nieuws

Woning uit de fabriek

woningbouw Premium

Woning uit de fabriek

In de artikelenreeks ‘De Bouw in 2030’ schetsen opinieleiders hun visie op de toekomst van de sector. Vandaag deel 22: Peter Fraanje, directeur van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB).

Het bouwen zal wezenlijk zijn veranderd in 2030. Woningen worden compleet op maat gemaakt in de fabriek en in ultrakorte tijd geassembleerd op de plaats van bestemming. Bouwbedrijven en toeleveranciers zijn klantgerichte dienstverleners geworden die samen veel meer te bieden hebben dan bouwen alleen. Het moderne bouwbedrijf is een full-service provider geworden. U koopt woon- en gebruikscomfort in per uur, per dag, per maand, per jaar, net zo lang als u wilt. Bedrijven voorzien u van alle comfort: warmte, daglicht, water, koeling, uitzicht, groen en natuurlijk ook internet, bewaking, vervoer, verzorging en alle andere denkbare diensten gerelateerd aan de gebouwde omgeving en de infrastructuur. U betaalt voor gebruik, niet voor bezit.

In 2030 worden er op grote schaal nieuwe gebouwen geproduceerd, maar dan als plug & play eindproduct met een vaste (lease)prijs. Die nieuwe woningen of andere gebouwen vervangen in rap tempo en op grote schaal oude, monofunctionele en energieonzuinige massabouw en verouderde en onveilige industrieterreinen. Snel en zonder overlast, flexibel, duurzaam en demontabel.

In 2030 wordt goed samengewerkt tussen alle partners en co-makers om de klant optimaal te bedienen. In de jaren na de kredietcrisis is in snel tempo een nieuwe bouwcultuur ontstaan waarin ruimte is voor innovatie en duurzaamheid. Architecten, bouwers, installateurs en toeleveranciers werken samen in 3D aan integrale oplossingen voor de klant. Allen richten het vizier op de hele levenscyclus van de gebouwde omgeving. Ontwerp, materialisatie en beheer worden als samenhangend geheel bezien, waarbij de creativiteit van de ontwerper en het vernuft van de ingenieur worden gekoppeld aan de innovatiekracht van de toeleverancier en de ervaring van de bouwer. Vrijwel de hele sector heeft zich georganiseerd rond marktgerichte concepten.

Bouwen wordt assembleren. Zwaar of gevaarlijk werk bestaat niet meer dankzij sterk doorgevoerde prefabricage en robotisering van de risicovolle delen van het productieproces.

De nieuwe generatie bouwers is veel meer gericht op samenwerking, op het delen van ideeën en vaardigheden. Samen vormgeven aan onze omgeving vanuit de eigen discipline en met respect voor elkaar. Bouwers van de 21ste eeuw zijn zich bewust van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en hun bijdrage aan een duurzame leefomgeving. De bouw is in 2030 geen mannenbolwerk meer; vrouwen zijn werkzaam in alle fasen van de bouw, of het nu om ontwerp of werkvoorbereiding gaat of om montage op de bouwplaats en beheer.

Aanbiedingen

In 2030 laten bouwers zich niet meer door de klant vertellen hoe ze moeten bouwen, maar komen zij zelf, proactief met concrete en voor de markt aantrekkelijke aanbiedingen. Nu de schotten tussen de disciplines zijn weggehaald blijkt er veel meer mogelijk en ook nog eens tegen een aantrekkelijkere prijs. Projectoverschrijdende samenwerking maakt een geweldige innovatie-schaalsprong mogelijk en leidt tot een prijsdoorbraak. Dankzij grootschalige introductie van de principes van lean produceren leert de bouw met elk project. Opdrachtgevers en klanten van de bouw hebben ingezien dat de bouw beter uitgedaagd kan worden met prestatie-eisen en wensen, zodat de creativiteit en de inventiviteit van veel meer mensen kan worden ingezet. Dat leidt tot een betere woonkwaliteit en levert geld op.

In 2030 heeft het overgrote deel van de bouw de sprong gemaakt van projectmatige invuloefeningen naar integrale gebiedsontwikkeling. Bewoners en belangenorganisaties worden nauw betrokken bij de gebiedsontwikkeling. Energievoorziening, schoon water, groenbeheer, logistiek, service enzovoorts, het wordt allemaal op gebiedsniveau ontwikkeld op basis van een breed gedragen ontwikkelingsvisie voor meerdere decennia en – uiteraard – in samenhang met omliggende gebieden. Meervoudig ruimtegebruik en multifunctioneel en flexibel bouwen is vanzelfsprekend geworden: wonen, werken, zorg, recreatie, productie, waterberging en andere functies worden zoveel mogelijk gemengd, waardoor de hardware (gebouwen, infrastructuur) intensiever wordt benut en de reistijd van gebruikers substantieel afneemt. Virtueel contact speelt een steeds grotere rol waardoor glasvezelkabel belangrijker wordt dan asfalt. Ontwerpers en bouwers hebben in samenspraak met de bewoners en gebruikers de gebouwde omgeving en het landschap getransformeerd tot een ruimte waar het prettig toeven is. Bewoners van de gebieden ervaren hun omgeving als dierbaar en dragen zelf bij aan de kwaliteit.

De bouw levert in 2030 per saldo energie. De energievraag is dankzij uitgekiende ontwerpen en materialisatie geminimaliseerd. De warmtebehoefte en koeling in multifunctionele gebouwen wordt verzorgd door regionale exploitatiemaatschappijen die warmte en koude uit de bodem of oppervlaktewater halen. Het fossiele-energiegebruik is geminimaliseerd. Ontwikkelaars, bouwers en toeleveranciers investeren in betere energieprestaties en verdienen de extra investeringen terug in de exploitatiefase. De economie is beter bestand geworden tegen plotselinge veranderingen in de mondiale economie. Ook de concurrentiepositie is versterkt, omdat de energiekosten sterk verlaagd zijn.

Gezondheid

Materialen, bouwdelen en dierbare gebouwen worden zoveel mogelijk opnieuw benut. De bouw is helemaal gewend om in termen van materiaalkringlopen te denken en kijkt ook over de grenzen van de sector voor een eventueel derde of vierde leven van grondstoffen. Bestaande gebouwen en kunstwerken worden gezien als een waardevolle voorraad van grondstoffen. Integraal ontwerpen en bouwen en excellente productieprocessen hebben ertoe geleid dat er veel minder materiaal per functionele eenheid nodig is. Met de opkomst van het cradle to cradle-concept zijn tal van bouwproducten opnieuw ontworpen en bouwsystemen aangepast op hergebruik en cascadering. De huizen van de toekomst bevorderen de gezondheid en het welzijn van de bewoner en het 21ste-eeuws bouwen leidt tot een grotere biodiversiteit en een gezonde leefomgeving.

Over achttien jaar is Nederland aantrekkelijker en mooier geworden dan het nu is. De Nederlandse Delta is mede dankzij de modernisering en verduurzaming van de bouw één van de meest aantrekkelijke landen om je – al dan niet tijdelijk – te vestigen. Baggeraars, bouwers, architecten, ingenieurs en toeleveranciers hebben de handen ineengeslagen en werken over de hele wereld aan duurzame totaaloplossingen voor dichtbevolkte delta’s. De maatschappelijke oriëntatie en de internationale component maken de bouw en de toeleverende industrie tot een aantrekkelijke sector voor nieuwe generaties mannen en vrouwen. Bouwt u mee?

Peter Fraanje

Dr. ing. Peter Fraanje (1961) is directeur van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB) en was daarvoor werkzaam bij Bouwend Nederland, TNO Bouw, Universiteit van Amsterdam, TU Eindhoven en W\E Duurzaam Bouwen Adviseurs. Fraanje werkt sinds 1987 aan een duurzame en innovatieve bouwsector.

Reageer op dit artikel