nieuws

Bouwers lossen knelpunten verplaatsbare woningen op

woningbouw Premium 1562

Bouwers lossen knelpunten verplaatsbare woningen op

Hoe zit het met de bouwvergunning als je een woning verplaatst? En kun je het huurcontract ook aanpassen voor tijdelijke woningen? Het zijn onduidelijkheden waar bouwers, corporaties en opdrachtgevers nog vaak tegen aanlopen bij de realisatie van verplaatsbare woningen. Finch Buildings van De Groot Vroomshoop Bouwsystemen, Heijmans ONE en NEZZT van De Meeuw hebben de handen ineen geslagen om deze knelpunten op te lossen.

De drie bouwers hebben hierover adviezen geformuleerd en deze aangeboden voor in de Tranisitieagenda Bouw, een programma dat Nederland circulair moet maken. De bouwers zijn namelijk van mening dat verplaatsbare woningen een grote bijdrage kunnen leveren aan een circulaire economie. “We hopen dat onze adviezen opgepakt worden en dat de overheid, maar ook corporaties en andere partijen er van alles aan gaan doen om het realiseren van verplaatsbare woningen makkelijker te maken. En dat daarmee de circulaire woningbouw in een versnelling komt”, legt Thijs Luijkx, woordvoerder namens het collectief uit.

 Hoe is dit collectief ontstaan?
“Twee jaar geleden kwam ik, toen ik onderzoek deed naar tijdelijke woningen, in aanraking met Finch, Heijmans One en NEZZT. Ik vond dat zij interessante concepten leveren, kwalitatief hoogwaardige woningen die voor veel doelgroepen geschikt kunnen zijn. Daarom heb ik de partijen bij elkaar gebracht. Toen vorig jaar de Tranisitieagenda Bouw werd gelanceerd, hebben we besloten de knelpunten van de businesscase te inventariseren. Verplaatsbare woningen kunnen namelijk een goede bijdrage leveren aan circulaire woningbouw: op dit moment zijn ze al in grote mate circulair, ze zijn eenvoudig verplaatsbaar, terugneembaar en herinzetbaar. En ze kunnen nog duurzamer worden. ”

Finch Buildings, Hijmans ONE en NEZZT zijn natuurlijk concurrenten van elkaar. Ligt dit niet gevoelig?
“Klopt, en daar hebben we natuurlijk over gesproken. De partijen opereren op dezelfde markt, maar hebben ook hetzelfde belang: de markt voor verplaatsbare woningen te vergroten en de knelpunten wegnemen. ”

Wat zijn de belangrijkste knelpunten dan?
“Een van de knelpunten gaat over de bouwvergunning. Daar is nu nog veel onduidelijkheid over. Als je de woning verplaatst, moet er dan een nieuwe bouwvergunning aangevraagd worden, of niet? Dat is totaal onduidelijk. Wij adviseren het Rijk daarom om dit type woningen voortaan eenmalig toe te laten, zodat niet bij elke verplaatsing opnieuw een bouwbesluittoets hoeft te worden aangevraagd. In het verlengde daarvan is het logisch om bij verplaatsing de oorspronkelijke kwaliteitseisen te hanteren. De woning hoeft dan niet meer te worden aangepast vanwege tussentijds gewijzigde eisen.”

Ga verder.
“Een ander knelpunt is het huurcontract. Huurders krijgen over het algemeen een contract voor onbepaalde tijd. Na tien jaar, als de woning verplaatst moet worden, kun je dan niet tegen ze zeggen: je moet eruit. Als je dat wel doet, moet je verhuiskosten betalen. Woningcorporaties kiezen om deze reden nog niet zo vaak voor verplaatsbare woningen. Als het huurcontract aangepast zou kunnen worden voor tijdelijke woningen, zou dit probleem opgelost worden. Dan wordt het voor corporaties aantrekkelijker om deze woningen te realiseren.”

In het onderzoek stellen jullie dus dat de overheid meer duidelijkheid moet scheppen. Maar volgens jullie kunnen ook bouwers en opdrachtgevers nog verbeteringen doorvoeren om de huizen nog duurzamer te maken.
“Klopt. Verplaatsbare woningen zijn nu al vrij circulair, maar ze kunnen nog duurzamer worden. Vooral op het gebied van energieprestaties kunnen nog stappen worden gezet. De eisen die gesteld worden aan energieprestaties zijn op dit moment nog lager dan gewone woningen en wij denken dat er aan verplaatsbare woningen dezelfde eisen moeten worden gesteld. Dit is iets waar opdrachtgevers zorg voor moeten gaan dragen. Zij moeten in aanbestedingen hogere energieprestatie-eisen gaan hanteren. Daarnaast zouden bouwers en woningcorporaties rekening moeten gaan houden met het tweede en derde exploitatietermijn van verplaatsbare woningen. Nu wordt de woning na tien jaar vaak afgeschreven, terwijl die elders ingezet kan worden. Ook bouwers kunnen de woningen eventueel na tien jaar weer terugkopen. Er zijn veel manieren te bedenken waardoor de huizen langer mee kunnen gaan.”

 Woningbouw is maar een klein stukje van het circulair maken van de economie. Waarom zou de overheid dan gaan investeren in verplaatsbare woningen?
“Klopt, maar de adviezen die wij doen in het rapport, gaan niet om geld. We willen vooral dat de regels rondom het bouwen van verplaatsbare woningen duidelijker worden. Bovendien passen verplaatsbare woningen in een veranderende woonbehoefte. Er worden op dit moment 2.000 van dit soort woningen gebouwd, want het is een interessant alternatief voor het bouwen van reguliere woningen. Voor woningbouwcorporaties is namelijk niet alleen het duurzaamheidsaspect belangrijk, voor hen is het van belang dat ze betaalbare woningen realiseren. Verplaatsbare woningen zijn circulair én betaalbaar. Dat maakt ze aantrekkelijk.”

Zijn Finch, Heijmans en Nezzt niet bang dat niet bang dat ze straks veel meer concurrentie krijgen op de markt als deze knelpunten worden opgelost?
“Er zijn op dit moment al meer bouwers die zich met verplaatsbare woningen bezig houden. Dus nee, het is voor hen vooral van belang dat de markt groter wordt. Bovendien hebben zij al een enorme voorsprong als het om verplaatsbare woningen gaat.”


Thijs Luijkx
Thijs Luijkx is eigenaar van ‘Wat kost de bouw van een huurwoning’, een databedrijf dat een database bijhoudt van over de kwaliteit, kosten en opbrengsten van nieuwbouwprojecten. De deelnemende corporaties kunnen zelf informatie uit de database halen en als tegenprestatie voegen ze informatie toe. Toen twee jaar geleden de markt werd overspoeld door statushouders, ging Luijkx zich verdiepen in verplaatsbare tijdelijke woningen. Dat werd namelijk als een geschikt product gezien voor deze doelgroep. Luijkx bracht in kaart hoeveel er op de markt waren en bracht ook de producenten in kaart. Zo kwam hij in aanraking met Finch Buildings, Heijmans ONE en NEZZT. In opdracht van deze bedrijven en van het en het Expertisecentrum Flexwonen heeft hij het onderzoek gedaan dat de bedrijven aan de Transitieagenda hebben aangeboden.


Meer weten over circulaire initiatieven in de bouw? Kom dan naar de Praktijkdag Cobouw Circulair op 22 maart 2018. 

Reageer op dit artikel