nieuws

‘Actieve’ woonminister maakt zich direct populair bij bouwers

woningbouw 2097

‘Actieve’ woonminister maakt zich direct populair bij bouwers

Woonminister Kajsa Ollongren heeft zich met haar allereerste woningmarktbrief direct populair gemaakt bij bouwers in het land. Bouwend Nederland en de NEPROM juichen het toe dat het Rijk zich weer actiever gaat bemoeien met de woningmarkt: de ambities zijn hoog en de productie moet omhoog.

Wie is minister Kajsa Ollongren? En wat gaat de minister van Binnenlandse Zaken doen op de woningmarkt? Met haar eerste woningmarktbrief toont ze direct ambitie. Ollongren wil zich “actiever” met de woningmarkt bemoeien.

“De spanning op delen van de woningmarkt is groot”, onderbouwt ze, “waarbij met name in grote steden forse prijsstijgingen worden gerealiseerd en de krapte toeneemt.” Weliswaar is het aantal nieuwe woningen in 2016 opgelopen tot 55 duizend, de productie moet verder omhoog. Richting jaarlijks 75.000.

Gevarieerd en gasloos

Niet alleen snelheid is geboden. Ollongren streeft “een gevarieerd woningaanbod na, passend bij ieders financiële mogelijkheden”. En aan het einde van deze kabinetsperiode moeten jaarlijks tussen de 30.000 en 50.000 nieuwe woningen gasloos zijn.

Daarom kan ze niet achteroverleunen. Daarom wil ze in gespannen regio’s de woningbouwproductie aanjagen en zoveel mogelijk onnodige belemmeringen wegnemen.

“Dat is van groot belang om aan de vraag te kunnen voldoen en woningzoekenden in alle segmenten kansen op de woningmarkt te bieden. In dichtbevolkte gebieden is het bouwproces echter een langjarig en complex proces.”

Levertijden en handjes

De opgave is niet eenvoudig, benadrukt Ollongren. De bouwproductie opkrikken is namelijk afhankelijk van veel factoren: zijn er voldoende plannen? Hoe zit het met de levertijden van materialen? Hoe zorgen we voor voldoende handjes? En heel veel binnenstedelijk, maakt het er niet eenvoudiger op.

“Ontwikkeling van dergelijke locaties is complex en vraagt doorgaans om een andere benadering doordat het vaak kleinschaliger woningbouwprojecten betreft. Ook duurt het bouwen op binnenstedelijke woningbouwlocaties langer door ingewikkelde inpassingsvraagstukken.”

75.000 woningen per jaar? Afgaande op prognoses van het EIB komt Ollongren een heel eind. Tussen 2019 en 2021 moet een productie van 70.000 woningen per jaar haalbaar zijn.

Daar moet een schepje bovenop, redeneert de minister. De bestaande voorraad zal “beter moeten benut”. “Meer inzet van flexibele vormen van wonen zijn nodig.”

Bouwen begint bij een goed gesprek

Primair blijft de verantwoordelijkheid over de woningmarkt bij gemeenten en provincies liggen, benadrukt Ollongren. Helpen wil ze wel. En belooft ze te doen. Bijvoorbeeld met een goed gesprek. En afspraken.

“Mijn inzet is om met de grote stedelijke regio’s met de meest gespannen en of complexe problematiek, zoals de regio’s Amsterdam en Utrecht, op korte termijn in gesprek te gaan over woningbouw. Deze gesprekken wil ik laten uitmonden in afspraken over hoe de woningbouw versneld kan worden, en wie daarbij welke rol heeft. Deze afspraken moeten ambitieus zijn maar ook realistisch en passend bij de regionale context.”

Uniforme aanpak

Amsterdam en Utrecht? En wat moet er dan gebeuren in al die andere gebieden? In één landelijk medicijn gelooft ze niet.

“Elke regio kent zijn eigen uitdagingen, die kunnen variëren van groei tot krimp. Ondertussen ben ik al in gesprek met belangrijke stakeholders om te bepalen hoe wij samen de woningbouwproductie verder kunnen aanjagen. Intensieve samenwerking met alle stakeholders, waaronder gemeenten, provincies, corporaties, ontwikkelaars en investeerders is van cruciaal belang op de woningbouwopgave waar we voor staan aan te pakken.”

De NEPROM en Bouwend Nederland tonen zich direct enthousiast over de aanpak van de nieuwe minister. Hun reacties zijn later op de website van Cobouw te lezen.

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels