artikel

Overheid kan bouw uit het slop halen

woningbouw Premium

Overheid kan bouw uit het slop halen

‘Laat Nederland weer gaan bouwen.’ De kop boven de opiniebijdrage in Cobouw (van 15 juli) was kennelijk opvallend genoeg om reacties uit te lokken. Dat was niet alleen de opzet, maar het gebeurde ook. Tegen de achtergrond van de Miljoenennota is het nuttig een tussenbalans op te maken, vinden Robbert Coops, Bas Eenhoorn en Nico Rietdijk.

Ondanks het vooruitzicht dat 2013 en 2014 rampjaren voor de bouwsector worden bestaat er nog geen sense of urgencybij de politiek, noch bij investeerders en de sector zelf. Al die partijen houden elkaar in een wurggreep met een noodlottige afloop. Om die verhoudingen en opvattingen te doorbreken is natuurlijk veel meer nodig dan een opiniebijdrage in een vakblad. Maar ja, wie gaat er nu eens echt aan sleuren?

Economen (Van Duijn), politici (Weisglas en Witteveen) en anderen (Calon, Ramdas en Lokhorst) bepleiten bij voortduren dat het huidige op bezuinigingen en lastenverhoging gerichte kabinetsbeleid gedoemd is te mislukken. Niet alleen om politiek-electorale overwegingen, maar vooral omdat mede daardoor het economisch herstel niet of uitgesteld plaatsvindt. De bouw als sector die het moeilijk heeft maar met extra aandacht en hulp juist een katalysator kan vormen om werkgelegenheid, duurzaamheid en economische groei te bewerkstelligen wordt in die beschouwingen vaak genoemd. Maar daar blijft het vaak bij. Terwijl er toch opties zijn, zoals de al eerder bepleite: tijdelijke invoering van een lager btw-tarief, het vrij maken van “dood geld” (het verkopen van het aandeel van de BNG aan gemeenten en provincies en het verlagen van de verplichte risicoreservebuffer bij corporaties). .

Ook zouden investeringsimpulsen van de rijksoverheid kunnen helpen, hoewel begrotingsregels deze niet toe lijken te staan. Dat is vreemd omdat in het recente verleden (de investeringsimpuls in de woningbouw van toenmalig minister Van der Laan) is gebleken dat dergelijke subsidies effectief kunnen zijn en via btw en andere belastingen weer terug in de staatskas vloeien. Kennelijk was dat toen wel toegestaan. Waarom zou dat nu niet kunnen, zeker gelet op het groeiende aantal faillissementen en werklozen in de bouw. En daarnaast blijkt de bouw juist erg belangrijk voor de binnenlandse economie. Het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB) zegt het als volgt: “De terugval van de investeringen in de Nederlandse economie tijdens de crisisjaren is bijna volledig toe te schrijven aan de daling van de investeringen in woningen en overige gebouwen. Hier is 12 miljard aan productiewaarden verloren gegaan, waarmee cumulatief 2 procent economische groei is ingeleverd.”

Meer loonbelasting

Ook het Centraal Planbureau (CPB) dat keek naar de macro-economische effecten van investeringsimpulsen in de bouw kwam tot een soortgelijke conclusie: “Per saldo leidt 1 miljard extra woninginvesteringen ook tot ongeveer 1 miljard extra productie. Dit gaat op termijn (drie à vier jaar) gepaard met circa 5000 arbeidsjaren extra werk en een toename van de loonsom (van alle banen in Nederland) van circa 0,5 miljard extra inkomsten uit hogere btw-afdrachten op de extra investeringen (en consumptieve bestedingen) en meer loonbelasting dankzij de toename van de werkgelegenheid.”

Ervan uitgaande dat de bouw voor ons land in vele opzichten belangrijk is zou – naast allerlei andere stimuli ook een investeringsimpuls, al dan niet via de overheid – sterk overwogen moeten worden. Niet permanent maar tijdelijk. En wanneer begrotingsregels een (formeel) probleem vormen mag dat geen belemmering vormen. Als een begrotingsregel deze aanpak toch dreigt te verhinderen, zal creatief gezocht moeten worden naar andere oplossingen: geen verhoging van het financieringstekort (maar vermindering) en geen schending van de Europese regels, het lijkt op voorhand een geslaagde combinatie.

Natuurlijk kunnen er ook nadelen bij een dergelijke aanpak optreden. Als een investeringsimpuls leidt tot het realiseren van extra woningen of isolatie en renovatie van bestaande woningen kunnen verdringings- en weglekeffecten ontstaan. Uitgaande van een scenario waarbij het niveau van de woningbouw in 2014 wordt opgekrikt met bijvoorbeeld 10.000 woningen, bestaat een reëel gevaar dat al geplande woningen zonder de impulsbijdrage niet gebouwd worden. Daarom moet gezocht worden naar een oplossing die dat voorkomt. Een methodiek die voorkomt dat het geld weglekt naar woningen of renovatie- en isolatieprojecten die zonder impuls toch gerealiseerd zouden kunnen worden. Daarvoor zijn verschillende alternatieven denkbaar, die ook aansluiten bij de (netelige) positie waarin corporaties verkeren.

Natuurlijk, de bouwsector zou zo snel mogelijk weer geheel op eigen benen moeten staan. Subsidies en andere steunmaatregelen zullen in dat licht als tijdelijk en aanvullend moeten worden gezien. Maar als “we” echt willen, geeft financiële hulp van de overheid – naast allerlei andere maatregelen – een forse stimulans aan de woningbouw die (indirect) ook nog eens de staatskas helpt.

Drs. Robbert Coops, Sociaal geograaf en werkzaam bij Schinkelshoek & Verhoog (r.coops@schinkelshoekverhoog.com)

Drs. Bas Eenhoorn, Sociaal geograaf en burgemeester van Alphen aan den Rijn

Drs. Nico Rietdijk, Directeur Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers

Reageer op dit artikel