nieuws

Minister Ollongren: ‘De gemeentes en de provincies bepalen de woningbouw. Maar ik zal de aanjager zijn’.

woningbouw Premium 1480

Minister Ollongren: ‘De gemeentes en de provincies bepalen de woningbouw. Maar ik zal de aanjager zijn’.

De NVB hield gisteren een debat over de woningmarkt. Minister Ollongren was er ook. Ze wil meer de regierol vervullen, zei ze. Maar ze vindt ook dat gemeentes en provincies verantwoordelijk blijven. Ondertussen kijken de bouwers, ontwikkelaars en de overheden elkaar aan en gebeurt er nog te weinig. Een verslag.

De NVB sloot gisteren op het Plein in Sociëteit de Witte aan bij een lange rij van partijen die recent hebben geroepen dat we moeten bouwen, bouwen, bouwen.

Piet Adema, voorzitter van de NVB, zei het helder: “De woningmarkt is overspannen. Er is weer woningnood. Er moet veel gebeuren. De urgentie is hoog, net als de complexiteit. We lopen nu al 200.000 woningen achter op wat er gebouwd zou moeten worden. Dat kunnen we niet alleen in de stad doen, we moeten ook naar de randen van de stad en het platte land kijken. Bouwen in het groen is echt nodig. En de minister wil dat ook. We hebben wel ieders betrokkenheid nodig, dan kunnen we stappen zetten. En het zou goed zijn als we dezelfde richting kiezen.”

We konden het woord ‘regie’ heel vaak horen. Maar wie voert dan de regie?

En dat met achter elke zin een uitroepteken. En ja, die juiste richting is toch nog een opgave. Want we konden gisteren het woord ‘regie’ heel vaak horen. Maar wie voert dan de regie? De gemeente? De provincie? De minister? Adema deed al vast een duit in het zakje door te laten zien dat Nederland helemaal niet zo volgebouwd is. Hij becijferde de open ruimte in Nederland op zo’n 87 procent. Zuid-Holland heeft 77 procent en Friesland 95 procent. Flevoland zit zelfs op 98 procent. Ruimte zat dus. Als we de bouwopgave werkelijkheid maken en dus flink bijbouwen, dan daalt die open ruimte, volgens Adema, met slechts 0,5 tot 1 procent. Dus waar hebben we het over?, luidt zijn boodschap.

Ollongren: ‘Vanuit de lucht is Nederland één groot park. Er is nog heel veel groen in Nederland’.

Minister Ollongren

De verantwoordelijke bouwminister Kajsa Ollongren was er ook, maar hield zich toch enigszins op de vlakte. Ze wees er op dat Nederland in het ogen van buitenlanders altijd zo’n nette, aangeharkte indruk maakt. “Vanuit de lucht is Nederland één groot park. Er is nog heel veel groen in Nederland. Tegelijkertijd staan we aan de vooravond van een grote opgave. De vraag naar wonen en werken in de stad is groot en de bouwproductie is achtergebleven. In de crisis is er niet gebouwd en daardoor zijn we in de knel gekomen.”

‘Ik ben in gesprek met de regio’s waar het beter kan. Ik wil dat ze verder vooruit plannen’.

Volgens haar wordt er momenteel op een aantal plekken ‘snoeihard’ gebouwd. Maar, zo zegt ze: “Op de middellange termijn hebben we een probleem. De plancapaciteit blijft achter. Ik ben in gesprek met de regio’s waar het beter kan. Ik wil dat ze verder vooruit plannen.”

‘De gemeentes en de provincies bepalen. Maar ik zal de aanjager zijn’.

Goed, maar wie voert dan de regie om die ‘geweldige bouwopgave’ werkelijkheid te maken? De minister: “De gemeentes en de provincies bepalen. Maar ik zal de aanjager zijn. Ik zal overleggen als de plannen in de knel komen. Ik zal die regie nemen. De bouwopgave moet in alles centraal staan.”

‘We moeten verdichten en herbestemmen. En dan zullen we ook moeten kijken naar de randen van de stad’.

Ze zegt dat er nu innovatieve oplossingen nodig zijn. “We moeten verdichten en herbestemmen. En dan zullen we ook moeten kijken naar de randen van de stad. We zullen zo veel mogelijk moeten bouwen in de binnensteden én ook daar buiten zullen we moeten bekijken wat we kunnen doen. Bouwen in het groen gaat met veel emotie gepaard. Ik denk dat de binnensteden nu voorrang hebben, maar dat we niets moeten uitsluiten. De gemeentes moeten zich echt afvragen hoe ze er over 10 tot 20 jaar uit willen zien.”

Na afloop kreeg Ollongren de vraag voorgelegd dat iedereen nu wel weet dat de bouwopgave groot is, maar moet ze haar rol dan ook niet groter maken?

Bouwen in het groen wordt bespreekbaar

Ollongren: “Er zijn ten eerste grote regionale verschillen. De opgave en de aanpak is niet overal hetzelfde. De eerste verantwoordelijkheid ligt echt bij de provincies en de gemeentes. Zij kunnen de vraag en de oplossingen ook veel beter beoordelen. Ik denk dat we samen moeten zoeken naar de oplossingen. Ik heb de aanjaagfunctie.”

En weg was de minister weer. De rest van het debat ging vooral over samenwerking. Als lokale en regionale overheden samenwerken met bouwers en ontwikkelaars, dan kan er veel. Maar veel gemeentes zitten nu ook erg klem met hun financiën. Bouwen concurreert namelijk direct met jeugdzorg. Als men grond aankoopt om er woningen te bouwen, dan slaat dat meteen een gat in de begroting voor jeugdzorg, aldus Annius Hoornstra, concern directeur van de gemeente Zaandam.

‘Als je specifiek bouwt voor ouderen, dan laten ze een mooie eengezinswoning achter, die we heel goed kunnen gebruiken’.

Hij zegt ook: “In Zaanstad zijn veel locaties beschikbaar, maar het is hard werken om ze geschikt te maken voor woningbouw. Bovendien houden we ook geen rekening met de vergrijzing. Als je specifiek bouwt voor ouderen, dan laten ze een mooie eengezinswoning achter, die we heel goed kunnen gebruiken. Maar het is erg complex om het goed te krijgen. We hebben geleerd dat we moeten focussen. Vroeger gaven we een project van 25 woningen net zo veel aandacht als een groot project van een paar honderd woningen. Dat kan dus niet meer.”

‘De woningen in de stad worden voor veel mensen veel te duur. Gemeentes zouden dat sterker moeten reguleren, maar dat doen ze niet.’

Probleem is dat de grondprijzen momenteel sterk stijgen, net als de bouwkosten. Dus niet iedereen is optimistisch. Marije Eleveld, directeur-bestuurder van de Utrechtse woningcorporatie BO-EX: “De woningen in de stad worden voor veel mensen veel te duur. Gemeentes zouden dat sterker moeten reguleren, maar dat doen ze niet. Ze willen niet tornen aan hun grondprijs. En dan creëer je sociale ongelijkheid.”

‘Lokale problemen moet je lokaal oplossen en regionale problemen moet je regionaal oplossen. Maar er is nu geen instrument voor.’

Jac de Vries, directeur VBM Ontwikkeling: “Lokale problemen moet je lokaal oplossen en regionale problemen moet je regionaal oplossen. Maar er is nu geen instrument voor. De oplossing zit echt niet in het binnenstedelijk bouwen. Ik zie het vooral in meer samenwerken met alle partijen. Het is echt niet zo dat de markt bouwt voor de verkeerde partijen op de verkeerde plekken. Maar dan moeten gemeentes ook af van hun dogma’s. ”

DNB: ‘Ik denk dat we te pessimistisch zijn. De economische situatie is erg verbeterd sinds de crisis. Er is ook echt geen sprake van een zeepbel in de woningmarkt.’

Minister Ollongren dringt al langer aan op meer bouwplannen

Minister Ollongren dringt al langer aan op meer bouwplannen

En daar was iedereen bij dit NVB debat het wel over eens. Paul Hilbers, hoogleraar aan Nyenrode en directeur van De Nederlandsche Bank stuurde iedereen nog wel met een optimistisch geluid de borrel in: “Ik denk dat we te pessimistisch zijn. De economische situatie is erg verbeterd sinds de crisis. Er is ook echt geen sprake van een zeepbel in de woningmarkt. Samenwerken is nu nog de bottleneck. Ik denk dat de regierol van de minister erg nodig is. Er liggen veel kansen in de woningmarkt. Er is erg veel vraag. Vul dit gat in de markt en grijp uw kans.”

Maar Nico Rietdijk, de directeur van de NVB, kon het toch niet laten om er op te wijzen dat de bouwproductie in de eerste maanden van dit jaar 10 procent lager lag dan in dezelfde periode vorig jaar. “Dat is echt niet goed. Plan goed en plan altijd iets meer dan wat je nodig hebt. Als je 100 nodig hebt, plan dan 130.”

‘De bouwproductie ligt in de eerste maanden van dit jaar toch 10 procent lager dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat is echt niet goed.’

Kortom: iedereen is doordrongen van de urgentie, maar een oplossing of plan van aanpak is er nog niet.

 

Reageer op dit artikel