wat de markt in die directe omgeving vraagt aan type woningen etc., komt ze tot een aantal van 500.000 woningen.

Marleen Hermans

En dat is dus de helft van de totale vraag van 1 miljoen woningen. De politiek mag dan bepalen of dat sportveldje of volkstuintje inderdaad verdwijnt voor nieuwe woningen. De boodschap van de onderzoekers, die in opdracht van Neprom werkten: “Er is behoorlijk veel ruimte in de urbane omgeving, maar – politiek – maak dan wel een keuze.”

‘Mijn boodschap zou zijn dat je dan steden krijgt die niet meer leuk zijn. Wil je de opgave halen, dan moet je toch ook buiten de urbane omgeving gaan bouwen’.

Hermans legt uit: “We zijn er vrij monomaan ingegaan. Dit zijn de mogelijkheden, maar ik pleit er niet voor, want de recreatieve en maatschappelijke functies die je inneemt met woningen, zou je elders toch weer moeten neerleggen. Mijn boodschap zou zijn dat je dan steden krijgt die niet meer leuk zijn. Wil je de opgave halen, dan moet je toch ook buiten de urbane omgeving gaan bouwen.”

‘Uit onze berekeningen blijkt dat er tot 2025 27 procent minder winkeloppervlak nodig is.’

Joke Geldhof, (foto) gedeputeerde ruimtelijke ordening en wonen in Noord-Holland, vond dat gewoon een heel slechte conclusie. “We hebben echt steeds minder kantoren nodig. Er is nog erg veel leegstand in geheel Noord-Holland en mijn streven zou zijn om dat te transformeren. Winkels zijn ook steeds minder nodig. Uit onze berekeningen blijkt dat er tot 2025 27 procent minder winkeloppervlak nodig is. Er is nu te veel en dat betekent dat we die winkel- en kantoorruimte moeten transformeren tot woningen.”

Joke Geldhof (D66) is gedeputeerde van de provincie Noord-Holland voor Ruimtelijke ordening en Wonen. foto: Elmer van der Marel

‘Er is dus een overmaat aan locaties. We hebben die voetbalvelden dus helemaal niet nodig. Gemeentes zorgen er ook wel voor dat we die trapveldjes niet nodig hebben voor woningbouw’.

Ze wees op de Metropool Amsterdam (die zich uitstrekt tot Almere en Lelystad). “Er zijn daar locaties gevonden om tot 2040 300.000 woningen te bouwen. Terwijl de behoefteraming 230.000 is. Er is dus een overmaat aan locaties. We hebben die voetbalvelden dus helemaal niet nodig. Gemeentes zorgen er ook wel voor dat we die trapveldjes niet nodig hebben voor woningbouw. En na 2040? Alles wijst er op dat de  bevolkingsgroei dan stagneert. Ik zeg: pak die binnenstedelijke locaties en transformeer de ruimtes die we niet meer nodig hebben. Dan hebben we ook geen nieuwe woningen nodig in het groen.”

‘We moeten uit onze schuttersputjes’

Dat is dus de discussie. De politiek is erg gevoelig om groen op te offeren voor woningen en wijst er op dat er nog voldoende ruimte is en dat er al heel veel in de planning staat. Bart van Breukelen, de voorzitter van Neprom, vindt dat er toch wel wat moet veranderen.

‘Ook de ontwikkelaars hechten aan groen’.

Hij stuurde iedereen de borrel in met de volgende boodschap: “We moeten uit onze schuttersputjes”, zegt hij. “Ook de ontwikkelaars hechten aan groen. Veel beslissingen over ruimtelijke investeringen worden nu alleen decentraal genomen. Minder regels en meer vrijheden zijn goede zaken om de burger en consument beter te bedienen, maar we moeten oppassen, want zonder een zorgvuldige regie van het Rijk gaan de grote lijnen verloren. Die dreiging is er nu wel degelijk. Je zag ook hoe in de afgelopen jaren de randen van de stad verrommeld zijn. Daarom moeten we naar een nieuwe sturingsfilosofie en nieuwe manieren van samenwerken. Het gaat niet goed als we geen plan maken.”

‘Ook als we de inspanningen flink zouden opvoeren, dan nog zouden we – los van de woonwensen – lang niet alles in bestaand stedelijk gebied kwijt kunnen’

Bart van Breukelen

Van Breukelen vindt dat de opgaven veelvormig en verstrekkend zijn en dat overheid en markt elkaar moeten aanvullen en samen moeten optrekken. Het gaat beter als bouwers en ontwikkelaars, maar ook landschapsarchitecten samen om de tafel zitten met de overheden.

En tot slot: “Het pleidooi van de steden versterken en het platteland vrijwaren van bebouwing staat al sinds de tweede wereldoorlog centraal in onze ruimtelijke ordeningspolitiek. Waar het nu om gaat is dat we naar een eigentijdse invulling zoeken. Daarnaast zetten we in op – waar mogelijk – bouwen binnen bestaand stedelijk gebied en het zo veel mogelijk beperken van het bouwen aan de randen van de steden en in het groen. Maar op basis van de eerste analyses van de ruimtelijke mogelijkheden en op basis van het noodzakelijke nieuwbouwprogramma moeten we ook voorzien in de vraag naar meer ontspannen woonmilieus aan de randen en buiten bestaand stedelijk gebied. Ook als we de inspanningen flink zouden opvoeren, dan nog zouden we – los van de woonwensen – lang niet alles in bestaand stedelijk gebied kwijt kunnen”.

En de minister lijkt het daarmee eens. In een interview met De Telegraaf afgelopen week toonde ze zich een voorstander voor bouwen in steden én in het groen. Anders redden we het niet, zei ze.

Reageer op dit artikel