nieuws

Van de nood een deugd maken

woningbouw

Van de nood een deugd maken

De ruïnes van Haïti domineren al weken het nieuws. Geen gebouw lijkt in de hoofdstad Port-au-Prince nog overeind te staan, twee miljoen mensen zijn dakloos, de haven is zwaar beschadigd en nauwelijks te gebruiken. Alle publieke functies zijn letterlijk en figuurlijk ingestort. Wat kunnen Nederlandse bedrijven doen?

Straks, als alle doden begraven zijn, moet het land opnieuw worden opgebouwd.
Maar hoe?
Ingenieursbureau
Arcadis
is intern een actie gestart waarbij werknemers geld en tijd kunnen
doneren. “We zijn in gesprek met een hulporganisatie zodat we straks met de
opbrengsten van deze actie een aantal mensen kunnen inzetten in het gebied”,
licht de woordvoerder toe. “Het is absoluut geen actie met een commercieel doel,
al het werk is pro bono publico. Medewerkers willen graag wat doen voor Haïti
vanuit hun expertise, daarbij heeft het toegevoegde waarde voor hun
werkervaring. De werkzaamheden waar wij aan denken zijn bijvoorbeeld
schoonwatervoorzieningen en stedelijke planning.” Eerdere natuurrampen hebben
hulporganisaties inmiddels wijzer gemaakt. Vanuit Arup schreef de Britse
ingenieur Jo da Silva het boek
‘Lessons
from Aceh’
, dat toevalligerwijs een maand geleden het licht zag. Zij is
betrokken geweest bij wederopbouwprojecten in Sri Lanka en Atjeh na de tsunami.
“Twee aspecten zijn van fundamenteel belang voor een succesvolle wederopbouw”,
stelt zij. “Ten eerste moeten bewoners en de lokale gemeenschap worden betrokken
bij de bouw. Het werkt niet als bouwers denken: oké, er is hier een enorme
behoefte, laten we grote hoeveelheden identieke woningen neerzetten. De bewoner
moet als klant worden benaderd, anders mislukt zo’n wederopbouwproject”, stelt
ze. En in de tweede plaats moet bij de wederopbouw rekening worden gehouden met
toekomstige natuurrampen zoals orkanen, overstromingen en nieuwe aardbevingen.
Zeker in Haïti is de kans op nieuw natuurgeweld heel groot.” Dat zijn ook de
uitgangspunten van Habititat
for Humanity
, een wereldwijde organisatie die in de afgelopen dertig jaar al
zo’n 350.000 huizen gebouwd heeft voor 1,75 miljoen mensen in hulpbehoevende
gebieden. Habitat is al 26 jaar actief in Haïti en niet van plan daar voorlopig
weg te gaan. “We werken in drie fasen. In de eerste fase zijn we vooral bezig
met het opruimen en zoeken naar herbruikbare materialen. In de tweede fase delen
we zogenaamde ‘Recovery Starter Kits’ uit. Een pakket met spullen waarmee mensen
een tijdelijk onderkomen kunnen bouwen, denk aan zeil, touw, spijkers en hout.
De derde fase is de wederopbouwfase waarin we huizen renoveren of opnieuw
bouwen”, legt Jennifer Lemke, directeur van Habitiat Nederland, uit. “We zitten
nu, afhankelijk van het gebied in Haïti, gelijktijdig in fase één, twee en
drie.” De organisatie maakt zich op om straks te voorzien in een basishuis dat
uitbreidbaar is. “Het is een eenkamerwoning die in ieder geval in
basisvoorzieningen zoals sanitair voorziet. Ook zijn onze huizen
‘disaster-resistant’. Ze zijn dus op orkanen en aardbevingen berekend. Van de
200 huizen die Habitat eerder in het rampgebied van Haïti heeft gebouwd, zijn er
slechts twee vernield en twee beschadigd.”

Giften

Habitat wil in Haïti 5000 van dit soort woningen bouwen. “Het is natuurlijk
een druppel op een gloeiende plaat, maar alles helpt”, vindt Lemke. “Het hangt
af van de giften, al geven we de huizen meestal niet weg. De bewoners moeten
zelf helpen bouwen en normaliter moeten ze de huizen tegen kostprijs van ons
kopen, al wijken we daar bij een ramp als deze vanaf en geven we ze weg.”
Habitiat werkt veel met vrijwilligers. “We zijn ook echt op zoek naar mensen met
bouwervaring die als vrijwilliger daarnaartoe willen. Nu is er nog een negatief
reisadvies, maar zodra het kan, willen we daar naartoe. Ook giften zijn
natuurlijk altijd welkom.” De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)
International, een aparte organisatie van de VNG voor internationale
samenwerking, benadert de wederopbouw via het overeind helpen van de lokale
overheid in samenwerking met zusterorganisaties uit Frankrijk en Canada. “Haïti
is geïmplodeerd, de hoofdstad is weg, het land is onthoofd doordat de ambtenaren
die de beslissingen maken ook weg zijn. Je moet dat wiel weer draaiende zien te
krijgen,” licht Jaap Breugem, senior projectleider bij VNG International, toe.
De organisatie heeft jarenlange ervaring met wederopbouwprogramma’s. Zo hebben
ze eerder in Sri Lanka geholpen een school te realiseren. “In samenwerking met
een lokale organisatie hebben we een bestek en tekeningen opgesteld en die
volgens de lokale aanbestedingsregels daar in de krant gepubliceerd. Ook hebben
we gezorgd voor opbouw van kennis, mensen getraind in het gebruik van machines
en de autoriteiten getraind in het beheer van afschrijvingen en dergelijke.” Dat
laatste is voorlopig nog niet aan de orde, volgens Breugem. “De aandacht gaat nu
nog uit naar de eerste behoeften, voedsel, water, onderdak en veiligheid. Wij
houden ons niet specifiek bezig met die noodhulp, maar richten ons op de
wederopbouw daarna. De planning begint drie maanden na een ramp, na zes maanden
is het programma ongeveer duidelijk.” VNG International is van plan binnenkort
met een delegatie af te reizen om de behoeften te inventariseren. “Nu is nog
onbekend wie waar woont, waar scholen moeten komen en waterputten. Alle kennis
daarover is nu weg, dus dat moeten we eerst in kaart zien te krijgen en de
lokale autoriteiten op gang helpen.” Ook Da Silva benadrukt dat het nu eigenlijk
nog te vroeg is om over echte wederopbouw te praten. “In de eerste zes weken
richt de hulp zich vooral op het voorkomen van verdere verliezen en de eerste
levensbehoeften. Wederopbouw is minstens een vijfjaardurend proces”, benadrukt
ze. “Nu duikt iedereen bovenop Haïti, maar je moet nog maar zien wie er over een
jaar nog bij betrokken is. We zijn in Atjeh vier jaar beziggeweest.” Da Silva
adviseert dat bedrijven die vanuit het westen willen meewerken aan de
wederopbouw hun motieven helder moeten hebben. “Gaat het over het creëren van
een markt ter plaatse of een behoefte om op humanitaire grond hulp te geven? In
dat laatste geval is het vaak zinvol medewerkers beschikbaar te stellen of het
professionele netwerk aan te spreken.”

Donor

Ook adviseert ze bedrijven als verantwoordelijk donor op te treden voor een
specifiek project. “Je kunt dan bijvoorbeeld een school realiseren. Daarbij is
belangrijk dat je een samenwerkingsverband met een lokale organisatie aangaat.
En de behoefte ter plaatse moet leidend zijn, niet wat je te bieden hebt.” Wat
de Haïtiaanse president René Préval, samen met speciaal gezant Bill Clinton, in
ieder geval al wel weet, is dat het beter moet. Dan maar van de nood een deugd
maken. Dus onder het credo: ‘Built Back Better’ ziet het land een horizon vol
kansen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels