nieuws

Hoe een oude bekende een familiebedrijf uit de goot trok

woningbouw 2865

Hoe een oude bekende een familiebedrijf uit de goot trok

Twee jaar geleden stond het Groningse bouwbedrijf aan de rand van de afgrond. Tijd om in te grijpen dacht Rias Eldering. Via een omweg keerde hij terug bij het familiebedrijf Eldering dat in 1892 werd opgericht. De weg naar boven is weer ingeslagen. Een portret van een kerken- en scholenbouwer die al 125 jaar niet is weg te denken uit stad en ommeland. ‘‘De opvolging wordt nog wel een dingetje.’’

Zijn grootvader zou afgelopen vrijdag honderd jaar zijn geworden. Ter ere daarvan vierde bouwbedrijf Eldering de Vries uitgerekend op die dag het 125-jarige bestaan van het mkb-bedrijf. Cobouw belt met directeur-eigenaar Rias Eldering (vijfde generatie). Hij blijkt pas twee jaar aan het roer te staan. Terwijl hij toch ‘al’ 49 is.

125 jaar, dat maak je niet vaak meer mee. Veel familiebedrijven leggen het loodje.
“Mijn vader, die eind jaren zeventig als oudste zoon van mijn opa het bedrijf verliet, verwoordde het vroeger zo: je wordt niet gevraagd om timmerman te worden, dat is vanzelfsprekend als zoon van de dorpsaannemer. In de jaren zestig, zeventig behoorde mijn familie tot de notabelen. Ik kreeg het bedrijf echter pas in 2016 in eigendom en ben zelf ook de jongste niet meer.”

En Eldering de Vries is toch een familiebedrijf. Waarom bent u pas sinds twee jaar directeur?
“Mijn vader zat er zoals gezegd niet meer in. Mijn oom wel. Jaren geleden heb ik met hem gesproken om het bedrijf over te nemen. Hij bekeek het echter zeer zakelijk en vroeg de marktprijs. Daar kwamen we toen niet uit. Vervolgens verkocht hij het aan drie medewerkers. En de andere vennoot De Vries verkocht het aan zijn zoon, ook tegen marktprijs, maar zij kregen steun van hun vader. Lange tijd zat de familie Eldering dus niet meer in het bedrijf. Tot twee jaar terug. Binnenkort herstellen we de naam weer in ere. Eldering de Vries wordt dan weer Bouwbedrijf Eldering BV.”

Rias Eldering, de vijfde generatie directeuren in het 125-jarig familiebedrijf Bouwbedrijf Eldering

Wat deed u toen u er niet uitkwam met uw oom, waarmee de Eldering-tak uit het familiebedrijf verdween?
“Ik begon als assistent-bedrijfsleider bij een mkb-aannemer. Maar de bedrijfsleider was overspannen dus ik werd direct in het diepe gegooid. Letterlijk. Ik mocht namelijk de klus voor een zwembad van vier miljoen uitvoeren, destijds geen misselijke opdracht. Daarna ging ik naar het grote Nijhuis, in Noord en in Rijssen. Op mijn 28ste was ik uitvoerder, de jongste van het bedrijf. Zo werkte ik me langzamerhand op. Bij het laatste bedrijf waarvoor ik werkte, een firma die gespecialiseerd is in restauratie, houtworm- en zwambestrijding, zat ik dertien jaar. Ik zou het bedrijf overnemen, maar ook tijdens deze onderhandelingen kwamen we er niet uit. Uiteindelijk stonden de eigenaar en ik in 2015 recht tegenover elkaar. Ik had er kortweg geen toekomst meer.”

Toen besloot u het oude familiebedrijf te bellen?
“Ik wist dat het bedrijf er niet zo florissant voorstond. De Vries was ziek en de drie andere vennoten waren er al uitgestapt. En het was crisis. Het eerste gesprek in het voorjaar van 2015 leidde tot niets, maar de tweede keer in oktober kwamen we er wel uit. Het was echt een kwestie van erop of eronder.”

Het bedrijf dat ooit van uw vader, opa en overgrootvaders was, stond er slecht voor. Lange tijd was u uit beeld. Waarom wilde u terugkeren? 
“Als het een ander bedrijf was geweest, had ik het waarschijnlijk niet gedaan. Al moet je zaken en sentiment gescheiden houden. Maar iets zei me dat ik het moest doen. Misschien ook wel omdat ze bij mijn vorige werkgever het excuus gebruikten dat ik geen bedrijf zou kunnen leiden. Dat kan ik wel, dacht ik en dat zal ik laten zien. Tot nu toe gaat het best goed. Al is de situatie nog niet helemaal ideaal. Over twee, drie jaar verwacht ik dat we helemaal gezond zijn.”

 

Hoe groot is het bedrijf nu?

“We hebben tussen de 15 en 20 man buiten lopen. Het bedrijf vierde zijn hoogtijdagen in de tijd van mijn opa, in de jaren zestig en zeventig. Hij had 150 man in dienst, had alles zelf, van metselaars tot voegers. Materieel huurde hij nooit, dat was toen ook niet gebruikelijk.”

Wilt u dat het bouwbedrijf weer net zo groot wordt als in de tijd van uw opa?
“Nee dat is niet mijn ambitie. Wij zijn een mkb-bedrijf en willen dat blijven, hoewel ik wel wil groeien tot maximaal 25 vaklieden en een man of vijf op kantoor.”

Hoe heeft u het bedrijf gered?
“Toen ik twee jaar geleden bij het bedrijf kwam, deed iedereen maar wat en was er veel onrust. Ik bracht de rust terug en de structuur. In het begin was ik vooral bezig met het oplossen van problemen, van lekkages tot aan andere geschillen.”

Prutswerk van uw voorgangers?
“Zij handelden naar eer en geweten, maar waren niet competent genoeg. Gelukkig vonden we de weg terug omhoog. Het eerste jaar hadden we een omzetstijging van 70 procent. En nu zitten we op ruim honderd procent. Het is echter nog niet zoals ik het wil hebben, maar het ziet er goed uit. De Groningse markt is booming en ons 125-jarig bestaan trekt de aandacht van verschillende kranten.”

Hoe speciaal is het om uiteindelijk toch in de voetsporen van uw vader en opa te treden?
“Ik heb daar eigenlijk nog nauwelijks bij stil kunnen staan. De afgelopen jaren heb ik vooral veel zorgen gehad. Dag en nacht, zeven dagen in de week was ik aan het werk en was het gaan met die banaan.”

Het zag er niet best uit toen u erin stapte. Zei niemand, doe dit niet?
“Mijn vrouw heeft een goede baan, en ik heb de afgelopen jaren flink wat kunnen opbouwen. Zelfs als ik al mijn geïnvesteerde geld verlies kan ik nog een normaal leven leiden. Maar voor ik hieraan begon, voerde ik daar goede gesprekken over met mijn vrouw. We hebben namelijk ook opgroeiende kinderen…  Maar ik had ook geen toekomst meer bij mijn werkgever.”

Het was tijd voor een avontuur?
“Zo zou ik dat niet willen zeggen. Ik moet gewoon aan allerlei verplichtingen voldoen. Anders heb ik straks alleen maar schulden en problemen gekocht. Tot nu toe gaat het relatief goed, al mis ik weleens een aanbesteding. Laatst op slechts duizend euro. Dan baal je als een stekker.”

Is uw vader een beetje trots?
“Hij ging op een vervelende manier uit het bedrijf en hij vindt het prachtig dat ik het doe. Maar ik doe dit niet om hem trots te maken. De tafel in mijn kantoor ligt vol spullen die herinneren aan vroeger, zoals een pennenset van mijn overovergrootvader en een boek van mijn grootvader van de ambachtsschool.”

Wat doen jullie eigenlijk precies?
“Nieuwbouw, verbouw, onderhoud met een specialisatie in restauraties en renovaties. We hebben een eigen timmerwerkplaats en kunnen dus alles in eigen beheer doen. Van paneeldeuren tot kozijnen, met een levertijd van slechts een week.”

Nog een lijfspreuk?
“Vakmanschap en heldere afspraken. En nooit afbreuk doen aan kwaliteit. En als de klant dat toch wil. Dan zeg ik ‘stop’ bij onze ondergrens. Wij willen kwaliteit leveren. Als partner naast de klant staan en werken met een open, netto, begroting. Dat levert veel positieve reacties op.”

Op naar de volgende 125 jaar
“De opvolging wordt nog wel een dingetje. Mijn zoon gaat het beslist niet doen. Hoelang ik nog doorga? Met mijn vorige salaris kon ik op mijn zestigste stoppen. Nu denk ik dat het 65 wordt. Maar dat vind ik niet erg. Ik heb dit werk altijd als mijn hobby gezien.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels