nieuws

Naïeve loopjongen van Vestia-banken

woningbouw Premium

Naïeve loopjongen van Vestia-banken

In het derde boek over het derivaten-echec bij Vestia probeert Volkskrant-journalist Tjerk Gualthérie van Weezel de zakenbankiers uit Londen op de keurplank te leggen.

Pas op, u zwemt tussen de haaien, waarschuwde Erik Wilders, de kasbeheerder van de Staat, de corporaties al in 2006. Corporaties die hun renterisico’s willen afdekken met ingewikkelde derivaten moesten zich volgens Wilders donders goed realiseren dat ze risico’s lopen. De banken kennen volgens hem de voor- en nadelen van die financiële producten veel beter dan de volkshuisvesters en hebben bovendien een prikkel om die producten te verkopen.

Het derivatendrama bij Vestia dat zich ruim drie jaar geleden voltrok, laat zien welke schade de haaien kunnen aanrichten. Al eerder schreven Hans Verbraeken (FD) en Jan Smit een boek over de gebeurtenissen bij Vestia. Voor Volkskrant-journalist Tjerk Gualthérie van Weezel geen reden om het niet te proberen. Hij vertelt het verhaal vanuit het perspectief van Arjan Greeven, de tussenpersoon die Vestia-treasurer Marcel de Vries ruim 10 miljoen euro aan zogeheten kick backs betaalde.

Heren uit Londen
Greeven heeft spijt, grote spijt van zijn daden. In zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties vorige zomer praatte hij openlijk over alles wat hij had gedaan en gezien. Ja, hij was fout, maar de grootste schuldigen waren de “heren uit Londen”, foeterde hij. Dat triggerde Gualthérie van Weezel, die net als Greeven vond dat de financiële sector in het derivatendebacle op de achtergrond was geraakt. Hoe zat het met die zakenbankiers die zich het laatste decennium “met dollartekens in de ogen op de Nederlandse volkshuisvestingssector hebben gestort”?

Met Greeven had Gualthérie van Weezel een mooie ingang om de wereld van deze bankiers inzichtelijker te maken. Greeven was in 2012, toen de Vestia-problemen bekend werden, psychisch ingestort. Eromheen draaien wilde hij niet meer, de waarheid moest op tafel. “Je kunt zo’n demoon alleen verdrijven door hem in de ogen te kijken”, vertelde zijn vader hem. Tegen het OM en Vestia vertelde hij alles. Het wachten is nu op het strafproces.

Dienst bewezen?
Ook bij Gualthérie van Weezel legt Greeven zijn ziel en zaligheid bloot. Uit het boek komt een beeld naar voren van een amicale naïeveling die zich als een loopjongen door de banken uit Londen voor het karretje liet spannen. Kritisch is de voormalig BNG Bank-bankier niet; hij stelt jarenlang weinig of geen vragen over de derivaten die hij bij Vestia binnenloodst en waarvoor hij tientallen miljoenen euro’s aan fees opstreek zonder daar veel voor te doen. Greeven dacht dat hij Vestia juist een dienst bewees door de corporatie te koppelen aan de internationale banken. Vestia kreeg lage rentekosten en kon daardoor meer investeren.

Terwijl de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties niet verder keek dan de Nederlandse bankiers, probeert Gualthérie van Weezel ook de werkwijze van internationale zakenbankiers op de keurplank te leggen. Dat lukt maar ten dele: de London bankers blijven tamelijk onzichtbaar. Geen nieuws is het dat de de Nederlandse corporatiewereld uitgebreid werd gefêteerd door dure etentjes en bezoeken aan bijvoorbeeld Wimbledon. Ook niet nieuw is dat Vestia een gewillige “big fish” was voor de bankiers. De vraag blijkt onbeantwoord of de bankiers wisten dat Greeven de treasurer van Vestia betaalde. Greeven denkt van wel. Een bankier van Deutsche Bank had Greeven gewaarschuwd: “We all know how it works with greed. If we hear something in the market about kickbacks, we will stop with you.” Maar verboden werd het niet.

Arjan Greeven betreedt de zaal waar hij wordt verhoord door de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties, 16 juni 2014.

Verdacht is volgens Greeven ook dat een ABN Amro-riskmanager voor de parlementaire enquêtecommissie bekende dat “geruchten” de ronde deden dat “de heren (De Vries en Greeven, red.) elkaar goed kenden, zeg maar”.

Hadden de bankiers belang bij de kick backs ? Ja. Door de betalingen aan De Vries waren de bankiers verzekerd van een goed afzetkanaal.

Maar het blijft gissen. Net als bij het afkopen van de derivatenberg in mei 2012, een paar maanden na de val van Vestia. Na onderhandelen met Vestia wilden de bankiers een verlies nemen van 400 miljoen euro. Maar er zijn sterke aanwijzingen dat een deel van de Londense firma’s aan die deal heeft verdiend, schrijft Gualthérie van Weezel. Hoe? Door slim te speculeren en de rente nog verder naar beneden te helpen vlak voordat de portefeuille werd afgekocht.

Niet naïef zijn
Joris Luyendijk constateerde in zijn boek ‘Dit kan niet waar zijn’ dat de zakenbankiers in Londen werken volgens het principe Caveat Emptor, Latijns voor “Weet wat je koopt”. Als het niet wettelijk verboden is, mag het. Moet je als tegenpartij maar niet zo naïef zijn. Volgens Luyendijk, die de Vestia-bankiers niet sprak, althans daar geen melding van maakt, hebben overal in Europa gemeenten, woningcorporaties, bedrijven en kleinere banken monsterverliezen geleden door financiële producten bij zakenbanken Londen af te nemen.

Het zou een vervolgboek van Luyendijk en/of Gualthérie van Weezel waard zijn om nog eens goed uit te zoeken hoe Vestia vanuit Londen is getackeld.

Helder is in ieder geval al dat iedereen bij en rond Vestia naïef is geweest. Behalve treasurer De Vries wist niemand welke producten er binnengehaald werden. Dat kennisverschil tussen de volkshuisvesters en de financiële wereld is er nog steeds, waarschuwde toezichthouder Centraal Fonds Volkshuisvesting onlangs nog. Mogelijk dat de crisis de bankiers wat getemd heeft, maar zolang dat niet zeker is geldt voor de corporatiewereld nog steeds: pas op, u zwemt tussen de haaien.

 

 

Reageer op dit artikel