nieuws

Gedeputeerde Van Merrienboer: Brabant moet doorbouwen, maar wel anders

woningbouw Premium 1718

Gedeputeerde Van Merrienboer: Brabant moet doorbouwen, maar wel anders

Er moet nog stevig doorgebouwd worden in Noord-Brabant om de 120.000 woningen te halen waaraan de komende tien tot vijftien jaar nog behoefte is. Hoewel de woningbouw sinds het afgelopen jaar weer een duidelijk stijgende lijn vertoont, is alleen tempo maken niet zaligmakend, waarschuwt provinciebestuurder Erik van Merrienboer. De diversiteit van de Brabantse woningmarkt vraagt om maatwerk.

“In Brabant hebben we geen gebrek aan bouwlocaties, maar een tekort aan bouwplannen die passen bij de vraag.” Van Merrienboer doelt daarmee op bouwplannen die veelal nog niet aansluiten op de behoefte aan kleinere, goedkopere en flexibeler en experimentele woonruimte. “Ik zie nog te veel de lokroep van dure woningen.”

Van Merrienboers voorganger Yves de Boer heeft al rigoureus gebroken met de Brabantse traditie om veiligheidshalve een overschot aan woningbouwplannen in voorraad te hebben. Sneuvelde er eentje voortijdig, dan was er altijd nog wel een ander plan beschikbaar. Die werkwijze hield tot ver in de crisis de bouwstroom aardig op gang, al leidde het achteraf gezien geregeld tot verkeerde plannen op verkeerde locaties. Toch ziet Van Merrienboer nog steeds wel plannen uit een ver verleden voorbijkomen, waarvan duidelijk is dat ze niet meer passen in het huidige woningbeleid. “Grote uitleglocaties met robuuste tweekappers. Op dat punt is de vraag echt veranderd. Er is behoefte aan goedkoper, meer huur, voor kleinere huishoudens en wonen dichtbij voorzieningen.”

Indringende gesprekken met ontwikkelaars, gemeenten en corporaties

Maar ook recente plannen houden soms te weinig rekening met die nieuwe werkelijkheid. Het periodieke bouwoverleg dat Van Merrienboer heeft met gemeenten, corporaties, ontwikkelaars en regionale partijen om aan te sturen op onderlinge samenwerking en afstemming van hun programma’s voor de woningmarkt levert soms “indringende” gesprekken op. Of hij weleens met de vuist op tafel slaat? “Meer spreekwoordelijk”, zegt Van Merrienboer. Dat doet hij vooral door ontwikkelende partijen te wijzen op wat de consequenties zijn als ze te halsstarrig vasthouden aan plannen die niet aansluiten bij de marktvraag. “Als je blijft zitten op verkeerde plannen, vindt de woningbouw zijn weg wel naar de buren.”

Het gevoel van urgentie in Brabant is groot. Uit bevolkings- en woningbouwprognoses blijkt dat er tot 2050 nog 160.000 woningen toegevoegd moeten worden aan de huidige voorraad van ruim 1,1 miljoen. Het grootste deel daarvan – zo’n 120.000 – moet voor 2030 gebouwd worden, want daarna zal de behoefte sterk afnemen. Van Merrienboer: “Er ligt dus nog een substantiële vraag de komende tien tot vijftien jaar, maar we beseffen dat dit de laatste grote bouwopgave is. Daarna blijven we natuurlijk bouwen, maar zijn er geen grote uitbreidingen meer en gaat het meer om vervanging.”

Leegstand aanpakken door winkels en kantoren om te bouwen tot woonruimte

Dat versterkt de noodzaak om woningen te bouwen waaraan behoefte is. Tegelijkertijd wil de provincie de groei die er nu nog is gebruiken om problemen op te lossen of kansen te benutten. Bijvoorbeeld leegstand aanpakken door winkels en kantoren om te bouwen tot woonruimte, erfgoed behouden door het een nieuwe bestemming te geven of dorpen dankzij nieuwbouw leefbaar houden. “Er zijn nog heel wat locaties die schreeuwen om herinvulling. Wil je dat benutten, dan moet je nu het demografisch momentum grijpen”, zegt Niek Bargeman, provinciaal adviseur Bevolking en Wonen.

Waar de focus in het verleden lag op grote uitleggebieden aan de rand van gemeenten geeft de provincie de komende jaren ruim baan aan transformatie, herstructurering en inbreiding. En hoewel binnenstedelijk bouwen tijdrovend kan zijn, wil de provincie het bouwtempo dat sinds 2017 weer omhoog gegaan is, wel blijven vasthouden.

Brabant focust nadrukkelijk op transformeren van bestaande panden. Het Veem-gebouw in Eindhoven is daar een goed voorbeeld van. (Foto: Niels Wenstedt / Hollandse Hoogte)

Uitgangspunt daarbij is dat inbreiding niet mag leiden tot verstening van binnensteden. “Zorgvuldig ruimtegebruik gaat voor zuinig ruimtegebruik”, stelt Van Merrenboer. Die focus op transformatie en inbreiding past volgens de provincie bij de veranderde behoefte, waarin vooral eenpersoonshuishoudens eruit springen. Zij zijn goed voor 80 tot 85 procent van de toekomstige vraag.  Het volgen van die nieuwe koers vergt goede afstemming. Van Merrienboer: “Voorheen zagen gemeenten woningbouw als autonome taak. Ik waardeer die gemeentelijke autonomie, maar voor een aantal opgaven moet je afstemmen, zoals de resterende uitleglocaties, om te zorgen dat het aanbod complementair is en om het financieel haalbaar te houden.”

‘We hebben nu afgesproken dat we meer gaan verdunnen en ons meer richten op kwaliteit’

Dat is dan ook de reden dat de provincie toe wil naar afspraken maken met clusters van gemeenten met een gemeenschappelijke woningmarkt (subregio’s) in plaats van met afzonderlijke gemeenten. De subregio’s gaan dit jaar aan de slag met het opstellen van regionale woonvisies. Dat heeft in Eindhoven en de omliggende gemeenten al geleid tot een bijstelling in het beleid. “De stadsregio had veel uitleglocaties. We hebben nu afgesproken dat we meer gaan verdunnen en ons meer richten op kwaliteit.”

De landelijke aandacht voor de woningmarkt spitst zich vooral toe op oververhitting en tekorten. Die problemen kent Brabant ook, constateert Van Merrienboer, zoals in steden als Eindhoven en Breda, maar de provincie heeft ook een ander gezicht. “Het karakteristieke van Brabant is dat je alle gezichten van de nationale woningmarkt in een provincie ziet. Er is daarom niet een oplossing voor al die vraagstukken. Je moet veel meer maatwerk bieden.”

Zorgenkindjes zijn vooral de middelgrote steden, zoals Oss, Roosendaal, Oosterhout, Bergen op Zoom en Waalwijk

Zorgenkindjes zijn vooral de middelgrote steden, zoals Oss, Roosendaal, Oosterhout, Bergen op Zoom en Waalwijk, die hun voormalige functie als groeikern hebben verloren en relatief meer last hebben van leegstand. Hun woningbouwprojecten hebben nu vooral een lokale doelgroep. Van Merrienboer: “Het zal een forse opgave worden om aantrekkelijk te blijven voor de eigen inwoners. Ze moeten dan ook aan de slag met transformatie. Dat is meer dan het faciliteren van de woonvraag. Ze kunnen hun programma’s ook benutten om bijvoorbeeld terug te gaan naar een compacter winkelgebied, zoals in Oosterhout. Dat zal bikkelhard nodig zijn. Als we nu niet in beweging komen, laten we kansen lopen.

Als transformeren van vastgoed of gebied erg ingewikkeld is, bijvoorbeeld doordat de locatie minder geliefd is, biedt de provincie een gemeente daarbij hulp. Een voorbeeld is de voormalige V&D-vestiging in Oss, waarvoor het lastig was om nieuwe invulling te vinden. In het plan Wal Kwartier wordt deze locatie benut om een groter deel van het centrum een impuls te geven. Het winkelaanbod wordt kleiner. En er komen woningen, appartementen, culturele voorzieningen en horecafaciliteiten. Tegelijkertijd wordt de openbare ruimte groener. Binnenkort komt de provincie met een lijst van vijf tot tien transformatielocaties waar ze samen met de gemeentes aan de slag gaat.

Reageer op dit artikel