nieuws

‘Het kan zoveel beter, bij ons en in de hele bouw’

woningbouw

‘Het kan zoveel beter, bij ons en in de hele bouw’

Janssen de Jong Groep verwacht, na jaren van krimp, de weg naar boven weer in te hebben gezet. Gemikt wordt op een omzet van 360 miljoen euro in 2017. ”We hebben gewoon meer kritische massa nodig.”

Bestuursvoorzitter Hans Smits en financieel bestuurder Pieter van Gulik draaien er niet omheen: ook Janssen de Jong Groep heeft lastige jaren achter de rug. Vorig jaar nog moest de bouwer afscheid nemen van 150 werknemers. En dit jaar verdwijnen misschien nog eens twintig arbeidsplaatsen. Maar, zo constateren zij, er gloort ook licht aan de horizon. Twee voor het concern zo belangrijke markten, de woningmarkt en de markt voor bedrijfshuisvesting, trekken voorzichtig aan. Bovendien slaagt het bedrijf er steeds beter in om zijn specialiteiten ook over de grens te verkopen. Smits: “Ik ben positief gestemd. Het gaat een stuk beter dan een paar jaar geleden.”

Vorig jaar gaf u aan meer te willen internationaliseren, vooral vanwege de bedroevende omstandigheden in Nederland. Komt u daarvan terug nu de markt hier weer wat aantrekt?

Smits: “Nee, zeker niet. De wens om meer in het buitenland actief te zijn, blijft overeind. Vooral onze systeembouwdochters Remco en Hafkon kunnen nog flink groeien in het buitenland, denken wij. In Oost-Europa, Afrika, het Caribisch gebied, maar bijvoorbeeld ook in het Midden-Oosten. Daar hebben we nu ook goede vooruitzichten op werk. Stapje voor stapje breiden we uit. Daarbij zijn we voorzichtig, want de risico’s zijn in het buitenland wel groter.”

Het buitenland was afgelopen jaar goed voor ongeveer 90 miljoen euro omzet, ruim een derde van het totaal. Is dat ook ongeveer de gewenste verhouding tussen binnenlandse en buitenlandse omzet?

Van Gulik: “Meer omzet uit het buitenland is op zich mooi, maar we hebben niet een vastgesteld doel wat dat betreft. Wel is het zo dat Janssen de Jong als totaal een bepaalde kritische massa nodig heeft om succesvol te kunnen opereren.”

Die is nu nog onvoldoende?

Smits: “Ja, dat denk ik wel. We moeten komende jaren echt gaan groeien. Enkele van onze dochterbedrijven zijn nog wat te klein. Dit jaar rekenen we overigens op een totaalomzet van 300 miljoen, 15 procent meer dan vorig jaar. In 2017 willen we rond de 360 miljoen aan opbrengsten uitkomen. Dat is ambitieus, ja. Ook omdat we tegelijkertijd de winst willen verhogen tot 15 miljoen.”

2015 is inmiddels al een eind op weg, u moet dus al redelijk kunnen inschatten of de doelstellingen gehaald worden.

Van Gulik: “Laat ik het zo zeggen: het gaat de goede kant op.”

Groei is een van de strategische doelen voor komende jaren, net als meer samenwerking en klantgerichter opereren. Liggen die laatste twee niet heel erg voor de hand voor een bouwonderneming?

Smits: “Natuurlijk. We doen er daarom ook al veel aan. Maar toch scoren nog lang niet al onze dochterbedrijven een 8 of hoger op het punt van klanttevredenheid. Daar ben ik echt teleurgesteld over. Het kan zoveel beter, bij ons, maar eigenlijk in de hele bouw. Klantgerichtheid moet tussen de oren komen van onze mensen. Het is een must. Anders kunnen we ons niet voldoende onderscheiden.”

Van Gulik: “Onze mensen zijn wel goedwillend, maar ik denk dat ze moeten worden gestimuleerd vanuit de top. Wij moeten laten blijken dat het ons ernst is. En dan is het natuurlijk ook een kwestie van training en misschien wel van beloning.”

Afgelopen jaar heeft u tientallen managers op belangrijke posten vervangen. Houdt dat verband met de nieuwe weg die Janssen de Jong is ingeslagen?

Smits: “Ook. Sommigen toonden een gebrek aan leiderschap of wilden niet samenwerken. Maar er zijn ook managers vervangen omdat ze niet in staat bleken om verliezen om te buigen. In onze nieuwe organisatie liggen de verantwoordelijkheden zo laag mogelijk. De directeur van een dochterbedrijf is verantwoordelijk voor zijn eigen toko en wordt ook beoordeeld op de mate waarin hij samenwerking zoekt met andere onderdelen van het concern.”

Dat zal een dure operatie zijn geweest, het vervangen van al die managers?

Van Gulik: “Dat valt op zich nog mee. Het kost veel meer als je niet de juiste man op de juiste plek hebt zitten. Dan weet je zeker dat je enorme verliezen gaat lijden.”

Over de marktomstandigheden bent u behoorlijk optimistisch gestemd. Toch verwacht u niet dat de marges komende jaren zullen stijgen in de bouw.

Smits: “Dat heeft alles te maken met de voortdurende overcapaciteit. De prijzen zijn daardoor scherp. Je ziet bouwers onder kostprijs inschrijven om hun werknemers aan het werk te houden. En opdrachtgevers zeggen wel meer naar kwaliteit te kijken, maar de prijs is nog altijd doorslaggevend. En ondertussen zijn banken terughoudend met financieringen, maar houden ze veel bouwers wel overeind. Met andere woorden: de voorwaarden om de sector snel weer gezond te krijgen, zijn niet aanwezig.”

Er is eigenlijk alsnog een koude sanering nodig, zegt u?

Smits: “Die had er allang moeten zijn. Maar het is ook niet gemakkelijk hoor. Je sluit niet graag een bedrijf, je zet niet graag mensen op straat. Er komt veel emotie bij kijken, helemaal omdat veel bouwbedrijven in handen zijn van families. De bedrijfstak is daardoor niet in staat om scherp in te spelen op marktveranderingen. Dat is zonde want het is wel nodig om snel gezond te worden.”


Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels