nieuws

Verbouwing stadhuis Bolsward: ‘We grijpen graag ontzichtbaar in, alsof we niet zijn geweest’

utiliteitsbouw 952

Verbouwing stadhuis Bolsward: ‘We grijpen graag ontzichtbaar in, alsof we niet zijn geweest’

De restauratie en uitbreiding van het voormalige stadhuis in Bolsward vindt op zo’n krappe, binnenstedelijke locatie plaats dat het noodzakelijk is om een gracht deels te dempen. De bouwput voor het nieuwe cultuurhistorisch centrum De Tiid wordt daarmee tijdelijk uitgebreid.

De verbouw en uitbreiding van het monumentale en rijk versierde stadhuis uit begin zeventiende eeuw moet Bolsward op de kaart zetten. De naastliggende secretarie en het waaggebouw worden in het nieuwe cultuurhistorisch centrum opgenomen. Daarbij horen straks ook een gloednieuw depot en atrium met ruimte voor zo’n voor honderd mensen.

12,9 miljoen

De prestigieuze verbouwing kost 12,9 miljoen. Diverse instellingen, zoals het Titus Brandsma museum, de Oudheidkamer Bolsward, het gemeentearchief, een gemeenteloket, de bibliotheek en een Grand Café, krijgen er onderdak. Het centrum moet in 2021 klaar zijn.

Investering van 12,5 miljoen euro
De kosten en uitbreiding van het stadhuis in Bolsward tot cultureel centrum De Tiid vergt een investering van 12,5 miljoen euro. De gemeente Súdwest-Fryslân betaalt het leeuwendeel, provincie Fryslân en vier stichtingen uit Boslward doen mee.De kosten voor bouw en installatie vergen ruim 8 miljoen euro. Penvoerder
is Aannemingsmaatschappij Friso. Jurriëns Noord Groningen–Sneek en
Aannemingsmaatschappij Friso Sneek zijn direct na het Pinksterweekend
in 2019 met de eerste restauratiewerkzaamheden gestart. De ingebruikname is in 2021. Het voormalige stadhuis van Bolsward is van 1614 tot 1617
gebouwd. Het ontwerp is van bouwmeester Jacob Gysbert, die de stijl van het Fries maniërisme aanhield. Het rijk versierde trapbordes is in 1768 vernieuwd. De toren met luidklok staat op een achtkant en dateert uit 1619.
Van 1892 tot 1895 is het stadhuis door architect Jan Verheul uit Rotterdam verbouwd.

De noodzakelijke uitbreiding van de bouwplaats leidt niet tot volledige demping van de gracht naast het voormalige stadhuis. De bestaande waterloop wordt tot een meter versmald. Wetterskip Fryslân wil de doorstroming in de Bolswarder stadsgrachten namelijk per se op gang houden. Om schade aan woningen te voorkomen, wordt de stalen damwand over de hele lengte met een trillingsvrijblok in de bodem gedrukt. Trillingsmeters op de huizen zelf monitoren de werkzaamheden. De tijdelijke opstelplaats wordt opgevuld met zand en een verharding van gebroken puin en deels Stelcon-platen, die de wrijving van manoeuvrerende vrachtwagens moeten opvangen. Speciaal voor de lange opleggers wordt ook een hoek van de brug pal naast het stadhuis gehaald.

Bouwverkeer

Zwaar bouwverkeer kan alleen over de hoofdstraat, die pal voor het stadhuis langs loopt, vertelt Douwe Offringa, directeur van Jurriëns Noord in Sneek. ‘‘We hebben de binnenstad verkend en zien dat de kades naast het stadhuis in matige staat zijn. Met onze vrachtwagens kunnen we in die smalle straatjes niet rijden zonder schade aan te richten. Daarom houdt bouwverkeer de hoofdroutes in de stad aan.’’

De bereikbaarheid van de binnenstedelijke locatie moet optimaal zijn, omdat de bouwers heel wat prefabbetonelementen voor het nieuwe depot nodig hebben. Met drie bouwlagen vereist de nieuwbouw ook een relatief groot aantal fundexpalen. De funderingsmachine moet nogal wat meters in de bouwput maken
om de benodigde funderingspalen te boren. Ze worden op een aantal plaatsen in groepjes van tien vlak bijelkaar in een soort bloemvorm aangebracht.

45 meter bouwkraan

Een 45 meter hoge bouwkraan wordt voor de verwerking van prefabelementen op de bouwplaats ingezet. De hoogte van de torenspits op het stadhuis was weliswaar bekend, maar ‘‘we hebben ‘m voor de zekerheid wel nagemeten. De kraan moet natuurlijk wel
over de torenspits heen draaien’’, vertelt Offringa met een glimlach.

De nieuwbouw van het museumdepot en atrium beslaat met 2.400 m2 ongeveer dezelfde grootte als stadhuis, waaggebouw en secretarie samen. Een schuin oplopende luchtbrug verbindt de musea in het voormalige stadhuis straks met een expositieruimte, die in een eenlaags gebouw in het atrium wordt gerealiseerd. Eindpunt van de brug is een nieuw aan te leggen entresolvloer van het waaggebouw.

Betonnen binnenwanden

De musea van Bolsward zijn heel content met het nieuwe depot, waarin een deel van hun verzamelingen kan worden opgeslagen. Het gebouw krijgt betonnen binnenwanden, die op een betonvloer van een kleine meter dikte komen te staan. Elke muur wordt uit twee delen opgebouwd, waartussen beton wordt gestort. Het oude karakter wordt benadrukt met een buitenmuur die uit rode steen wordt opgemetseld. Het installatiewerk, dat door Pranger-Rosier
uit Leeuwarden wordt gedaan, zorgt voor een constant klimaat, dat de diverse verzamelingen in topconditie moeten houden.

In het ontwerp van het depot liep Adema Architecten uit Dokkum tegen het niveauverschil aan van de verschillende straatjes rondom het stadhuis. De beganegrondvloer aan de voorzijde van het gebouw ligt straks meer dan een halve meter lager dan aan de
voorzijde. Aan de achterzijde krijgt het gebouw daarom een extra bouwlaag. Langs de diep uitgegraven bouwput wordt een houten damwand aangebracht om verzakking van de woning van de buren te voorkomen.

Betonnen kapconstructie

Met verbazing hebben Douwe Offringa en zijn collega’s naar de kapconstructie van de secretarie gekeken. Het gebouw naast het monumentale stadhuis is in de oorlogsjaren opgetrokken en bestaat vrijwel in zijn geheel uit beton. ‘‘Je komt met – dat dan wel weer – een houten trap op de zolder. Op de spanten onder het dak en
het dakbeschot zelf is de houtstructuur van de houten bekisting zichtbaar. De schaarste aan hout in de Tweede Wereldoorlog is waarschijnlijk de reden voor die keus geweest. Ze hadden toen kennelijk wel voldoende zand, grind en cement, waardoor de bouw van zo’n betonnen constructie voor de hand lag.’’

Een plint van natuursteen rond de secretarie wordt in zijn geheel verwijderd, gerestaureerd en teruggeplaatst. Ronduit slecht is de constructie van de voormalige nieuwe waag, dat de laatste jaren kantoor was. ‘‘Dat gebouw is in zo’n slechte staat. Aan de buitenkant zie je dat er ook direct aan af: het slechte metselwerk
en scheuren in de muren. De vloer bestaat grotendeels uit Friese geeltjes, de fundering is ronduit belabberd en moet in zijn geheel worden vernieuwd. We moeten dit gebouw stabiliseren en weer helemaal in model brengen’’, aldus Offringa.

Verrassend goede staat

Van alle gebouwen is het voormalige stadhuis uit begin zeventiende eeuw nog in verrassend goede staat, concluderen de restaurateurs van Jurriëns Noord. Het zware verkeer in de hoofdstraat heeft de afgelopen vijftig tot zestig jaar nauwelijks invloed op de rijk versierde gevels gehad. Ook de bijzondere trapgevels aan de voorzijde van het pand, de opvallende kapconstructie en de bordestrap verkeren in redelijke staat.

Overheidseigendom

Volgens Offringa ligt de oorzaak in het gegeven dat de gebouwen altijd overheidseigendom zijn geweest. ‘‘De overheid besteedt over het algemeen meer geld aan zijn eigendommen. Zowel de binnen- als de buitenzijde van het stadhuis ziet er goed uit. Door de eeuwen
heen is er goed op gepast. Over het algemeen is het metselwerk prima. Dat geldt ook voor de voegen, overal waar je bij kunt zie je de goede staat van onderhoud.’’

Op een aantal plekken in de buitengevel van het stadhuis zijn wel sporen van erosie te vinden. Voegen zijn soms verdwenen en bakstenen flink geërodeerd. ‘‘Daar is het gebouw echt aan renovatie toe.’’ Dat geldt ook voor de blinde ankers van de kozijnen en balklagen, waarvan een deel is verroest. ‘‘We moeten in het
werk bekijken wat we doen. Als ze zo verroest zijn dan krijgen ze een paar keer hun eigen volume en duwen ze het metselwerk kapot. In dat geval worden ze verwijderd en vervangen.’’

De toren op zijn achtkant heeft vijf jaar geleden nog een flinke onderhoudsbeurt gehad. Ook het monumentale bordes voor de hoofdingang werd vernieuwd nadat een vrachtwagen er tegen was gereden. ‘‘Bij restauraties opereren we altijd terughoudend.
Restaureren wordt door deskundigen ook wel een ‘milde vorm van vernielen’ genoemd, omdat met herstel een stuk historie verdwijnt. We doen liefst zo weinig mogelijk. Als we toch moeten ingrijpen, dan doen wij dat zo onzichtbaar mogelijk, zodat je niet ziet dat
we geweest zijn. Voor de opdrachtgever is dat dan misschien wel wat sneu. In het verleden werd voegwerk regelmatig te opvallend vervangen door een te rijke en te licht getinte voeg. Het voordeel van professioneel opererende opdrachtgevers als een overheid is dat je als restaurateur weinig hoeft uit te leggen.’’

Puzzel

De drie gebouwen in Bolsward worden vooral op het gebied van energie onder handen genomen. Pranger-Rosier Installaties uit Leeuwarden heeft een ontwerp gemaakt. De installaties, waaronder een warmtepomp, komen onder de twee kappen van het nieuwe museumdepot. De ruimte daaronder is beperkt en ‘‘het wordt nog een hele puzzel om alles passend te krijgen’’, aldus Douwe Offringa.

Op het dak van de nieuwbouw komen 66 zonnepanelen. Het ontwerp van Adema Architecten uit Dokkum sluit goed aan bij de monumentale uitstraling van het stadhuis. Met gemetselde muren en trapgevels verwijst de nieuwbouw naar de historische omgeving
van het vierhonderd jaar stadhuis. ‘‘In alle opzichten is het project een kolfje naar onze hand.”

Reageer op dit artikel