nieuws

‘Kijk toch eens, wat een variatie’

woningbouw

‘Kijk toch eens, wat een variatie’

Nora Hugenholtz is precies een jaar directeur van Projectbureau Leidsche Rijn, dat de gemeentelijke regiefunctie heeft over ’s lands grootste nieuwbouwlocatie. Leidsche Rijn is ruim over de helft: zo’n 18.000 van de in totaal 31.000 woningen zijn opgeleverd. Een van de grootste deelprojecten, Leidsche Rijn Centrum, start volgend jaar. Tijd voor een fietstocht met Hugenholtz langs een aantal plekken die voor haar bijzonder zijn in Utrechts nieuwste stadsdeel.

“Elke keer als ik hier fiets, denk ik: wat een variatie!”, zegt Nora Hugenholtz. “Maar een normaal café om een biertje te drinken of een winkel waar je een spijkerbroek kunt kopen, is er niet. Daar moet gauw verandering in komen.” We komen bij een doorsnee muurtje, meer is het niet, met daaromheen bouwhekken, zand en onkruid. Niemandsland. En juist dáár stapt Nora Hugenholtz van haar fiets, wanneer wordt gevraagd naar haar favoriete plek in Leidsche Rijn. Ze loopt, op haar zwarte pumps, door het mulle bouwzand, richting een keurig gemetselde muur, opgebouwd uit gele, witte en bruine bakstenen. “Deze plek is bijzonder voor mij, omdat deze kademuur het állereerste, tastbare begin van Leidsche Rijn Centrum is. Aan de ene kant van de muur komt water, de Grauwaartsingel. Aan de andere kant, richting het spoor, verrijst een enorm winkelgebied, met horeca, culturele en maatschappelijke voorzieningen, kantoren, woningen en een station. Misschien geen mooie plek, wel een symbolische plek.”

Hugenholtz hoopt, op termijn, op een intercitystation, dat deels moet komen te liggen op de overkapping van de A2; ProRail bouwt vooralsnog het geplande station vlak náást de A2. Hugenholtz: “NS zegt: zorg eerst maar dat er genoeg bedrijven komen in Leidsche Rijn Centrum, dan is een intercitystation misschien bespreekbaar. Mijn stelling is: als je nu een intercitystation realiseert, komen daar bedrijven op af. Een lastige discussie, over een kip en een ei.”

Hugenholtz, zelf woonachtig in de historische binnenstad van Utrecht, werkt al sinds 1998 bij het projectbureau, onder meer als hoofd Commercieel Vastgoedontwikkeling. Voordat ze in 2010 directeur werd, was ze drie jaar plaatsvervangend directeur. Het projectbureau, waar zestig mensen werken, houdt zich bezig met woningbouwontwikkeling, infrastructuur en commerciële vastgoedontwikkeling. Hugenholtz heeft zich de laatste jaren met name bezig gehouden met Leidsche Rijn Centrum. Ruim twee jaar later dan gepland begint ASR/Vesteda daar eind 2012 met de bouw van het kernwinkelgebied dat in hiërarchie het “tweede stadscentrum van Utrecht” moet worden. Het komt te liggen op de grens met de bestaande stad, aan de kruising van de overkapte A2 met de verdubbelde spoorlijn Utrecht-Rotterdam/Den Haag. Het totale programma beslaat ongeveer 800.000 vierkante meter bruto vloeroppervlak met detailhandel, horeca, woningen, kantoren, een hotel/congrescentrum en culturele en maatschappelijke voorzieningen. Het kernwinkelgebied, 150.000 vierkante meter groot, wordt vanaf 2015 in fases opgeleverd. De grond wordt momenteel bouwrijp gemaakt.

De eerste paal had in oktober 2010 de grond in gemoeten, maar “door allerlei omstandigheden is dat niet doorgegaan”, zegt Hugenholtz. “Het is nu eenmaal een zeer complex bouwplan.”

Belle van Zuylen

De fietstocht gaat verder richting bedrijventerrein De Wetering, via het noordelijke deel van Leidsche Rijn Centrum. Inderdaad, de plek waar de 262 meter hoge Belle van Zuylen had moeten verrijzen. “Of ik het jammer vind dat de Belle niet doorgaat? Daar laat ik me niet over uit. Laat ik het zo zeggen: op een gegeven moment ontstond het gevoel, zeker gezien de huidige economische omstandigheden, dat we aan een dood paard trokken. Toen is besloten om te stoppen. We zijn nu weer druk bezig met het ontwikkelen van het gebied, samen met bewoners. Er is nog steeds hoogbouw gepland, maar niet zo hoog als de Belle. Ook is besloten om gefaseerd te bouwen.”

Liever praat ze over De Wetering, pal langs de A2. De Wetering-Noord is volledig uitgegeven, zegt Hugenholtz trots. Op dit moment wordt in De Wetering-Zuid gebouwd aan het nieuwe Sint Antonius Ziekenhuis. Hugenholtz is nog steeds blij met de komst van het exclusieve automobielbedrijf Hessing, dat zit in een pand dat onderdeel is van het geluidsscherm langs de snelweg. “Om dit mogelijk te maken, zijn vele gesprekken gevoerd met Frits Hessing. Het is gelukt, het resultaat is prachtig.” Hessing verhuisde in 2005 vanuit De Bilt.

Dan volgt Terwijde, een wijk die onlangs negatief in het nieuws was doordat een gezin de wijk wilde verlaten vanwege pesterijen en bedreigingen uit de buurt. Hugenholtz: “Hartstikke vervelend, maar het gaat om één straat. Men krijgt zo een vertekend beeld van Leidsche Rijn, en van Terwijde in het bijzonder. Kijk toch eens hoe gevarieerd deze wijk is! Met een prachtig park, een station en veel water.’’ Toch ontbreekt er iets essentieels in Terwijde, erkent Hugenholtz. Iets wat er al lang had moeten staan: een winkelcentrum. De jarenlange vertraging voelt als een nederlaag. “Ik vind het terecht dat bewoners daar over klagen. Ze moeten het doen met een noodsupermarkt. Er zijn allerlei oorzaken op te noemen waarom dat winkelcentrum niet van de grond is gekomen, maar het feit is er.”

De vertraging is onder meer te wijten aan het feit dat er gronden onteigend moeten worden. Hugenholtz verwacht dat de onteigeningsprocedure eind dit jaar is afgerond. Bewoners is verteld dat er in 2014, zes jaar later dan beloofd, een winkelcentrum staat. Bouwfonds en MAB Development zijn de ontwikkelaars, wie gaat bouwen is nog niet bekend.

In zijn algemeenheid moet het bouwtempo in Leidsche Rijn omhoog, zegt Hugenholtz al fietsend door Het Zand, een wijk waar nog steeds veel wordt gebouwd. Ze wijst naar een braakliggend bouwterrein in een gebied dat verder bebouwd is. “Er was een ontwikkelaar, maar die heeft er toch van afgezien. Jammer, de hele infrastructuur ligt er.”

Herontwikkeling gebeurt veel, sommige bouwprojecten worden afgeblazen, simpelweg omdat de woningen niet of nauwelijks worden verkocht. Hugenholtz: “Ooit, toen het met de economie beter ging, hebben we gezegd: tweeduizend opgeleverde woningen per jaar zou mooi zijn. In 2010 hebben we de duizend net niet gehaald. Een tegenvaller, maar niet onverwacht. En dit is zeker niet goed voor de doorstroming.”

De fietstocht eindigt waar hij begon: bij het informatiecentrum Leidsche Rijn. Op de glazen voorgevel stond jarenlang de tekst ‘Leidsche Rijn Utrecht 1998-2015’. Onlangs is 2015 veranderd in 2025. Hugenholtz: “2025 is een reëler jaartal. Toch is het een interessante vraag wanneer het écht klaar is. Als de allerlaatste vierkante meters zijn gebouwd? Of het waar is weet ik niet, maar het zou zomaar kunnen dat er in 2025 al huizen zijn gesloopt uit de beginperiode van Leidsche Rijn. Ik wil daar mee zeggen dat een stad, in mijn ogen, nooit af is. Leidsche Rijn dus ook niet.”

Nieuwe stad

Leidsche Rijn, aan de westkant van de stad Utrecht, wordt net zo groot als Leeuwarden. De bestaande stad en Leidsche Rijn worden van elkaar gescheiden door de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal. Als het nieuwe stadsdeel klaar is, wonen er 90.000 mensen en werken er 40.000 mensen. Er zijn 31.000 woningen gepland. Leidsche Rijn bestaat verder uit kantoren (720.000 m²), bedrijventerreinen (270 hectare), parken (390 hectare) en winkelcentra (95.000 m²). Leidsche Rijn telt twaalf woonwijken, vier bedrijventerreinen, achttien parken en twee recreatieplassen. De vaststelling van het Masterplan Leidsche Rijn, van Riek Bakker, was in 1995. De eerste paal werd geslagen in december 1997. Leidsche Rijn is naar verwachting in 2025 klaar.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels