blog

TuinSTAD van de 21e eeuw

woningbouw 12

TuinSTAD van de 21e eeuw

Waar en hoe gaan we bouwen? Die vraag dringt zich steeds meer op. Een belangrijk deel van de nieuwe woningen moet binnen de bestaande stad, daar is vriend en vijand het over eens.

Volgens sommigen moet zelfs alle nieuwbouw binnen bestaande stadsgrenzen. Dat lijkt mij niet realistisch. Bovendien, lang niet iedereen voelt zich thuis in een hoogstedelijk woonmilieu. Ook voor eengezinswoningen in een groen woonmilieu moet ruimte zijn.

Vorige week donderdag, tijdens de Dag van de Projectontwikkeling (DVDP), peilden we het sentiment onder de ongeveer 600 deelnemers. Wat bleek? Men vindt dat het binnenstedelijk dichter kan en moet. Volgens de deelnemers kan 60% van de 1 miljoen nieuwe woningen tot 2030 binnen de steden gebouwd worden. Veel meer dan we de afgelopen jaren, met de nodige inspanningen, voor elkaar hebben gekregen.

Allure

Opmerkelijker vond ik de visie van de aanwezigen op de nieuwe uitbreidingswijken. Daarbij denkt men vooral aan stedelijkheid en dus niet aan groene woonmilieus met veel rijtjeswoningen, tweekappers en vrijstaande woningen. Dus niet Vinex op herhaling, maar hoogstedelijke gemengde woonmilieus met stedelijke voorzieningen, openbare ruimte met allure, ontsloten met hoogwaardig openbaar vervoer en de auto uit het straatbeeld.

Weten wat klanten willen

Dominante opvatting: bij de nieuwe tuinsteden eerst het openbaar vervoer en de openbare ruimte aanleggen, voordat de woningen worden gebouwd. Ambities die niet gratis zijn. Zouden de wensen van de professionele ‘ruimtemakers’ stroken met wat de burgers willen en waar zij hun geld aan willen uitgeven? In dat verband gaf de respons op een andere vraag tijdens de DVDP te denken. Maar liefst 86% van de aanwezigen was het oneens met de volgende stelling: ‘De sector weet wat klanten willen en is in staat om op maat gesneden producten daarvoor te maken.’

Vorige week verscheen het boek VINEX-mensen, waaruit bleek dat de gemiddelde Vinex-bewoner heel gelukkig is. Een bevestiging van wat veel ander onderzoek ook al liet zien. Er zit dus nog wel wat licht tussen het droombeeld van professionele ‘ruimtemakers’ en het woongeluk van veel burgers. Dat pleit er voor om die burger nauw te betrekken bij de ontwikkeling van de Tuinsteden van de 21e eeuw.



Jan Fokkema is directeur van de NEPROM

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels