artikel

Waar moeten we het zoeken?

woningbouw Premium

Het ongeluk waarbij een deel van de galerij van de Antillenflat in Leeuwarden afbrak, vraagt om een landelijk onderzoek. Maar waar te beginnen, vraagt Hugo Priemus zich af.

Volgens Johan Galjaard, voorzitter van de constructeursvereniging VN Constructeurs, moet het instorten van een deel van de bovenste galerij van de Antillenflat in Leeuwarden leiden tot nader onderzoek bij heel veel gebouwen uit die tijd (= jaren zestig) (Cobouw, 24 mei 2011). Dat klinkt verstandig, maar waar moet je beginnen? En waar is het einde? In de jaren zestig woedde een ware hoogbouwgolf over ons land: er zijn wel heel erg veel betonnen flats gebouwd in die tijd. De Antillenflat (gebouwd in 1966, elf lagen hoog) staat niet op zichzelf.

Om het zoeken enige richting te geven ging ik te rade in het boek ‘Niet-traditionele woningbouwmethoden in Nederland’ nr. 26 in de reeks van de Stichting Bouwresearch, dat in 1970 door Samsom, Alphen aan den Rijn, is uitgegeven.

In dit kloeke werk presenteer ik samen met ir. R.S.F.J. van Elk een compleet overzicht van systeembouwmethoden en in systeembouw uitgevoerde woningbouwprojecten in de periode tot 1970. Het gaat om zeven stapelbouwmethoden, dertien gietbouwmethoden, elf zware montagebouwmethoden en één lichte montagebouwmethode. De Antillenflat is in gietbouw gerealiseerd en alles wijst erop dat het hier gaat om het RBM II-systeem, waarvan Intervam (Rijswijk) destijds de promotor was. Het systeem RBM I was eerder als stapelbouwsysteem ontwikkeld door de Rijnlandsche Betonbouw Maatschappij (RBM). Toen de Rijnlandsche Betonbouw Maatschappij in 1965 was opgegaan in het Intervam-concern werd RBM II als gietbouwsysteem ontwikkeld. Op 1 januari 1968 waren er 12.339 woningen in het RBM I-systeem opgeleverd, en 3288 woningen in het RBM II-systeem. Voorts waren er toen nog flink wat woningen in het RBM II-systeem in aanbouw.

Het productieoverzicht in ons boek maakt melding van een woningbouwproject van 192 woningen in Leeuwarden en een woningbouwproject van 498 woningen in deze stad: architect Van den Broek en Bakema, uitvoerend bouwbedrijf: Zwolsman.

Meestal paste RBM II galerijen en balkons toe van geprefabriceerde platen van gewapend of voorgespannen beton, opgelegd op vooraf vervaardigde consoles, opgenomen in de dwarswanden. Maar er zijn ook toepassingen bekend met aangestorte balkons en galerijen, zoals in de Antillenflat in Leeuwarden.

Als dit allemaal zou blijken te kloppen (een deugdelijke check is wel noodzakelijk), zou het onderzoek, waarvoor Galjaard pleit, zich allereerst kunnen richten op woningcomplexen, uitgevoerd in het RBM II-systeem. Van dat systeem heeft Ratiobouw destijds keuren uitgereikt waarin de technische specificaties precies zijn aangegeven. Een overzicht van uitgevoerde woningprojecten in het RBM-systeem is te vinden in paragraaf 11.4 (p. 8-9) in het eerdergenoemde boek.

Een tweede aandachtspunt lijkt mij te zijn dat het complex nu deels in appartementen is gesplitst en deels in eigendom is van woningcorporatie WoonFriesland. Het is bekend dat in door bewoners aangekochte flats soms krachtige verbouwingen worden ondernomen. Het lijkt verstandig om na te gaan in hoeverre bewoners recentelijk verbouwingen hebben uitgevoerd, die mogelijkerwijze de kans op het neerstorten van het balkon kunnen hebben vergroot. Ook moet worden nagegaan of de in uitvoering zijnde groot-onderhoudswerkzaamheden negatieve effecten hebben gehad.

Nu een balkon is neergestort, enkele andere balkons in zijn val heeft meegesleurd en gelukkig geen slachtoffers heeft gemaakt, is het van groot belang dat soortgelijke incidenten zoveel mogelijk worden voorkomen.

Hugo Priemus

Onderzoeksinstituut OTB, Technische Universiteit Delft

Reageer op dit artikel